Nationalisten vinden in Hongarije het Europa dat ze thuis kwijt zijn

Hongarije Het Hongarije van Viktor Orbán is een aantrekkelijke ontmoetingsplaats voor nationalisten uit de VS en West-Europa.

Hongaarse politie bij protesten vorige maand in Boedapest tegen een nieuwe arbeidswet.
Hongaarse politie bij protesten vorige maand in Boedapest tegen een nieuwe arbeidswet. Foto Marko Djurica

In een ouderwetse, chique bistro in het centrum van Boedapest prikt Erik Almqvist in een geitenkaassalade. Het voormalige parlementslid en oud-leider van de jeugdvleugel van antimigratiepartij Zweden Democraten (SD) houdt van deze plek, deze stad en dit land. Hier wil hij zijn kinderen zien opgroeien, zegt de 36-jarige kalende Zweed die naar Boedapest verhuisde in 2013. In het Hongarije van de nationaal-populistische premier Viktor Orbán, waar de heersende traditionele waarden volgens Almqvist overeenkomen met die van „de Zweden van vijftig jaar geleden”.

Almqvist maakt deel uit van een groepje rechtse politici en ideologen uit West-Europa en de VS, die de afgelopen jaren aangetrokken werden door Hongarije; het land gebruiken als uitvalsbasis of ontmoetingsplaats.

Almqvists vriend en voormalig SD-collega Kent Ekeroth kondigde begin 2018 ook zijn vertrek aan richting Boedapest. Een andere Zweed, uitgever Daniel Friberg, streek neer in 2014. Friberg is, samen met het Amerikaanse alt-right-boegbeeld Richard Spencer, oprichter van de website Altright.com en hoofd van Arktos Media, een van ’s werelds grootste distributeurs van radicaal-rechtse literatuur.

Wij zullen de échte vluchtelingen binnenlaten

Viktor Orbán, premier van Hongarije

Ook redacteuren van de Amerikaanse nationalistische uitgever Counter-Currents kozen Hongarije als woonplaats, zo berichtte het Amerikaanse magazine The Atlantic, net als de antifeministische blogger Matt Forney. Die laatste publiceert, naast artikels met koppen als ‘Hoe je vriendin of vrouw slaan en ermee wegkomen?’, ook lofredes op de Hongaarse hoofdstad, waar een „gebrek aan etnische diversiteit [de stad] gastvrijer en veiliger maakt dan Amerikaanse steden.”

Nick Griffin, ex-leider van de extreemrechtse British National Party, vertelde in 2017 aan nieuwssite 444.hu dat zich in Boedapest een „gemeenschap van geëmigreerde nationalisten” gevormd had. Het is een ontwikkeling die premier Orbán in de hand werkte, volgens zijn critici, door het creëren van een antiliberale en antimigratiesfeer in zijn land, en door zijn dramatische retoriek. „Wij zullen de échte vluchtelingen binnenlaten”, verklaarde Orbán in een rede in 2017, waarin hij een exodus voorspiegelde van West-Europeanen op de vlucht voor migratie. „Duitsers, Nederlanders, Fransen, Italianen. Doodsbange politici en journalisten, christenen die gedwongen worden hun eigen landen te verlaten, die hier het Europa willen vinden dat ze thuis kwijt zijn.”

Steve Bannon

In mei 2018 nodigde een instituut verbonden aan de overheid zowel Steve Bannon, ex-adviseur van president Trump en ex-directeur van de rechts-nationalistische website Breitbart, als alt-right-provocateur Milo Yiannopoulos uit om lezingen te geven in Boedapest.

De Zweed Almqvist verhuisde enkele maanden nadat een filmpje naar buiten was gekomen, waarin te zien was hoe hij met andere SD-politici – ijzeren staven in de hand – mensen beledigde met racistische en seksistische teksten. Het leidde tot zijn vertrek uit het Zweedse parlement, hij vestigde zich in Boedapest, een stad waar hij eerder een flat had gekocht.

Almqvist heeft intussen een Hongaarse vriendin, spreekt een beetje Hongaars en werkt als vastgoedondernemer. In zijn vrije tijd werkt hij aan een interactieve website over samenleving en politiek, waarmee hij invloed wil blijven uitoefenen op het debat in zijn thuisland. „Het zelfbeeld van het Zweedse volk” moet veranderen, vindt Almqvist. De Zweden mogen zichzelf dan als gastvrije gidsnatie zien, volgens hem leidden immigratiegolven in delen van zijn vaderland tot „criminaliteit, segregatie en zelfsegregatie”.

