Wie wonen en werken er nu op de peesboten van het Zandpad?

Arken Bijna anderhalf jaar geleden werden de laatste prostitutie-arken van het Utrechtse Zandpad geveild. Wie waren de kopers? En waar zijn de boten nu?

Jonathan Straatman en Daan Bramer richtten op één van hun arken een Zandpadmuseum in. Alles is er nog precies zoals het was toen de boot aan het Zandpad lag.
Jonathan Straatman en Daan Bramer richtten op één van hun arken een Zandpadmuseum in. Alles is er nog precies zoals het was toen de boot aan het Zandpad lag. Foto Daniel Niessen

Tussen de muren van een van de boten zou tachtigduizend euro verborgen hebben gezeten. Waarschijnlijk in alle haast achtergelaten, omdat de prostituees hun arken aan het Utrechtse Zandpad halsoverkop verlieten, toen de gemeente ze in 2013sloot wegens vermeende mensenhandel. Welke boot het was en wie hem gekocht heeft, dat weet niemand. Maar ook in de andere arken zijn nog genoeg sporen van lichte zeden: dildo’s, condooms, handboeien, voorlichtingsfolders over geslachtsziekten. Met plaatjes.

De laatste van de 34 boten ligt er nog. Eenzaam wachtend tot de gemeente besluit dat-ie weg moet, omdat de boot niet meer in het bestemmingsplan past. De rest werd in 2017 verkocht – de eerste tien via de reguliere verkoop, daarna nog eens 23 via een openbare veiling. Ze belandden overal en nergens: Groningen, Maurik, Bruinisse, Zwolle, Vinkeveense Plassen.

De meeste kopers hoefden niet al te diep in hun buidel te tasten: bij de veiling lag het startbod ergens tussen de vijfhonderd en 2.500 euro. Het hoogste bod, voor een ark met de naam Windekind, bedroeg 20.400 euro. Nog steeds een schijntje, het betrof een boot van de oerdegelijke arkenbouwer De Blauwe Wimpel.

Maar ja, dan heb je dus een voormalig bordeel met zes voordeuren. Wat moet je ermee? En waar laat je zo’n ark?

Dat niet alle kopers daar een antwoord op hadden, blijkt uit de boten die zo af en toe nog op Marktplaats opduiken. Maar er zijn er ook genoeg die wél een tweede leven hebben gekregen. Zoals deze drie.

‘Het is toch een soort cultureel erfgoed’

Jonathan Straatman en Daan Bramer, oprichters van de Utrechtse culturele vrijhaven De Nijverheid, met ateliers, werkplekken en een café.

Wat Ze kochten drie arken, die ze op de wal hebben gelegd en ingericht als een Zandpadmuseum(pje).
Kosten 2.001 euro
Ligplaats Utrecht

Jonathan Straatman en Daan Bramer. Foto Daniel Niessen

„Voor één van de arken hebben we maar één euro betaald, 79 cent als je de veilingkosten niet meetelt. Een symbolisch bedrag: de boot in kwestie is gezonken geweest, dus er is weinig meer van over. Maar wij kunnen er nog wel iets mee, omdat bij ons alles draait om experimenteren en creëren.

„In een andere boot hebben we één peeskamer helemaal intact gehouden. Dat is ons Zandpadmuseum. Alles is er nog precies zoals het was toen de boot aan het Zandpad lag, van de badkamer tot de noodknop. We vinden het zonde als het verleden helemaal verloren gaat, dus we zijn er verhalen over aan het verzamelen. Daar krijgen ze meer historische en culturele waarde van. Het is toch een soort cultureel erfgoed, dat niet zomaar in het niets mag verdwijnen.

„Naast het museum zit een expositieruimte. Daar exposeert elke maand een andere kunstenaar. In de derde en vierde kamer wordt muziekles gegeven. De andere twee boten zijn we nog aan het verbouwen. Van de ene maken we één grote ruimte, die mensen kunnen huren voor culturele evenementjes: workshops, diners, vergaderingen, een theatervoorstelling, een artist in residence – wat er maar voorbijkomt. Wat we met de derde boot gaan doen, de één-euro-ark, daar zijn we nog niet uit.

„Mensen reageren wisselend op de boten. Sommigen krijgen er de rillingen van. Of ze gaan zitten uitrekenen hoeveel mannen er ooit binnen zijn geweest. Maar bij de meeste mensen gaat dat lacherige er op een gegeven moment ook weer vanaf. Ze vinden het dan vooral mooi dat het verleden een nieuwe plek heeft gekregen. En dat zet ze aan het denken. Wat is er eigenlijk gebeurd met al die vrouwen? Waar zijn ze nu? En was het allemaal eigenlijk wel echt zo slecht geregeld aan het Zandpad?”

