Kleine plasticdeeltjes zullen in de toekomst veel milieuschade aanrichten

Milieuverontreiniging Als plastic afval zich in de natuur blijft ophopen zal er over een eeuw zeker schade door ontstaan. Nu is die schade nog nauwelijks zichtbaar, stellen Europese onderzoekers.

Foto iStock

De kans dat de natuur in Europa nu al schade oploopt door een te hoge blootstelling aan micro- en nanoplastics is gering. Dat concludeert het Europese academische adviesorgaan SAPEA in een deze donderdag gepubliceerd rapport. Alleen in een aantal kustwateren in onder meer de Baltische Zee en de Middellandse Zee is „momenteel misschien wel sprake van een ecologisch risico”. Maar als deze plastics zich blijven ophopen in het milieu zal er over een eeuw op brede schaal schade te zien zijn. Of de plastics schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid, en hoe, daarover is nog weinig bekend. Vooralsnog is er geen sprake van „wijdverspreide risico’s”.

Het rapport inventariseert de wetenschappelijke kennis over plastic deeltjes kleiner dan 5 mm, de zogeheten micro- en nanoplastics. Op basis van dit rapport stelt de groep van wetenschappelijk adviseurs van de EU later dit jaar een advies aan de Europese Commissie op.

Kleine plasticdeeltjes zijn overal terug te vinden, in de lucht, de bodem, in rivieren, zeeën, in levende organismen. Ze zijn aangetroffen in bronwater en in voedingsmiddelen. Maar de risico’s ervan voor mens en natuur zijn voor een groot deel nog onbekend.

The Ocean Cleanup

Plasticvervuiling krijgt veel aandacht in de media. Zie bijvoorbeeld de vorige week voor de kust van Borkum overboord geslagen containers, en de pogingen van Boyan Slat en zijn bedrijf The Ocean Cleanup om de oceanen te schonen van het drijvende plastic afval. Bijkomend probleem van de micro- en nanoplastics is dat ze vaak onzichtbaar zijn voor het blote oog. Dat draagt bij aan de zorgen die mensen zich hierover maken. De Europese Commissie stelt regelgeving op om plastic afval terug te dringen. Zo mogen vanaf 2021 tien wegwerpproducten (rietjes, bestek, borden, roerstikjes) niet meer van plastic worden gemaakt.

Nederlander Boyan Slat wil de oceanen schonen van de groeiende hoeveelheid plastic. Lees ook: Het vissen op plastic kan nu echt beginnen

De nu onderzochte kleine plasticdeeltjes kunnen ontstaan door verwering van grotere stukken plastic. Ook zitten ze als zodanig in producten als cosmetica en douchegel. Belangrijke bronnen zijn slijtende autobanden, gewassen synthetische kleding, en gedumpte visnetten en -lijnen.

Het meeste onderzoek naar mogelijke schade voor organismen, is gedaan in het laboratorium. Probleem is dat allerlei organismen zijn blootgesteld aan veel hogere concentraties micro- en nanoplastics dan in de natuur doorgaans worden gemeten, zo stelt het rapport. Het is daardoor twijfelachtig of de schade die wetenschappers in het lab zien – bijvoorbeeld ontstekingen, verstoppingen van het maagdarmkanaal, remming van de groei – zich ook in de natuur voordoet. Ook komt het voor dat wetenschappers in hun experimenten ronde stukjes plastic gebruiken, maar die zijn niet representatief voor de onregelmatige stukjes plastic waaraan organismen doorgaans worden blootgesteld. Daarnaast gebruiken wetenschappers uiteenlopende methoden om blootstelling en effecten van plastics te meten, die lastig met elkaar te vergelijken zijn.

Gebrek aan kennis

Een ander probleem is de enorme verscheidenheid aan plastics die in het milieu worden aangetroffen. Niet alleen qua samenstelling en vorm, maar ook wat betreft de chemicaliën die er tijdens het productieproces in zijn verwerkt en die er in het milieu uit kunnen lekken. En ook wat betreft de mate waarin andere, al in het milieu aanwezige schadelijke chemicaliën (zoals pcb’s) zich aan al die verschillende stukjes plastic kunnen binden.

Aan de conclusies die het rapport trekt, lees je het gebrek aan kennis af. Nanoplastics zijn zo klein dat ze nog lastig te meten zijn, en er is nauwelijks informatie over hun effecten. Er is behoefte aan betere methoden om risico’s van deze kleine stukjes plastic te analyseren, ook om vast te stellen aan welke soorten en vormen plastics de meeste risico’s kleven. Er is behoefte aan technieken om van gevonden stukjes plastic te kunnen achterhalen hoe, waar en door wie ze gemaakt zijn. Om plasticvervuiling terug te dringen, is ook meer wetenschappelijke kennis nodig over begrip en opvattingen van consumenten, en manieren om hun gedrag te veranderen.

    • Marcel aan de Brugh