Opinie

    • Luuk van Middelaar

Achter de glimlach van Xi Jinping

None

‘Als China wakker wordt, zal de wereld op haar grondvesten schudden”, zei Napoleon eens. Quand la China s’éveillera ... in 1973 gebruikte de Franse politicus Alain Peyrefitte die woorden in de titel van zijn bestseller – bijna één miljoen exemplaren verkocht, dankzij de Mao-fascinatie van Franse intellectuelen. Toen ik jaren later als student in Parijs tweedehandsboekwinkels afstruinde, zag je de vaal-oranje kaft nog overal.

Inmiddels is China inderdaad ‘wakker’. Maar terwijl we van Donald Trump in het Witte Huis elke tweet, elke escapade, elk juridisch onderzoek uitpluizen en bespreken, weten we van zijn grootste tegenspeler op het wereldtoneel zo goed als niets. In die leemte voorziet de met vaart en inzicht geschreven biografie van Ties Dams: De nieuwe keizer: Xi Jinping, de machtigste man van China (Prometheus) dat als kennismaking met China en zijn sterke man bijzonder goed is.

Twee figuren uit de mythologie helpen Dams de Chinese leider te duiden. De wijze ‘Jadekeizer’ heerst in harmonie over de hemel maar onderschat hoogmoedig de krachten van de chaos, terwijl de geslepen ‘Apenkoning’ zich als publiekslieveling indringt en de orde verstoort. Mao Zedong was een echte Apenkoning: hij schiep chaos om de macht te grijpen; met de stichting van communistisch China (1949) en opnieuw met het orkestreren van de bloedige Culturele Revolutie (vanaf 1966).

Xi Jinpings vader was een Mao-getrouwe van het eerste uur, de jongen zat als ‘rode prins’ op een eliteschool. Maar zijn vader viel in ongenade; jaren zag hij hem niet. Zijn moeder werd gedwongen de toen 14-jarige Xi publiekelijk te vernederen; hij belandde driemaal in de gevangenis en kwam als werkkracht op het platteland. Een halfzus hing zich op.

Achter de eeuwige glimlach van Xi Jinping zit het besef dat de orde kwetsbaar is, je op niemand kunt vertrouwen en in stilte je positie moet versterken. Uiterlijk is hij misschien een Jadekeizer, maar Xi maakt niet diens fout de krachten van de chaos te onderschatten. Hij maakte naam als corruptiebestrijder in de provincie; op weg naar de top speelde hij partijfacties feilloos tegen elkaar uit. Anders dan zijn vader – die terugkwam onder Deng Xiaoping maar kritiek uitte op het geweld tegen de studentenopstand van 1989 – heeft de zoon geen hogere principes dan machtsverwerving en -behoud. Taal die ook Trump en Poetin verstaan.

Terwijl de jonge Dams (1993) welgemikte schetsen zet, neemt de Franse oud-diplomaat Claude Martin (1944) de tijd voor een gedetailleerd en indringend beeld van een halve eeuw ervaring in en met China. Zijn boek is prachtig, ondanks de onmogelijke titel (La diplomatie n’est pas un dîner de gala; mémoires d’un ambassadeur; Paris-Pékin-Berlin, uitg. l’Aube).

Martin kreeg na studies politiek en Chinees als 20-jarige de buitenkans naar Peking te gaan en het land liet hem bij al zijn hoge functies nooit meer los. We lezen hoe Frankrijk onder De Gaulle in 1964 als eerste westers land communistisch China erkende, voelen de voortekenen van de Culturele Revolutie in boekhandeltjes in Peking, ontmoeten lieden van allerlei pluimage, horen hoe ondoordachte levering van fregatten aan Taiwan (altijd weer Taiwan!) in 1991 bijna de diplomatieke verhouding opblies.

En ook lezen we hoe in 1972 een boekmanuscript van 1.000 pagina’s van een Franse parlementariër op de ambassade in Peking belandde, met het dringend verzoek van de minister ernaar te kijken. Medewerkers lachten zich een kriek om de zee aan fouten, oppervlakkigheden en propaganda en beperkten de schade door het in te korten en te herschrijven. Verbijsterd waren ze enkele maanden later over Peyrefittes publiekssucces. Een fractie ervan is zowel Claude Martin als Ties Dams gegund.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar Europees recht (Leiden). Zijn column is wekelijks.
    • Luuk van Middelaar