Te jong voor pensioen, niet ziek genoeg voor een uitkering

Prepensioen Zestigers die na veertig jaar kampen met versleten knieën en rugklachten, mogen niet eerder met pensioen, maar vinden het werk te zwaar. Wat doe je als werkgever?

Jan Bouman (61), oud-onderhoudsmonteur aan de spoorrails bij bouwbedrijf Strukton, leidt nu een paar uur per dag collega’’s op. Voor de andere helft krijgt hij een WIA-uitkering.
Jan Bouman (61), oud-onderhoudsmonteur aan de spoorrails bij bouwbedrijf Strukton, leidt nu een paar uur per dag collega’’s op. Voor de andere helft krijgt hij een WIA-uitkering. Foto Bram Petraeus

De spoorwegmonteur die op zijn zestigste nog helemaal gezond is, mag van geluk spreken. Als je vanaf je zestiende gehurkt of op je knieën de wissels repareert, is het niet zo gek als je rug of knieën op een moment versleten zijn. En na veertig jaar bovenleidingen repareren, met je armen omhoog, is de kans op schouder- en nekklachten groot.

Dus zeggen veel zestigers bij spoorbedrijf Strukton Rail op een dag: ik hou het niet meer vol. Wat doe je dan als werkgever, als zo iemand de pensioenleeftijd nog niet heeft bereikt?

Eerst stuurde Strukton Rail deze mensen nog met vervroegd pensioen, zoals de meeste bedrijven. Dan kregen ze tot hun AOW-leeftijd een uitkering, betaald uit werknemerspremies. Maar dat mag al ruim tien jaar niet meer. Werkgevers krijgen een forse boete als ze iemand vervroegd met pensioen sturen. Er is vaak maar één uitweg: de arbeidsongeschiktheidsuitkering WIA.

Landelijk neemt het aantal arbeidsongeschikte zestigplussers snel toe, ziet het UWV. De uitkeringsinstantie meldde onlangs dat er in 2017 4.800 nieuwe zestigplussers in de WIA terechtkwamen, een stijging van 40 procent ten opzichte van twee jaar eerder. Twee van de belangrijkste oorzaken zijn volgens het UWV de afschaffing van vroegpensioenregelingen en de verhoging van de AOW-leeftijd.

Maar er zijn ook mensen die wél versleten zijn, maar niet ziek genoeg zijn om zo’n uitkering te krijgen. Vooral voor die mensen vindt Aafke Luimstra, personeelsmanager van Strukton Rail, de afschaffing van prepensioenregelingen onrechtvaardig. „Zij vinden het werk te zwaar en kwakkelen met hun gezondheid. Wat moeten zíj doen?” De kans dat een zestiger met gezondheidsproblemen een nieuwe baan vindt, is klein. En je aanvullende pensioen naar voren halen, is duur.

‘Mager aanbod’

Vakbonden vinden dat het prepensioen moet terugkomen. Ze eisten het in de onderhandeling voor een pensioenakkoord, dat in november vastliep. Het kabinet was bereid om hun op dit punt tegemoet te komen, maar nu het overleg mislukt is, lijkt er voorlopig niks te veranderen.

Het kabinet bood aan om het prepensioen aantrekkelijker te maken voor mensen die niet meer dan twee jaar voor hun AOW-leeftijd zitten. Werkgevers moeten nu een boeteheffing van 52 procent betalen over het bedrag dat de vroeg vertrekkende werknemer meekrijgt. Daardoor bieden werkgevers vrijwel nooit meer zo’n regeling aan. Het kabinet wilde die boete in het laatste jaar voor de AOW-leeftijd schrappen, en in het een-na-laatste jaar halveren, naar 26 procent.

Dat vonden de vakbonden een mager aanbod. „Als de boete 26 procent is, zullen werkgevers de regeling nog steeds te duur vinden”, zei pensioenonderhandelaar Tuur Elzinga van de FNV in de nacht nadat het pensioenoverleg was mislukt. „Die 0 procent in het laatste jaar zou een begin zijn, maar het is nog steeds niet dé oplossing voor mensen in zware beroepen.”

Luimstra van Strukton Rail zou een terugkeer van het prepensioen ook wel zien zitten. „Dan kun je een regeling treffen als je ziet dat dat nodig is.”

Het bedrijf zou daar ook geld mee besparen, want een zieke werknemer komt niet zomaar in de WIA. Eerst moet die twee jaar in dienst blijven. De werkgever moet hem in die periode begeleiden bij zijn reïntegratie. Daar horen allerlei administratieve lasten en verplichtingen bij. Werkgevers die een fout maken, krijgen een boete.

Nóg eerlijker zou Luimstra het vinden als mensen met een zwaar beroep eerder recht krijgen op een AOW-uitkering. Maar vakbonden en werkgevers hebben al geconcludeerd dat zij geen duidelijk onderscheid kunnen maken tussen zware en lichte beroepen. Ook in België mislukte onlangs een poging daartoe.

Er is een grote kans dat het kabinet dit jaar opnieuw probeert om een pensioenakkoord te sluiten, wellicht probeert het de vakbonden dan verder tegemoet te komen. Maar de kans dat de boete op vroegpensioen helemaal wordt afgeschaft, is klein. Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) is bang dat iederéén dan gebruik gaat maken van zo’n regeling, ook wie geen zwaar beroep heeft.

