Koolmees splijt schedel van concurrent in nestkast

Biologie Na de trek uit Afrika worden veel bonte vliegenvangers gedood door koolmezen. Door klimaatverandering komt dat vaker voor.

Koolmees met dood slachtoffer.
Koolmees met dood slachtoffer. Foto Maurice van Laar

Ze zien er zo onschuldig uit, met hun zwarte petje en stropdasje. Maar mannelijke koolmezen kunnen moorden. En klimaatverandering werkt dat in de hand. Jelmer Samplonius en Christiaan Both van de Rijksuniversiteit Groningen schrijven in Current Biology dat de koolmees in jaren met zachte winters zijn directe concurrent – de mannelijke bonte vliegenvanger – regelmatig dodelijk verwondt. Hij splijt de schedel van de bonte vliegenvanger met zijn snavel open, en eet zelfs vaak de hersenen op. In sommige jaren leidt dit ertoe dat 8,9 procent van de mannelijke bonte vliegenvangers die in het voorjaar in ons land arriveren zo sneuvelt.

Koolmezen en bonte vliegenvangers concurreren met elkaar om beschikbare nestruimte en om voedsel voor hun jongen (rupsen). Een groot verschil tussen beide soorten is dat de koolmees in ons land overwintert, terwijl de bonte vliegenvanger dat in West-Afrika doet, en juist dat lijkt hem in jaren met warme Europese winters fataal te worden. In zulke jaren zijn er meer mannelijke koolmezen die al vroeg in het jaar geschikte nestplekken hebben geclaimd, en vervolgens geen indringers dulden. Ook speelt mee dat mannelijke bonte vliegenvangers de afgelopen dertig jaar steeds vroeger aankomen, licht Samplonius toe per e-mail. „Vliegenvangers kunnen niet weten of het in Nederland een warm of een koud jaar is, ze zitten in Afrika. Omdat het voorjaar vaker warm is tegenwoordig, kun je maar beter vroeg aankomen als vliegenvanger.” Maar dat betekent dat ze soms dus óók in koude lentes vroeger aankomen. Mezen bewegen juist mee in hun timing met de temperatuur. „Als het warm is, zijn ze vroeg, als het koud is zijn ze laat. In koude voorjaren loopt de broedperiode van mezen en vliegenvangers meer synchroon dan voorheen en dat leidt tot meer competitie om de nestkasten.”

De stad is een speeltuin voor de evolutie van soorten

Het hoge sterftepercentage onder bonte vliegenvangers heeft vooralsnog geen duidelijke invloed op het aantal nakomelingen. Samplonius en Both vermoeden dat dit komt doordat vooral laat arriverende bonte vliegenvangers de dupe zijn van de agressieve koolmeesjes. Waarschijnlijk zijn dit zwakkere mannetjes, die anders mogelijk tóch achter het net vissen bij de zoektocht naar een vrouwtje.

Voor het onderzoek bestudeerden de Groningers tussen 2007 en 2016 in totaal 950 nestkastjes in het Dwingelderveld en het Drents-Friese Wold. In die periode vonden ze achtentachtig gedode bonte vliegenvangers (zesentachtig mannetjes en twee vrouwtjes). In twee gevallen was de dader een pimpelmees, in de overige gevallen een koolmees.

Koolmezen zijn wel vaker agressief tegen andere soorten: soms jagen ze op vleermuizen en kleinere vogels. Samplonius: „Ze zijn ook sterker en zwaarder dan de vliegenvangers, die dus altijd het onderspit delven binnen de nestkast. Daarbuiten zijn de rollen omgedraaid: de vliegenvanger is de betere vlieger.”