Even voelden Frodo en Bilbo heel dichtbij

Kunst op reis Waar leefden kunstenaars? Op reis naar de plekken waar zij hun stempel drukten. Deze week de stad van J.R.R. Tolkien: Oxford.

Het graf van J.R.R. Tolkien.
Het graf van J.R.R. Tolkien. Foto’s iStock, Shutterstock

Brieven lagen er op het graf van John Ronald Reuel Tolkien (1892–1973) en zijn vrouw Edith Mary Tolkien (1889-1971). Brieven en bloemen. En een joint, die enigszins uit de toon leek te vallen op die rustige katholieke begraafplaats in het Engelse Wolvercote. Aan de andere kant: Tolkiens beroemdste boeken, De Hobbit en In de ban van de Ring, waren in de jaren zestig en zeventig geliefd onder hippies. In de fantasyboeken meenden ze verwijzingen naar drugsgebruik te zien: zo zou de door de hobbits gerookte tabak weleens een hallucinerende werking kunnen hebben.

Het was een druilochtend en ik had zojuist de bus genomen vanuit Oxford naar de begraafplaats, iets ten noorden van de stad. Eerst was ik al uitgestapt in de buurt van Northmoor Road, om te kijken naar nummer 20: het huis waar de van oorsprong Zuid-Afrikaanse schrijver van 1930 tot 1947 had gewoond met zijn gezin. De vier jaar daarvoor hadden ze in het buurhuis gebivakkeerd, op nummer 22.

Het huis was net zo grijs als de lucht, het oogde Engels en groot. De gordijnen waren dicht, vermoedelijk sliep de huidige eigenaar nog. Ik vroeg me af of hij of zij van Tolkiens boeken hield, misschien zelfs nog zijn oude bureau in bezit had, en of wonen in zo’n beroemd huis invloed zou hebben op je creativiteit. Ook vroeg ik me af wat ik hier deed, waar ik naar op zoek was. Tolkien was al decennia dood. In Zuid-Afrika was ik ook niet gaan kijken in zijn geboortestad Bloemfontein, waarom wilde ik hier dan wél heen? Alleen omdat het logistiek binnen de mogelijkheden lag?

Na vijf minuten kijken voelde ik me een voyeur, en liep in een half uur door naar de begraafplaats. Nóg voyeuristischer.

Over hobbits mijmeren

Op het graf legde ik een kastanje, die ik daags tevoren had opgeraapt onder een boom op Pembroke College, waar Tolkien jarenlang hoogleraar Angelsaksische taal was. Ik stelde me voor hoe hij in zijn pauzes, gezeten met zijn rug tegen de stam van diezelfde kastanjeboom, over hobbits had zitten mijmeren. ‘Dag’, mompelde ik tegen de grafsteen, waarop ook de namen ‘Beren’ en ‘Lúthien’ stonden geschreven. In Tolkiens werk was Beren een mensenman die de elfenvrouw Lúthien hartstochtelijk beminde – geen wonder dat hij de namen ook gebruikte voor zichzelf en zijn echtgenote.

The Eagle and Child, de pub in Oxford waar Tolkien met zijn literaire discussiegroep de Inklings samenkwam. Foto’s iStock, Shutterstock

Die avond dronk ik met vriendinnen bier in The Eagle and Child, de pub in Oxford waar Tolkien met zijn literaire discussiegroep de Inklings op dinsdagen vaak samenkwam. Op donderdagen vonden de bijeenkomsten vaak plaats op Magdalen College, waar een van de andere beroemde leden – C.S. Lewis, die De Kronieken van Narnia schreef – doceerde. En kijkend naar de foto’s aan de muur wist ik weer wat me hier bracht. Tolkien was mijn jeugdidool geweest. Vanaf mijn zevende, toen ik voor het eerst De Hobbit las, tot aan mijn zeventiende, toen ik de eerste Lord of the Rings-film zag in de bioscoop, herlas ik zijn boeken vrijwel elk jaar. Al die tijd was Midden-Aarde een wereld om in weg te dromen. De films waren met mijn fantasiebeelden gaan interfereren en geleidelijk was ik mijn interesse in de jaarlijkse herleessessies verloren. Maar daar in die pub in Oxford voelden Bilbo en Frodo voor even weer heel dichtbij.

De oude huizen van Tolkien (20 en 22 Northmoor Road) zijn niet van binnen te bezichtigen. Wolvercote Cemetery ligt in het noorden van Oxford: 447 Banbury Road, dagelijks open. Pembroke College (St. Aldate’s, Oxford) is in het laagseizoen te bezoeken op afspraak, zie www.pmb.ox.ac.uk The Eagle and Child zit op 49 St Giles’, in Oxford
    • Gemma Venhuizen