‘Ik hou dit niet vol tot mijn 67ste’

Lichamelijke klachten Monteur Jan Bouman moet nog ruim vijf jaar doorwerken, maar zoekt een manier om eerder met pensioen te gaan.

Jan Bouman (61) vindt het niet eerlijk. Zijn rug is „helemaal versleten”, na een loopbaan van veertig jaar als monteur van spoorwissels en -seinen. Eerst bij de NS, nu bij spoorbedrijf Strukton Rail.

Vroeger had Bouman erop gerekend dat hij op deze leeftijd al bijna met pensioen zou kunnen gaan. Dat deed iedereen na veertig dienstjaren. Je kon gebruik maken van het ‘functioneel leeftijdsontslag’, een pre-pensioenregeling waar alle werknemers aan meebetaalden.

Maar die regelingen bestaan niet meer en de AOW-leeftijd is verhoogd. „Nu moet ik door tot 67 jaar en drie maanden. Dat ga ik echt niet volhouden.”

Bouman hield van zijn werk, maar het was ook zwaar, vooral als hij een week lang ‘storingsdienst’ had. Vroeger betekende dat: zeven dagen achter elkaar, vierentwintig uur per dag beschikbaar zijn om naar een sein- of wisselstoring te gaan.

Zo’n storing moest binnen een vooraf afgesproken tijd gerepareerd zijn. „Daar staat heel veel druk op. En ik ben een perfectionist. Ik heb twee keer een burn-out gehad, niet alleen door mijn werk, maar het droeg er wel aan bij.”

Bouman kreeg langzaam lichtere taken van zijn baas. „Ik hoefde geen storingsdiensten meer te doen, omdat de stress niet goed voor me was.”

Maar toen kreeg Bouman lichamelijke klachten. „Ik had al veel langer last van mijn rug, maar die pijn werd een jaar of vier geleden veel heftiger. Mijn onderrug bleek helemaal versleten te zijn en mijn heup ook.” Daar valt weinig aan te doen, volgens de artsen. „Ik moet leren omgaan met de pijn.”

Bouman vroeg de arbeidsongeschiktheidsuitkering WIA aan, maar uitkeringsinstantie UWV oordeelde aanvankelijk dat hij best volledig kon werken, zegt Bouman. „De verzekeringsarts die me keurde, was spijkerhard. Die zei: ‘Kun je je linkerarm omhoog doen, en je rechterarm? Mooi, dan kun je ze gebruiken’.”

Gelukkig, zegt hij, lukte het later alsnog om een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering te krijgen. Daarnaast werkt hij halve dagen bij Strukton, waar hij fysiek lichter werk heeft gekregen. Zo verzorgt hij interne opleidingen. „Ik leer mijn collega’s wat er allemaal fout kan gaan in de wissels en seinen en hoe ze dat moeten oplossen”, zegt Bouman. „Dat is mooi om te doen, maar na een paar uur werken ben ik gesloopt door de pijn. Dan rij ik op de cruise control naar huis en ga ik meteen liggen.”

Het duurt nog ruim vijf jaar voordat Bouman recht heeft op een AOW-uitkering. „Maar dat ga ik echt niet volhouden. Ik hoop dat het me lukt om op mijn 65ste te stoppen.” 

Hoe gaat hij dat betalen? „Geen idee. Misschien haal ik mijn aanvullend pensioen wat naar voren, ook al wordt het dan wat lager. Dat moet dan maar.”