Opinie

Voorzichtige benadering van Iran is enig begaanbare weg

diplomatie

None

Het is eindelijk openlijk uitgesproken. Nederland acht het „waarschijnlijk” dat Iran betrokken was bij de liquidaties van twee Nederlanders van Iraanse komaf in respectievelijk 2015 en 2017. De eerste aanslag vond plaats in Almere, de tweede in Den Haag. Vermoedens dat Teheran achter deze moordpartijen zat waren er altijd al, maar hardop gezegd werd het niet.

Nu, op basis van onderzoek door de AIVD en buitenlandse inlichtingendiensten, dus wel. In Europees verband zijn sancties afgekondigd, hoewel zij die naam nauwelijks mogen hebben vergeleken bij de maatregelen die de Amerikaanse president Donald Trump vorig jaar tegen Iran trof. De tegoeden en andere financiële activa van het Iraanse ministerie van Inlichtingen en Veiligheid en die van twee Iraanse personen zijn bevroren.

Verdere sancties worden niet uitgesloten als Iran doorgaat met „vijandelijke acties op Europees grondgebied” en niet meewerkt aan het strafrechtelijk onderzoek naar de eerdere zaken. Want hoewel er sterke aanwijzingen zijn voor Iraanse bemoeienis is deze „vooralsnog niet in strafrechtelijke zin bevestigd”, aldus de brief over deze kwestie aan de Tweede Kamer van de ministers Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) en Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66).

De voorzichtigheid druipt er vanaf. Maar kan het anders? De aanpak doet denken aan de manier waarop Rusland wordt aangesproken in de kwestie rond de MH17. Nederland heeft Rusland vorig jaar samen met Australië „aansprakelijk” gesteld voor zijn aandeel in het neerhalen van vlucht MH17 op 17 juli 2014. Hierop werd Moskou formeel verzocht in overleg te treden over de gevolgen van deze aansprakelijkstelling om behalve tot waarheidsvinding te komen tot „gerechtigheid en rekenschap ten behoeve van de slachtoffers en hun nabestaanden”. Eind vorige maand, ruim zes maanden na deze actie, meldde minister Blok de Tweede Kamer dat diplomatieke contacten over en weer nog niet hadden geleid tot een start van de onderhandelingen.

Dat Iran nu volop gaat meewerken aan het onderzoek naar de vermeende activiteiten van zijn inlichtingendiensten in Europa, hoeft ook niet te worden verwacht. Daarvoor zijn de speldenprikjes die voor sancties doorgaan te onbeduidend. Ze hebben alles te maken met de wereld van de diplomatie die door de diverse in het geding zijnde belangen nu eenmaal sinistere trekken kent.

In het geval van Iran gaat het om het nucleaire akkoord met dit land dat de Europese Unie in tegenstelling tot de Verenigde Staten terecht niet heeft opgezegd. Hierin zijn controleerbare afspraken gemaakt over hoe Iran zijn nucleaire programma mag ontwikkelen. Tot nu toe heeft Iran zich aan de verplichtingen gehouden. Het Westen heeft er alle belang bij dat Iran zich ook aan deze afspraken blijft houden en er geen alibi wordt verschaft zich hieraan te onttrekken.

Dit laatste zou een gevolg kunnen zijn van echt zware sancties van Europese zijde. Iran is gewaarschuwd en licht gestraft. Veel is het niet en dat geeft dan ook een onbevredigend gevoel. Maar de realiteit leert dat het in dit stadium niet anders had gekund.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.