‘In China liggen voor architecten veel meer kansen’

John van de Water Architect in China

De Nederlandse architect John van de Water kreeg de opdracht voor een nieuw vliegveld in de Chinese provincie Shandong. „Het land is groot, de opgaven in China zijn enorm.”

Een van de ontwerpen van Next Architects in China, het Beijing Times Square in Beijing. Het complex van zo’n 138.000 m2 is volledig is gewijd aan de creatieve industrie, media-onderzoek, -productie en -tentoonstellingen.
Een van de ontwerpen van Next Architects in China, het Beijing Times Square in Beijing. Het complex van zo’n 138.000 m2 is volledig is gewijd aan de creatieve industrie, media-onderzoek, -productie en -tentoonstellingen. Foto Xiao Kai Xiong

„Hoeveel vliegvelden heeft u al gebouwd?” Het is een vraag die architect John van de Water van architectenbureau NEXT regelmatig krijgt in China. Hij werkt en woont er nu bijna vijftien jaar. „Niet één”, moet hij daarop antwoorden, want in Nederland worden er anders dan in China nu eenmaal hoogst zelden nieuwe vliegvelden gebouwd. Van de Water bouwde wel musea, hoteltorens, kantoren, bruggen, appartementencomplexen, bibliotheken en operahuizen door heel China.

„In Europa krijg je als architect op je zeventigste misschien een keer de opdracht voor een operahuis. Dat is dan de kroon op je werk. Ik ben hier momenteel bezig met twee operahuizen”, zegt Van de Water, die kantoor houdt in een oude drukkerij van kinderboeken in het noorden van Beijing. Daar werken zo’n 45 Chinese architecten. „Ik zeg dat niet om aan te geven hoe goed we zijn, maar om te laten zien hoeveel kansen er in China liggen.”

Architect John van de Water: „” Foto Xiao Kai Xiong

Van de Water kan binnenkort de bouw van een vliegveld aan zijn CV toevoegen. Eerder deze maand kreeg hij bericht van de burgemeester van Jinan, de hoofdstad van de Oost-Chinese provincie Shandong: architectenbureau NEXT mag een tweede vliegveld bouwen in Shanhe bij Jinan. De contracten zijn getekend, al voordat NEXT een tekening had aangeleverd. „Er staat nog niets op papier, maar begin 2019 gaan we de eerste ontwerpen presenteren en eind 2019 moet de bouw beginnen”, aldus Van de Water laconiek. Nu is er nog niets meer dan een ongebouwd terrein.

De opdracht voor het vliegveld dankt Van de Water aan zijn boek Je kunt China niet veranderen, China verandert jou, dat vanaf 2011 in het Nederlands, Engels en Chinees verscheen. De burgemeester van Jinan las het op een vliegveld. „Hij dacht, ik moet ze eens uitnodigen, en toen zijn we het geworden”, zegt Van de Water.

Het verhaal van Van de Water klinkt bijna te mooi om waar te zijn: een jonge, ambitieuze architect trekt in 2004 naar China omdat daar kansen liggen. In 2018 heeft hij meer gebouwd dan hij anders waarschijnlijk in zijn hele leven in Nederland had kunnen bouwen. Het grootste architectuurproject dat NEXT in China momenteel in aanbouw heeft , is een conferentie-centrum in Binnen-Mongolië van 420.000 m2.

Tijdelijk

„Het gaat hier anders”, zegt hij. De nadruk ligt vooral op veel en groot, maar het is niet allemaal voor de eeuwigheid. „Toen ik in 2004 wegging uit Nederland kregen we een opdracht voor een kinderdagverblijf in Amsterdam, ons eerste grotere openbare gebouw. Dat werd in 2011 opgeleverd.” In China ging het anders: „In 2007 ging ons eerste nieuwe gebouw in China in uitvoering. Dat werd in 2010 alweer afgebroken”, aldus Van de Water. „Het maakt je bewust van de grotere tijdelijkheid waar je in China aan werkt.”

China kijkt inmiddels heel anders tegen westerse architecten aan dan in 2004. „Toen was je meerwaarde vooral dat je exotisch was”, zegt Van de Water. In de aanloop naar de Olympische Spelen van 2008 en de Wereldexpo van 2010 in Shanghai zag hij dat veranderen. „Je meerwaarde was dat je als buitenlandse architect ervaring had met zaken die toen gebouwd moesten worden.”

Vanaf 2014 verandert dat. Van de Water vergelijkt de prijsvraag voor het Guggenheim-museum in Helsinki in 2014 met die voor het Paleismuseum in Beijing in 2015. Het ging om projecten met een vergelijkbare schaal. „Voor Helsinki waren er tweeduizend inzendingen, iedereen van over de hele wereld deed mee”, zegt Van de Water. „Achteraf kwamen alle inzendingen ook op internet.” Die openheid staat in schril contrast met wat er in China gebeurde. „Aan de prijsvraag voor het Paleismuseum in 2015 mochten buitenlanders niet meedoen. Ze zouden te weinig kennis hebben van Chinese cultuur.”

‘Vreemde architectuur’

In 2016 verklaarde de Chinese president dat er in China geen ruimte meer was voor „vreemde architectuur.” Dat leidde tot de nodige verwarring. „Er ontstond een enorme onzekerheid over hoe ‘vreemdheid’ zich verhield tot innovatie, tot creativiteit en tot buitenlands denken”, zegt Van de Water.

Van de Water kreeg er persoonlijk mee te maken. Hij had een rozenmuseum ontworpen dat al in aanbouw was. Dat moest door een nieuwe commissie heen om te beoordelen of het wel of niet vreemd was. „Daar is een dag over vergaderd, maar het is uiteindelijk niet als vreemd beoordeeld.”

Een aantal andere projecten van NEXT moest wel worden aangepast, zonder dat duidelijk werd waarom nu precies. Zo was er een project in Beijing van veertien torens die verbonden waren met luchtbruggen op verschillende hoogtes om te zorgen dat mensen elkaar makkelijk zouden kunnen ontmoeten. Die luchtbruggen zijn afgekeurd. Het project is nu in aanbouw zonder bruggen. „Je bent in China onderdeel van een ingewikkeld spel dat veel groter is dan alleen je architectuurvakgebied.”

Juist door incidenten als deze hebben veel buitenlanders het gevoel dat ze niet meer echt welkom zijn in China. Van de Water ziet dat anders. „In mijn eigen praktijk merk ik dat de ruimte alleen maar toeneemt. Maar die ruimte is niet vanzelfsprekend. Het land is groot, de opgaven zijn enorm en je kennis wordt zeer gewaardeerd. Maar dan moet je China wel proberen te begrijpen in plaats van te beleren.”

    • Garrie van Pinxteren