Waarom aaien we honden en eten we varkens?

Veganisme NRC-redacteur Derk Walters eet sinds 2015 geen dierlijke producten meer. Daar vinden mensen van alles van, maar zelden vragen ze hem: waarom eigenlijk?

Deze foto is van de Amerikaanse kunstenaar Areca Roe, uit haar project Housebroken.
Deze foto is van de Amerikaanse kunstenaar Areca Roe, uit haar project Housebroken. Foto Areca Roe

Het is een anekdote die ik in mijn jeugd geregeld heb gehoord, en waarvan verschillende varianten bestaan. Zoals ik haar ken, gaat ze ongeveer zo: „Ik heb een neef die een zomer in een krokettenfabriek gewerkt heeft. Toen-ie eenmaal wist hoe ze gemaakt werden, hoefde hij van z’n leven geen kroket meer.”

Voor kroket kun je ook frikandel invullen, of worstenbroodje. Het was de bedoeling van de verteller van het verhaal om de toehoorders lekker te laten gruwelen. Het deed je stilstaan bij de ingrediënten van de meest doorsneesnack in de snackbar. Er ging slachtafval in zo’n kroket, beweerde men, en uiers. Koeienogen. Liters vet. Restvlees, zo van het karkas geschraapt, ook wel separatorvlees genoemd.

Als je eenmaal wist wat er in kroketten zat, zou je ze nooit meer moeten willen eten. Toch bleef ik na het horen van het verhaal kroketten eten. Ik bleef nog jarenlang kroketten eten, en ook ander vlees, bijna alle soorten vlees eigenlijk, behalve vlees waarbij je het idee kreeg dat je op een pees zat te kauwen, daar hield ik niet zo van.

Jarenlang was vlees eten voor mij zo gewoon als ademhalen. Totdat ik op mijn vijfendertigste verjaardag een verandering onderging die de meeste mensen als radicaal zullen beschouwen. Niet alleen eet ik sinds die dag geen vlees, ik consumeer geen enkel dierlijk product meer. Ik ben een overnight vegan – van vleeseter werd ik veganist, zonder het tussenstapje van vegetariër.

Het klopte met de anekdote over de krokettenfabriek. Bij het eten van een kroket lopen je verstand (‘dit is niet in de haak’) en je gevoel (‘lekker’) niet gelijk op. Maar als je er dieper over nadenkt, geldt dit voor het eten van alle vlees. Niet omdat de ingrediënten onbekend zijn, maar omdat we de dieren die we eten op een weerzinwekkende manier behandelen. Ergens wist ik heus wel dat de bio-industrie niet deugt. En dat je daar, als je dieren eet, aan bijdraagt. Maar ik was net zo’n hypocriet als iedereen: wel de lusten, niet de gewetensnood.

Biggetjes zijn al jong in staat om hun naam te leren en te reageren wanneer ze geroepen worden

Mijn overnight bekering klopte ook met mijn omgeving. Wat mij hielp, is dat ik destijds in Tel Aviv woonde. Terwijl veganisme in Nederland drie jaar geleden nog een marginaal fenomeen was, hadden restaurantjes in dit Israëlische hipsterparadijs al vrij standaard plantaardige opties op het menu staan. Een Georgisch restaurant bij mij in de buurt was helemaal veganistisch geworden, evenals een pizzeria. En dan had je nog overal falafel met hummus. Het werd me, kortom, ook wel erg makkelijk gemaakt. En wat was het lekker!

Anders kijken

Ik besloot samen met mijn vriendin een vegan challenge te doen: eet eens een week geen dierlijke producten. In het begin was dit vooral een praktische uitdaging; pas wanneer je erop gaat letten, blijkt dat er in de meest buitenissige etenswaren nog dierlijke producten verwerkt zitten, tot drop en pindasaus aan toe. Het weekje beviel goed. We gingen door. En gaandeweg veranderde de praktische uitdaging in ideologische overtuiging. Bij mij kwam het omslagpunt door het kijken van de documentaire Earthlings, waarin de stem van voice-over Joaquin Phoenix verontrustende beelden begeleidt van hoe de mens met dieren omgaat. Na een minuut of vijftien kon ik er niet meer tegen. Ik barstte in huilen uit. Het besef daalde in dat er werkelijk geen rechtvaardiging voor dierenmishandeling te bedenken is.

Dat ik mijn gewoonten uiteindelijk veranderde, is omdat ik anders ging kijken. Waarom aaien we honden en eten we varkens? Omdat we er niet bewust bij stilstaan dat varkens intelligente, gevoelige dieren zijn. Biggetjes zijn al jong in staat om hun naam te leren en te reageren wanneer ze geroepen worden. Varkens zijn aanhankelijk en sociaal, genieten van het gezelschap van mensen.

De documentaire Earthlings (let op: de beelden kunnen als schokkend worden ervaren).

Totdat je ze opeet. Mensen eten een dood dier dat ze, als het levend in hun huiskamer had gescharreld, onder geen beding iets zouden willen aandoen. Maar in de supermarkt ziet het er zo onherkenbaar uit, verpakt als karbonaadje of speklap, dat ze bij het eten ervan geen enkele gedachte hoeven te wijden aan het daadwerkelijke dier waarvan dit vlees het lijf vormde. Had je geweten dat het karbonaadje Barry heette, en dat het van balspelletjes hield, dan had je het niet meer gelust.

En ook al dacht ik wel iets over de bio-industrie te weten, ik was verbijsterd toen ik mezelf eens goed ging informeren. Miljoenen dieren leven beklagenswaardige levens, verstopt in stallen (die ook nog weleens willen afbranden). Voor ons eetgenot mesten we ze vet in omstandigheden die in het geval van honden onvermijdelijk tot volkswoede en Kamervragen zouden leiden. Maar we hebben besloten dat varkens en koeien ‘anders’ zijn.