Waar de Zweedse migratiedienst tussen 2015 en 2017 144.723 asielaanvragen goedkeurde, kregen in Hongarije in dezelfde periode slechts 2.143 mensen asiel. Ondertussen worden welgestelde migranten die niet om humanitaire redenen komen, door Hongarije in de armen gesloten. Migranten dus zoals Almqvist.

Niettemin blijft de door Orbán voorspelde West-Europese exodus uit. Het aantal Zweden of Nederlanders dat naar Hongarije verhuist, steeg de laatste jaren licht, maar bleef nog altijd beperkt tot enkele honderden. Het aantal Hongaren dat de andere richting uitging, is groter.

Bovendien bleken toch niet alle West-Europese nieuwkomers gewenst. Ex-BNP-leider Griffin, bevriend met de radicaal-rechtse oppositiepartij Jobbik, kreeg in 2017 een vestigingsverbod, volgens de regering om veiligheidsredenen. Ook Jim Dowson, oprichter van de extreem-rechtse Britain First-partij, werd dat jaar het land uitgezet. Net als de naar Hongarije gevluchte Duitse negationist Horst Mahler en de extreem-rechtse activist Mario Rönsch, eigenaar van een online winkel voor wapens om „migranten af te schrikken”. Zij werden gearresteerd en uitgeleverd aan Duitsland.

Favoriete boksbal

Zweedse nationalisten vielen tot nu vooral op om een andere reden. Dat het Zweedse debat over migratie, integratieproblemen en bendegeweld in multiculturele stadswijken de laatste jaren steviger werd, maakte hun thuisland tot favoriete boksbal van internationale antimigratiepolitici. De Amerikaanse president Donald Trump is er één van. Hij stak in 2017 de draak met Zweden nadat hij een programma zag op Fox News waarin, met behulp van foute informatie, werd geclaimd dat de instroom van vluchtelingen er voor wetteloosheid had gezorgd.

Ook in Hongarije, net als Zweden een EU-lidstaat, voeden regeringsgezinde media het beeld van het Scandinavische land als multiculturele nachtmerrie. Dat doen ze met hulp van geëmigreerde Zweden, zoals uitgever Friberg. Hij omschreef zijn herkomstland in een interview in 2016 met de krant Magyar Hirlap als een „paradijs voor terroristen”, waar het „publieke sentiment in de richting van een burgeroorlog gaat”.

Nadat een Zweedse met Hongaarse wortels op de Hongaarse staatsomroep verklaarde dat vrouwen in Stockholm vanwege seksueel agressieve migranten niet met de metro konden reizen, deed de Zweedse ambassadeur in april 2018 zijn beklag over „het systematische nepnieuws over Zweden in de Hongaarse media”.

Is Zweden onveiliger dan Hongarije? Voor seksueel geweld is de vergelijking moeilijk door de striktere definitie van verkrachting in Zweden. De Hongaarse moordcijfers lagen in 2016 volgens Eurostat hoger dan in Zweden.

Maar, zegt Almqvist: „Je hebt geen politiek geweld hier. Ik verloor mijn baan in Zweden omdat ik de verkeerde partijkaart had. Dat zou hier nooit gebeuren.” Kritische journalisten die weggestuurd werden bij de Hongaarse staatsomroep, of de talloze commerciële media die opgekocht werden door Orbán-getrouwen, betwisten zijn standpunt wellicht. Ook het volgens Almqvist „verenigende” effect van het Hongaarse gevoel voor identiteit en traditie, is voor discussie vatbaar. Volgens onderzoek is Zweden een van de EU-landen waar het vertrouwen in medeburgers het hoogst ligt. Hongarije scoort onder het gemiddelde.

Lees ook: Hoeveel ‘Orbánnen’ kan de EU aan?

De vraag is of Almqvist even tevreden zou zijn over Hongarije als hij een linkse activist was geweest, of Hongaars. Als expat kan hij zich onttrekken aan problemen van veel Hongaren, zoals corruptie of de slechte staat van ziekenhuizen. Hongaarse vrienden confronteren hem er wel eens mee. „Artsen of buschauffeurs in Zweden hebben toch een hogere levensstandaard dan in Hongarije, zeggen ze dan. Klopt, maar ik ben geen Hongaarse arts, ik kan kiezen waar ik woon.”