‘Op de wc hangt een A4’tje met huisregels’

Marianne Nobels, ondernemer en crisismanager.

Wat Ze kocht drie arken, die ze verbouwt tot een drijvend conferentie-oord, Ouwehoeren.
Kosten 2.900 euro
Ligplaats Vinkeveense Plassen

Marianne Nobels. Foto Daniel Niessen

„Ik heb de boten op dezelfde manier gekocht als waarop ik kleren koop: online en op de gok. Ik had gezien dat ze geveild zouden worden, en ik zag er wel brood in, dus ik heb in mijn agenda gezet wanneer de veiling zou zijn. Tijdens het avondeten heb ik op mijn laptop zitten bieden – ik wilde er drie. Ik werd steeds overboden, maar ineens had ik er toch één. En toen nog één. Uiteindelijk bood ik ook nog op een heel slechte ark. Die heb ik voor maar 500 euro gekocht.

„Wat ik ermee wilde doen, bedacht ik pas later. Ik geef les aan een commerciële universiteit en ik dacht: hoe leuk zou het zijn als ik mijn trainingen op mijn eigen boten kan geven? Of als bedrijven er kunnen vergaderen? En teambuilden?

„Aanvankelijk was het moeilijk om een ligplaats te vinden, maar zodra ik mijn concept had uitgedacht en erover praatte met anderen, benaderden Recreatie Midden-Nederland en Staatsbosbeheer mij ineens met plannen. En toen iemand tijdens een netwerkbijeenkomst zei dat ik het Ouwehoeren moest noemen, was het cirkeltje rond.

„De ligplaats die ik uiteindelijk per februari heb gevonden is een topplek, midden in de Vinkeveense Plassen. Ik wil mensen graag uit hun normale context halen – en dat kan hier ook echt: het enige wat je om je heen ziet is natuur en water.

„De eerste boot is inmiddels af. Helemaal zelfvoorzienend, met zonnepanelen, een windmolentje en een waterzuiveringssysteem. Op de wc hangt een A4’tje met huisregels dat ik in een van de boten vond. Er staat op dat je condooms moet gebruiken, dat de shifts twaalf uur duren met tien minuten pauze, en dat je minimaal achttien moet zijn als je achter de ramen wilt werken. Blijft die nostalgie toch een beetje hangen.”

‘Je leeft eigenlijk net als wanneer je op vakantie bent’

Monique en Tom Timmer, respectievelijk eigenaar van een personal-trainingstudio en renovatie-badkamerspecialist.

Wat Ze kochten één ark en verbouwen hem tot hun droomhuis.
Kosten 2.800 euro
Ligplaats Lelystad

Monique en Tom Timmer. Foto Daniel Niessen

„Alle authentieke details zaten er nog in, van de bedden tot de rode lampen en de bijbehorende attributen. De ramen waar de dames achter zaten hebben we behouden, een van de raampjes aan de achterkant van de boot hebben we met kogelgat en al opnieuw gebruikt in de badkamer.

„We hadden al een ligplaats, maar het lukte ons maar niet om er een goeie ark voor te vinden. Tot we van Marktplaats een berichtje kregen: ‘Bent u nog op zoek naar een woonboot?’ We schoten eerst in de lach, omdat het de hoerenboten waren, maar toen we zagen dat er eentje tussen zat van twintig meter lang, precies zo groot als onze ligplaats, zijn we gaan kijken en bieden. Na een zenuwslopende veiling kregen we ’m.

„Iedereen in onze omgeving verklaarde ons voor gek toen ze hoorden dat we ‘die hoerensloep’ hadden gekocht. We hadden toch een prachtig huis aan de wal? Maar nu ze de praktijk zien, begrijpen ze het. We wonen nu nog in de kleine studio, het deel dat af is, maar als de verbouwing straks helemaal af is, hebben we een volwaardige waterwoning.

„Sinds we hier wonen zijn we misschien wel meer buiten geweest dan in de hele tien jaar daarvoor. Zodra de zon doorbreekt, stappen we de deur uit. Er varen bootjes voorbij, ’s zomers zwemmen de kinderen van de buren langs – en dan ga je zelf ook maar weer zwemmen, vissen, een beetje rommelen en relaxen. Je leeft eigenlijk net als wanneer je op vakantie bent, op slippers en blote voeten. Maar dan permanent.

„De afgelopen twintig jaar konden we onze rust maar niet vinden. Steeds als ons huis klaar was, verhuisden we weer. We zijn zelfs serieus bezig geweest met het buitenland. Nu denken we eindelijk: we hoeven niet meer weg. Hier gaan we dood.”

    • Leonie Hardeman