Ik zeg ‘verstopt’; de stallen en de slachthuizen waar hun levens zich afspelen, worden zorgvuldig aan ons zicht onttrokken. We zien letterlijk niet wat zich daar afspeelt. Die neef in de fabriek stopte pas met kroketten eten toen hij met eigen ogen had gezien hoe ze gemaakt werden. Van Paul McCartney is de uitspraak dat iedereen vegetariër zou zijn als slachthuizen glazen wanden zouden hebben.

Bewust werd ik mij ook van de klimaatschade die het gevolg is van vlees eten. Ik leerde dat er vijftienduizend liter water nodig is om één kilo rundvlees te produceren, en dat je daarvan driehonderd dagen kunt douchen. Het eten van vlees draagt bij aan CO2-uitstoot, ontbossing, vermesting en verzuring van de bodem en verkwisting van graan. We vreten onszelf naar de verdommenis.

Lees ook: De vloek van het vlees: slecht voor klimaat, milieu en mensheid

Toen me eenmaal de schellen van de ogen vielen, zou het, normaal gesproken, tijd zijn geweest om vegetariër te worden. Geen vlees meer voor mij.

Geïndoctrineerd

Maar dat zou toch een beetje de laffe optie zijn geweest. Wat ik echt nooit had beseft, is dat zuivel, eieren, ja eigenlijk alle dierlijke producten net zulk onnoemelijk leed veroorzaken als vlees eten alleen. Kalfjes worden enkele uren na hun geboorte bij hun moeder weggehaald omdat het niet de bedoeling is dat zij hun eigen moedermelk opdrinken; dat doen wij voor ze. En door eieren te eten, draag je bij aan de massamoord op mannelijke kuikens, die geen economisch nut hebben en kort na hun geboorte in de versnipperaar belanden. In Nederland worden per jaar 45 miljoen haantjes gedood, wereldwijd 3,2 miljard. Al had ik nog dierlijke producten willen eten, vanaf dat moment kon ik het niet meer. Veganist word je met je verstand én met je hart.

Inmiddels weet ik in supermarkten blindelings de koekjes zonder dierlijke producten te vinden, betoog ik bij hoog en bij laag dat mijn plantaardige mayonaise elke eiervariant moeiteloos verslaat en ben ik kind aan huis in de veganistische restaurantjes die Amsterdam in de tussentijd veroverd hebben. Ook in Nederland is het niet zo moeilijk meer om veganist te zijn.

Wat er nog wel is, is het onbegrip.

Vlees eten is in essentie een vrij extreme vorm van cognitieve dissonantie. In 2001 muntte de Amerikaanse sociaal psycholoog Melanie Joy het begrip ‘carnisme’: de heersende ideologie waarin mensen geconditioneerd worden om het consumeren van dierlijke producten te rechtvaardigen. We zijn zo gehecht aan ons vlees en zo geïndoctrineerd dat het normaal is dat we defensief of zelfs agressief reageren wanneer we het idee hebben dat iemand het van ons wil afpakken.

Lees ook: Vlees eten, hoe gek is dat?

In 2017 publiceerde dierenrechtenorganisatie Animal Rights undercoverbeelden die gemaakt waren in een Belgisch slachthuis. Te zien was hoe varkens werden geschopt, geslagen en hoe ze bij hun volle bewustzijn waren toen hun keel werd doorgesneden. De situatie in dit slachthuis was verre van uitzonderlijk; dat de beelden zo choqueerden, komt doordat dit toestanden zijn die wij normaal gesproken niet zien. Die wij niet mogen zien.

Ik besprak het filmpje met een vleesetende collega. Hij vond het nieuws ronduit afschuwelijk, maar had de beelden zelf niet gezien: „Nee, dat kan ik echt niet kijken hoor!” Voor de lunch bestelde hij vervolgens gewoon weer een broodje ham. Over Koreanen die honden eten zijn we verontwaardigd, maar wat is het principiële verschil tussen een hond en een varken?

Denk niet dat ik de spagaat van de vleeseter niet begrijp. Jarenlang was ik er ook een. In mijn achterhoofd wist ik dat er iets niet deugde, in de praktijk at ik de ene hamburger na de andere kapsalon. Als er maar geen pees in zat.

Lees ook: Veganisten moeten niet zo moralistisch zijn, vindt deze veganist

Als mensen horen dat ik veganist ben, krijg ik meestal vragen over boodschappen doen, over gezondheid en over hoe lastig het is met etentjes. Of ze testen mijn argumenten door me een extreem scenario voor te houden: ‘Stel, je zit maandenlang op een onbewoond eiland…’

Naar mijn beweegredenen wordt verrassend genoeg zelden of nooit gevraagd. Mijn these is dat mensen het antwoord liever niet horen. Want dan ontkomen ze niet aan reflectie op hun eigen eetgedrag. En dat is confronterend. Het risico is ook dat ik overkom als een moralist, omdat ik iets ‘goeds’ doe en zij iets ‘fouts’.

Maar ik ben natuurlijk helemaal geen beter mens dan wie ook. Ik ben simpelweg iets te weten gekomen wat ik niet meer kan on-weten. Daar handel ik naar. En ook al ben ik allergisch voor alles wat naar zweverigheid zweemt: mijn gedrag is prettig in overeenstemming met mijn gevoel. Dieren eten, dat voelt helemaal niet goed. Je hebt het pas door als je het ziet.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Derk Walters