Kerk laatste moreel kompas in kleptocratie Congo

Volgens de katholieke kerk heeft niet Felix Tshisekedi de verkiezingen gewonnen maar Martin Fayulu. De kerk had 40.000 waarnemers ingezet. De katholieke kerk speelt in het land een centrale rol.

Oproerpolitie grijpt in bij een demonstratie tegen president Kabila die georganiseerd was door de katholieke kerk
Oproerpolitie grijpt in bij een demonstratie tegen president Kabila die georganiseerd was door de katholieke kerk Foto: Kenny Katombe/Reuters

Congolezen vertrouwen alleen nog de katholieke kerk. Die wordt gezien als het laatste morele kompas in een samenleving waarvan alle vezels door corruptie zijn aangevreten en een kleptocratische politieke klasse het land bestuurt als wingewest.

De kerk had bij de presidentsverkiezingen van 30 december 40.000 waarnemers ingezet en concludeert op basis daarvan dat Martin Fayulu de winnaar is, al noemt ze hem niet bij naam. Toen de kiescommissie donderdag een andere oppositiekandidaat, Felix Tshisekedi, tot winnaar uitriep, liet de kerk weten dat dit „niet overeenkomt” met de observaties van de waarnemingsmissie.

Priesters laten zich niet omkopen, is een van de gedachten achter het vertrouwen dat Congolezen in de kerk stellen. Daarnaast levert de kerk diensten die de staat nalaat te verzorgen. De helft van de Congolezen is katholiek en klampt zich vast aan de kerkleiders voor rechtsbijstand en onderwijs voor hun kinderen. Toen er nog brieven waren verzorgde de kerk zelfs een postdienst door het hele land.

Bij een bezoek aan Kinshasa, twee jaar geleden, werd duidelijk hoe belangrijk de rol van priesters is in het onderwijs. Op het plein van basisschool Saint-Pierre, in 1936 opgericht door een Belgische pater, lag een dode rat, iets verderop speelde een groepje scholieren naast een hoop afval. Het was een van de betere scholen van de hoofdstad, al waren de leslokalen donker en lekten de plafonds. De stank kondigde van grote afstand de toiletten aan.

„De meeste jongeren in Kinshasa gaan helemaal niet naar school”, vertelde het schoolhoofd. „Ze leven op straat als boeven.” Hij lachte wrang: „Zo zie je, als je hier op school zit, behoor je al tot een soort elite.”

De kerk neemt behalve sociale ook politieke verantwoordelijkheid. Pater Oliveira van de parochie in de wijk van de school sprak op rebelse toon: „De waardigheid van de mens moet worden hersteld. De armen hebben een leider nodig, want de situatie is nog nooit zo rampzalig geweest”, fulmineerde hij.

Oliveira doelde op de weigering van president Kabila om de macht op te geven, na een heerschappij van vijftien jaar. De bisschoppen bemiddelden tussen regering en oppositie om toch verkiezingen te houden. Toen Kabila zich niet aan de gemaakte afspraken hield, riep de kerk op tot demonstraties. Dat leidde tot een keiharde confrontatie met de overheid. Wolken traangas hingen in de kerken, leger en politie schoten met scherp en tientallen betogers kwamen om. Bevreesd voor meer geweld gelastten de geestelijken de betogingen af.

De geschiedenis had zich herhaald: ook tijdens het bestuur van de kleurrijke maar meedogenloze Mobutu Sese Seko (1965-1997) kwamen de paters en nonnen in verzet. De dictator liet talrijke demonstranten doodschieten. Toen begin jaren negentig de roep voor een meerpartijendemocratie over het gehele continent klonk, organiseerde Mobutu een nationale conferentie die werd voorgezeten door bisschop Monsengwo. Bedaard maar behendig manoeuvreerde hij maandenlang tussen de belangen van de honderden politieke partijen en de overheid.

In 2003, toen Monsengwo inmiddels aartsbisschop was, klonk hij heel anders. De legers van Rwanda en Oeganda waren Oost-Congo binnengevallen, voerden onderling een vernietigende oorlog in Kisangani en roofden grondstoffen. „Kisangani is een stad van martelaren geworden”, zei hij. „Niemand houdt ervan bezet te worden.” Met Rwandese soldaten aan de poort van zijn parochie toonde hij zich een moedig man.

Niet het gemeentehuis, maar de kerk vormde het centrum van de stad. Buiten het gebouw zaten jongeren ’s avonds in het schijnsel van lampen te studeren, omdat er nergens anders stroom was.

De duizenden priesters staan dicht bij het volk. In de dorpjes en steden zijn zij de toeverlaat voor de armen. In een land waar politieke meningen op fluistertoon worden geuit, spreken zij de waarheid.

Een voorbeeld is Abe Makelele, een priester uit een dorpje honderd kilometer van Kisangani. Heel voorzichtig sipte hij aan een flesje bier. „Ik kan me een fles per maand veroorloven, dus ik wil er lang over doen”. Hij vertelde hoe ook in zijn dorp de Rwandezen vrijelijk burgers doodden. „Ik weet dat ik als geestelijke vrede moet prediken”, zei hij, „maar de Rwandezen hebben ons land gekoloniseerd. Als ik zou kunnen, zou ik hen vermoorden.” Menig Congolees werd in die tijd vermoord voor dergelijke rebelse uitspraken.

De geestelijken zijn geen revolutionairen. Ze schrikken terug voor geweld. Toch laten ze zich niet intimideren. Na de bekendmaking van de controversiële uitslag donderdag riepen ze op tot kalmte. Maar ze hielden ook vast aan hun eerdere waarneming, dat de ware winnaar van de verkiezingen Martin Fayulu is.