Voorbereiden op de marathon: Hardlopen in een vreemde stad

42,195 km Schrijver Abdelkader Benali maakt zich op voor de marathon van Rotterdam. Hoe bereidt hij zich voor?

Illustratie Merel Corduwener

De afgelopen dagen train ik voor de marathon in de Noord-Marokkaanse havenstad Tanger. Om de dag loop ik een identiek rondje dat nooit verveelt. Vanaf mijn vertrekpunt duikt de weg steil naar beneden, waarna hij uitkomt bij de boulevard. Vier kilometer lang kronkelt die langs de Middellandse Zee. Bij een drukke verkeersrotonde maak ik rechtsomkeert, om me op te maken voor de stijging in de laatste kilometer.

Met het marathonschema op zak is er geen excuus om niet te trainen. Toch vond ik in den vreemde hardlopen in het begin lastig. Niet overal is het normaal dat er hardlopers in het dagelijks verkeer opduiken. In Tanger merk ik dat wanneer ik me een weg moet banen door de drukke winkelstraat: auto’s, taxi’s en bussen hebben nauwelijks oog voor mij.

Eenmaal aangekomen bij het brede stuk begint de volgende uitdaging: de voetgangers die het hele vlak van de boulevard zo’n beetje als hun domein beschouwen. Ze zien me van heinde en verre aankomen, maar een stapje opzij zetten? Ho, maar!

Hardlopen tussen de slaapwandelaars, is het. Die man van middelbare leeftijd die daar zo snel gaat, is een bezienswaardigheid. „Rennen! Rennen!”, hoor ik ter aanmoediging, of ook: „Op je gezondheid.” Een keer liep een jongen het hele stuk met me mee. Hij had talent.

Het moeilijkste deel van de training in den vreemde zijn de eerste meters. Wanneer ik in een hotel verblijf, kan dit tot ongemakkelijke situaties leiden. Slechts gekleed in korte broek en hardloopshirt val ik uit de toon bij de andere gasten in de lift. Ik zet dan mijn meest charmante, dromerige blik op, alsof ik zelf ook niet weet hoe ik in deze situatie ben terechtgekomen.

Wanneer ik terugkom is het ongemak over mijn fysieke aanwezigheid nog wat groter. Zweetlucht omringt me, iedereen kan die ruiken. Vroeger was dat een reden om de trap te nemen, niet de lift. Tegenwoordig maal ik er niet om. Gewoon blijven glimlachen.

Voordat ik ga hardlopen in een vreemde stad wandel ik eerst grote stukken, om het gebied te verkennen – Google Maps helpt me. Elke stad heeft wel een stadspark. En de rivier die door de stad kronkelt wordt steeds vaker ingericht als hardloopgebied. ’s Avonds hardlopen in een vreemde stad doe ik liever niet. Zones die overdag bruisen van leven en gezelligheid kunnen na zonsondergang veranderen in ongure plekken. In de Ghanese hoofdstad Accra liep ik langs een drukke verkeersader, die vol stond met diesel uitstotende vrachtwagens. De enige keer dat een training schadelijk was voor mijn gezondheid.

De beste indicatie of een buitenlandse stad hardloopvriendelijk is: het aantal lopers dat er draaft. Strava, de handige hardloop-app, biedt wat dat betreft uitkomst. Fanatieke lopers leggen er hun favoriete routes op vast. De avontuurlijkheid van het lopen in den vreemde is er daarmee wel vanaf, toch ga ik liever voor zekerheid.

Want het ergste wat je als hardloper kan overkomen, is de weg kwijtraken. Er is niets kwetsbaarders dan een lichaam dat niet weet welke kant het op moet om thuis te komen.

    • Abdelkader Benali