Een allerliefste glimlach, maar soms wat grofstoffelijk

Foto Walter Herfst
Foto Walter Herfst

In De terugkeer van Opoe Herfst (1986) rekent Jan Oudenaarden de uitdrukking ‘ammehoela’ tot het Rotterdamse taaleigen; als betekenis geeft hij: nooit van m’n leven, als synoniemen: ammereet, je kan me neus uit, je kan me klote kusse. Daar is inderdaad geen woord Grieks bij.

Je weet dus, ook al vind je het een naam „die precies aangeeft waar de Rotterdammer voor staat: no nonsense”, wat je doet als je je restaurant Amehoela noemt. De zaak opende anderhalf jaar geleden aan de Mauritsweg, pal naast De Unie. Het ‘hoela’, zegt de website, is een knipoog naar Polynesië: „Een smeltkroes van de tropen met een Rotterdams randje, dat is Amehoela in een notendop.”

(Overigens verwijst ‘ammehoela’ niet naar de tropen, maar naar koning Amanoellah van Afghanistan die een eeuw geleden zijn land wilde verwestersen. Hij werd afgezet.)

Eindeloze, wuivende palmbomen

Als we op zo’n nattige januariavond die al halverwege de middag begon de deur van Amehoela openzwaaien, voelen we ons meteen ondergedompeld in een tropische sfeer. Uit de boxen klinkt lekkere muziek (meer Caribisch aandoend dan Hawaïaans, maar vooruit), op de lange zijwand worden in een eindeloze loop wuivende palmbomen en klaterende watervallen geprojecteerd en aan het plafond hangen ventilatoren voor het Under the volcano-effect. Het ontbreekt er nog aan dat het bedienend personeel in rieten rokjes loopt. Wel krijgen we met een allerliefste glimlach de cocktailkaart aangereikt. We kiezen een pornstar martini en een sneaky motherfucker, wat kan ons het schelen.

De menukaart is met start, sides, mains en end alleszins overzichtelijk, de letters V, F en M staan voor vegetarisch, vis en vlees. We nemen de pimientos de padron, kleine gefrituurde paprika-achtige pepertjes met zeezout, en de quesadillas. Van die pepertjes wordt vermeld dat „1 op de 10 welleens [sic] pittig zou kunnen zijn”, maar wij vinden ze alleen maar bitter en daardoor niet lekker en het is nog een schaal vol ook. De quesadillas daarentegen zijn dik in orde, rijkelijk voorzien van blokjes avocado, mais en rode paprika.

A-me-hoe-la-da-ge-friet

Als hoofdgerecht neem ik de amehoelaribs, mijn vrouw versmaadt de bad-ass-burger en kiest de pollos-hermanos-burger: „Gers en vers”, aldus de kaart. Voor alle zekerheid laten we een en ander vergezeld gaan van de a-me-hoe-la-da-ge-friet die is geïnspireerd door de aartsvader van de Rotterdamse patatjes, Bram Ladage. Als je dat weet, snap je ook de wat trekkerige woordspeling.

Geestig is dan wel de escobar, een cocktail die wordt geserveerd op een spiegel met lijntjes wit poeder. „Het is maar poedersuiker, hoor”, zegt het meisje dat ons bedient geruststellend.

Beide hoofdgerechten worden — alsof we in een Franse bistro anno 1974 zitten — geserveerd op een houten plank en met mayootjes zus en mayootjes zo. De spareribs zijn goed bereid; het vlees laat zich gemakkelijk van het bot vallen. Eigenlijk zijn die frietjes te veel van het goede, ook omdat we nog aanspraak willen maken op de cheesecake en de chocolade-amehoelava-cake.

Het verorberen van de cheesecake is nog een hele onderneming, want je moet een kleine bloempot tot de bodem uitlepelen. Bovenop liggen wat kruim en een paar blaadjes basilicum zodat het er, voordat je aanvalt, uitziet als een plantje dat te lang geen water heeft gekregen. Lekker, maar misschien wat grofstoffelijk.

Nieuwe hobby

Hierna geef ik te kennen dat ik een glas rum wil drinken maar dat ik geen verstand heb van rum. Prompt vervoegt zich de bartender aan onze tafel met vier flessen waaruit ik mag proeven. Rum wordt gestookt van wat overblijft na het winnen van suiker uit suikerriet, de kleur ontstaat tijdens de opslag in houten vaten. Er is ook witte rum die rechtstreeks van suikerrietsap wordt gemaakt (‘rhum agricole’). De barman vertelde het allemaal zo aanstekelijk dat ik ineens een nieuwe hobby heb. Alleen thuis nog even plaatsmaken.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.

    • Frank van Dijl