Saoedisch decor verdeelt de Italiaanse tifosi

Voetbal

Discussie in Italië over het vrouwonvriendelijke Saoedi-Arabië als speellocatie voor het duel om de Supercup tussen Juventus en AC Milan.

Supporters van Juventus tijdens een competitiewedstrijd in het eigen stadion in Turijn.
Supporters van Juventus tijdens een competitiewedstrijd in het eigen stadion in Turijn. Foto Filippo Monteforte

Matteo Salvini, de Italiaanse vicepremier die als een soort ‘sheriff’ zijn land wil bevrijden van buitenlanders, is het vrijwel nooit eens met Laura Boldrini, de oud-Kamervoorzitter die veertien jaar woordvoerder was van de VN-organisatie voor vluchtelingen. Maar dit keer klinken ze samen als een duet: deze voetbalwedstrijd zou niet mogen doorgaan.

Het gaat om de ‘Supercoppa’. Volgende week dinsdag wordt hierom gevoetbald tussen Juventus, de landskampioen van vorig seizoen, en AC Milan, de verliezer van de Italiaanse bekerfinale tegen Juventus. Het stadion, met 60.000 plaatsen, is bijna uitverkocht, en veel direct betrokkenen zeggen dat er niets meer aan te doen is. Maar veel Italianen, met name vrouwen, vinden het een schande.

De wedstrijd is namelijk verkocht aan Saoedi-Arabië. In ruil voor 22 miljoen euro heeft de Italiaanse voetbalbond vorig jaar zomer besloten drie van de komende vijf wedstrijden om de Supercup in dat land te laten spelen. Canada, China en Qatar waren ook geïnteresseerd, maar de Saoedi’s boden het meest. Alweer. De verkoop van de Supercoppa aan Saoedi-Arabië maakt deel uit van een ontwikkeling waarbij steenrijke landen, vooral in het Midden-Oosten, erin slagen grote sportevenementen naar zich toe te halen, ook al is er kritiek op hun interne politieke, economische en sociale beleid.

Apart vak

Na de ondertekening van het contract bleef het lang stil in Italië. Maar toen twee weken geleden duidelijk werd dat vrouwen alleen, ook de meereizende Italiaanse supporters, in het stadion in een apart vak moesten gaan zitten, barstte de kritiek los – met de moord op journalist Kashoggi soms als extra argument om niet te gaan.

„Je kan niet spelen in een land dat vrouwen discrimineert”, fulmineerde Giorgio Meloni, leider van een kleine rechtse partij. De radicaal-linkse Boldrini vond dat de staatsomroep Rai moet worden verboden de wedstrijd rechtstreeks uit te zenden. Lega-leider Salvini, een fervente tifoso van Milan die vaak op de tribune zit, zei dat hij dit keer niet zal kijken want „ik kan niet naar een wedstrijd kijken tussen de sluiers en boerka’s”. Zijn partijgenoot Paolo Grimoldi, vicepresident van de Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, zei dat Italië zijn waarden voor een handjevol geld heeft verkocht.

„Het is een vergissing een wedstrijd te spelen waar vrouwen alleen in gereserveerde zones bij mogen zijn. We moeten deze discriminatie niet accepteren. Wie dat accepteert, is medeplichtig”, zei minister Giulia Bongiorno, oud-lid van de raad van bestuur van Juventus. En Barbara Berlusconi, dochter van en een paar jaar bestuurder van Milan, zei in de krant Il Fatto Quotidiano: „Deze wedstrijd moet niet worden georganiseerd in een land waar geen respect is voor de vrouw. De geschiedenis heeft ons echter geleerd dat het boycotten van sportevenementen die al gepland zijn, nooit nuttig is geweest.”

Barbara Berlusconi vond wel dat er hypocrisie schuilt in de verontwaardigde reacties van politici. Als er zaken gedaan kunnen worden, kijkt iedereen de andere kant op als het om mensenrechten gaat, zei ze. Het voetbal, liet ze cynisch weten, „krijgt nu als altijd de taak om de wereld te redden”.

Stap vooruit

De voorstanders wachten rustig tot de storm is gaan liggen. Manlio Di Stefano, namens de populistische Vijfsterrenbeweging staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, schreef op het partijblog dat hij al die verontwaardiging „op z’n minst belachelijk” vindt. Het gaat om sport, niet om politiek schreef hij. Bovendien mogen de vrouwen alleen naar het stadion, zonder man, en dat is al een stap vooruit. „Heel Europa (de wieg van de democratie) heeft politieke, economische en sociale betrekkingen met landen waar de sharia van kracht is”, schreef hij. „Wil je iets doen tegen de sharia? Doe dat dan met de politiek en niet met de sport, anders ben je bezig met een zinloze en hypocriete polemiek.”

Half Italië weet nu dat er sinds vorig jaar wel enige vooruitgang is geboekt als het om vrouwen en sport gaat: ze mogen nu in ieder geval naar het stadion. In een apart vak als ze alleen zijn, in het familievak als ze door een man worden begeleid – voor mannen alleen zijn ook aparte vakken.

De Italiaanse voetbalbond herhaalt dit ook steeds: het is al een stap vooruit dat vrouwen überhaupt naar het stadion mogen. „Lokale tradities leggen belemmeringen op die niet van de ene dag op de andere kunnen worden veranderd”, schreef de vice-president van de bond, Gaetano Micchichè, in een lange open brief aan de Italiaanse supporters. Daarin onderstreepte hij ook dat Saoedi-Arabië „de belangrijkste handelspartner van Italië in het Midden-Oosten” is.

Minister Salvini van Binnenlandse Zaken, vindt de hele Supercoppa dinsdag in het King Abdullah Sports City Stadium in Jeddah „een trieste, smerige bedoening”. Maar er zit een luchtje aan zijn verontwaardiging, vinden critici. Tijdens de wedstrijd Inter-Napoli op 26 december maakten Inter-supporters zo vaak oerwoudgeluiden als de Senegalese verdediger Koulibaly aan de bal was, dat Napoli-trainer Ancelotti de scheidsrechter tot drie keer toe vroeg de wedstrijd stil te leggen. Gebeurt wel vaker, geen racisme, oordeelde Salvini. Daar zou ex-Kamervoorzitter Boldrini het weer niet mee eens zijn geweest – en ook de voetbalbond niet: Inter moet twee thuiswedstrijden zonder publiek spelen. Geen mannen, geen vrouwen.

    • Marc Leijendekker