Opinie

    • Arjen Fortuin

DanceSing blijkt vooral een heel volle talentenjacht

Zap Ondanks alle voorpublicatie bleek DanceSing van SBS 6 vooral een talentenjacht. Een heel volle. Met dans én zang. Met menselijke zangers én augmented reality.

Gordon en Trijntje Oosterhuis in DanceSing (SBS 6)
Gordon en Trijntje Oosterhuis in DanceSing (SBS 6)

Mensen, mensen wat een orkaan! Onontkoombaar en totaal overdonderend ontvlamde het op alle schermen tot er niets anders meer in de wereld leek te bestaan dan DanceSing – de groots, wat zeg ik, monumentaal opgezette nieuwe talentenjacht van John de Mol.

Ik heb het natuurlijk over de voorpubliciteit.

Vóór Kerst had de grote baas er bij Pauw al hoog van opgegeven. Dit was écht iets bijzonders. Dat vond jurylid Gordon ook, zei hij dinsdag bij 6 Inside. Net als presentator Johnny de Mol, woensdag bij Jinek. Eigenlijk had hij zijn vader uitgelachen toen die met het idee kwam, maar toen hij begreep wat de bedoeling was… Man, dit was niet zomaar iets! „Dit kan worden als The Voice of Big Brother! Helemaal gemaakt voor de internationale markt.”

Donderdag, een uur voor DanceSing, zat Gordon voor het eerst in zes jaar in De Wereld Draait Door. Het werd een dolle boel. De zanger slaagde erin Matthijs van Nieuwkerk de slappe lach te bezorgen en kwam met een pre-emptive strike op AD-televisierecensent Angela de Jong. Wel was hij voorzichtig bij het voorspellen van de kijkcijfers: 600.000, gokte hij. (Voor de rekenaars: dat is een halve Slimste Mens).

Om half negen bleek DanceSing gewoon een talentenjacht. Geen slechte, maar wel een hele volle. Het leek het gerecht van een kok die denkt dat zijn ovenschotel bij het toevoegen van elk nieuw ingrediënt nóg lekkerder wordt. Een zang- én een dansoptreden. Mensen én augmented reality op het podium. Het gif van Gordon én de empathie van Johnny de Mol. Twee aparte jury’s.

Terwijl bij legendarische shows juist één ding (bij The Voice of Holland de draaistoelen) het verschil maakt. Hologrammen zijn dat niet. Televisie zelf is al augmented reality genoeg.

De oogst aan dubbeltalenten viel een beetje tegen. Goede zangers leken tijdens het dansen plots manke vogeltjes, de beste dansers knoopten de ene valse noot aan de andere. Het was net te vaak net te zielig om leuk te zijn.

Dan zei een dansjurylid: „Ik hoop zó dat je ook kunt zingen.” Meestal niet. Halverwege het programma liep een 15-jarige huisgenoot mijn kamer binnen. Hij wierp anderhalve blik op de tv en mompelde: „Als ze hoog vliegen, vallen ze hard.”

De sterren deden hun stinkende best. Johnny de Mol sprak Spaans en Vlaams, gooide met blauwe M&M’s en keek guitig lang over het omkleedscherm waarachter een vrouwelijke kandidaat van dans- naar zangoutfit ging. (Een man hielp hij achter dat scherm, met zijn microfoon tussen zijn benen geklemd – wat precies het gewenste schaduweffect opleverde). Zangjuryleden Gordon en Trijntje Oosterhuis kibbelden goedgemutst („Nee, jij kan lekker zingen!”), Trijntje nieste over Gordon heen, Gordon deed een slechte zangeres na en zei iets over een dode poes.

Eén moment had de potentie om viral te gaan en zo de aandacht te vestigen op de in de donderdagluwte (geen voetbal, geen weekendspits) geprogrammeerde show. Dat was toen een doodverlegen Vlaams danstalent haar zangoptreden door zenuwen had verprutst. Trijntje Oosterhuis kwam achter haar jurystoel vandaan, sommeerde het kind haar hakken uit te doen, ging als zangjuf naast haar staan, liet haar op adem komen en zei: zing nou eens iets waar je je echt fijn bij voelt. Toen kon ze het wel.

Twee uur DanceSing bleek best een lange zit. Vrijdagochtend bleek de site van kijkonderzoek overbelast. Daarna was de score 714.000. Respect voor de voorspeller Gordon.

    • Arjen Fortuin