Man in Venlo ligt urenlang bij ‘sissende’ granaat uit Tweede Wereldoorlog

Het bleek te gaan om een brisantgranaat zonder explosief materiaal. Alle geëvacueerde bewoners zijn weer naar huis.

Een politie-uniform op archiefmateriaal.
Een politie-uniform op archiefmateriaal. Foto Remko de Waal/ANP

Een man in Venlo heeft in de nacht van woensdag op donderdag urenlang met zijn elleboog op een granaat in een tuintje bij een flat gelegen, uit angst dat deze zou ontploffen. Hij kwam het explosief uit de Tweede Wereldoorlog tegen toen hij zijn hond aan het uitlaten was.

Terwijl zijn hond tegen een boompje aan plaste, zag hij iets uit de grond steken en besloot hij te kijken. Hij vermoedde toen al dat het een granaat was vanwege het “gele klepje”. Zodra het voorwerp begon te sissen sloeg hij alarm. Hij ging op de grond liggen, bedekte de granaat met zijn arm en belde met zijn vrije hand de politie. Die vertelde hem dat hij moest blijven liggen.

Ook nadat de hulpdiensten waren gearriveerd moest de man op het explosief blijven liggen, zodat de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) het voorwerp kon onderzoeken. In de tussentijd werd hij warm gehouden met dekens. De veiligheidsdiensten zetten de omgeving af en evacueerden ongeveer tachtig bewoners van de flats om de tuin heen.

Geen explosief materiaal

Uiteindelijk bleek dat de granaat niet kon ontploffen omdat er geen explosief materiaal in zat. Na bijna drie uur kon de man van de granaat af. De hulpdiensten hadden hem naar het ziekenhuis willen brengen voor controle, maar daar had de man geen zin in. Hij ging liever naar huis.

Nadat de EOD de omgeving weer veilig had verklaard, konden alle geëvacueerde bewoners weer huiswaarts, meldt Veiligheidsregio Limburg-Noord.

Volgens de EOD ging het om een brisantgranaat uit de Tweede Wereldoorlog. Dat soort explosieven richt schade aan doordat de scherven van het omhulsel na ontploffing met grote kracht in het rond vliegen. De EOD heeft het voorwerp meegenomen voor verder onderzoek.

Aan Omroep Venlo verklaart de man dat hij een volgende keer hetzelfde zou doen. “Maar niet meer aanraken, denk ik.”