Hoge werkdruk

Lees ook deze reconstructie over hoe het pensioenoverleg tussen het kabinet, werkgevers en vakbonden mislukte: Rutte zag: de bonden kwamen met steeds meer eisen

Koolmees is juist blij dat ouderen steeds langer doorwerken. In 2006 ging 88 procent van de werknemers voor zijn 65ste met pensioen volgens CBS-cijfers. In 2017 was dat 38 procent. Als mensen weer vroeg met pensioen gaan, worden de personeelstekorten alleen maar groter, vreest de minister.

Een terechte vrees, denkt Kees Goudswaard, hoogleraar sociale zekerheid aan de Universiteit Leiden. „Als mensen nu nog op dezelfde leeftijd met pensioen zouden gaan als twintig jaar geleden, zou de arbeidskrapte veel groter zijn geweest.”

Een oplossing voor ouderen met zware beroepen is dus niet zomaar gevonden. In de tussentijd probeert Strukton Rail het werk te verlichten door automatisering. Daarnaast overweegt Strukton Rail een ‘generatiepact’ in te voeren. Oudere werknemers kunnen dan minder gaan werken tegen aantrekkelijke voorwaarden. Bijvoorbeeld om 80 procent van de oorspronkelijke uren te werken, tegen 90 procent loon en 100 procent pensioenopbouw. „We onderzoeken nu wat zo’n regeling zou kosten.”

Maar Luimstra hoopt ook dat de werkdruk van haar personeel wat lichter kan worden. Er moet steeds meer werk worden gedaan door minder mensen, zegt ze. Anders lukt het niet om de aanbestedingen van ProRail te winnen. „De financiële marges worden steeds kleiner.”

Het zou al enorm helpen, zegt Luimstra, als spoorwegbeheerder ProRail niet meer eist dat het onderhoud vooral in de nachten, weekenden en op feestdagen moet gebeuren. „Dat doet wat met mensen: fysiek, mentaal en met hun familieleven. Het is de vraag hoe lang je dat volhoudt.”

‘Ik hou dit niet vol tot mijn 67ste’

Lichamelijke klachten Monteur Jan Bouman moet nog ruim vijf jaar doorwerken, maar zoekt een manier om eerder met pensioen te gaan.

Jan Bouman (61) vindt het niet eerlijk. Zijn rug is „helemaal versleten”, na een loopbaan van veertig jaar als monteur van spoorwissels en -seinen. Eerst bij de NS, nu bij spoorbedrijf Strukton Rail.

Vroeger had Bouman erop gerekend dat hij op deze leeftijd al bijna met pensioen zou kunnen gaan. Dat deed iedereen na veertig dienstjaren. Je kon gebruik maken van het ‘functioneel leeftijdsontslag’, een prepensioenregeling waar alle werknemers aan meebetaalden.

Maar die regelingen bestaan niet meer en de AOW-leeftijd is verhoogd. „Nu moet ik door tot 67 jaar en drie maanden. Dat ga ik echt niet volhouden.”

Bouman hield van zijn werk, maar het was ook zwaar, vooral als hij een week lang ‘storingsdienst’ had. Vroeger betekende dat: zeven dagen achter elkaar, vierentwintig uur per dag beschikbaar zijn om naar een sein- of wisselstoring te gaan.

Zo’n storing moest binnen een vooraf afgesproken tijd gerepareerd zijn. „Daar staat heel veel druk op. En ik ben een perfectionist. Ik heb twee keer een burn-out gehad, niet alleen door mijn werk, maar het droeg er wel aan bij.”

Bouman kreeg langzaam lichtere taken van zijn baas. „Ik hoefde geen storingsdiensten meer te doen, omdat de stress niet goed voor me was.”

Maar toen kreeg Bouman lichamelijke klachten. „Ik had al veel langer last van mijn rug, maar die pijn werd een jaar of vier geleden veel heftiger. Mijn onderrug bleek helemaal versleten te zijn en mijn heup ook.” Daar valt weinig aan te doen, volgens de artsen. „Ik moet leren omgaan met de pijn.”

Lees ook: 50 jaar hetzelfde werk, is dat gezond?

Bouman vroeg de arbeidsongeschiktheidsuitkering WIA aan, maar uitkeringsinstantie UWV oordeelde aanvankelijk dat hij best volledig kon werken, zegt Bouman. „De verzekeringsarts die me keurde, was spijkerhard. Die zei: ‘Kun je je linkerarm omhoog doen, en je rechterarm? Mooi, dan kun je ze gebruiken’.”

Gelukkig, zegt hij, lukte het later alsnog om een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering te krijgen. Daarnaast werkt hij halve dagen bij Strukton, waar hij fysiek lichter werk heeft gekregen. Zo verzorgt hij interne opleidingen. „Ik leer mijn collega’s wat er allemaal fout kan gaan in de wissels en seinen en hoe ze dat moeten oplossen”, zegt Bouman. „Dat is mooi om te doen, maar na een paar uur werken ben ik gesloopt door de pijn. Dan rij ik op de cruise control naar huis en ga ik meteen liggen.”

Het duurt nog ruim vijf jaar voordat Bouman recht heeft op een AOW-uitkering. „Maar dat ga ik echt niet volhouden. Ik hoop dat het me lukt om op mijn 65ste te stoppen.” 

Hoe gaat hij dat betalen? „Geen idee. Misschien haal ik mijn aanvullend pensioen wat naar voren, ook al wordt het dan lager. Dat moet dan maar.”