Recensie

Met de Kia E-Niro is de droomauto niet meer alleen voor de rijken

Autotest De Kia E-Niro maakt diepe indruk. Design, techniek, concept; drie keer nul fout, schrijft .

Kia E-Niro bij Vaneman Automotive in Amsterdam.
Kia E-Niro bij Vaneman Automotive in Amsterdam. Foto Merlijn Doomernik

Hoe kan het dat ik in een elektrische auto van Koreaanse makelij moet denken aan Fukuyama’s Einde van de geschiedenis? De Amerikaanse socioloog/politicoloog beschreef in de jaren 90 hoe de liberale democratie uiteindelijk alle concurrerende staatsvormen zou verdringen. In historisch perspectief stond vast dat geen systeem voor de belangen van het volk een beter vangnet vormde; gelijkberechtiging brengt evenwicht. Die voorspelling leek aardig uit te komen. De muur viel, het Sovjetrijk bezweek. Maar altijd dacht ik: áls het wezen van de mens competitie is en áls met alle ideologische botsingen van dien technologische revoluties op papier egalitaire samenlevingen keer op keer zullen splijten in een boven- en een onderkant, hoe kan een wetenschapper dan geloven in een happy end?

Toch ziet het er naar uit dat de Kia E-Niro voor de geschiedenis van de auto is wat de democratie in Fukuyama’s lijn van denken voor die van de samenlevingsvormen was; de grote gelijkmaker.

Tot voor kort was de droomauto het privilege van de rijken. Bovenaan de voedselketen stonden onbetaalbare Mercedessen, Rolls-Royces, Ferrari’s en Lamborghini’s. Hun superieure comfort dan wel prestaties waren valide argumenten voor hun prijs. Voor wie niet zonder dacht te kunnen, had het zin de beurs te trekken. Anderzijds spleet het bezit de samenleving in een handvol winnaars en veel meer verliezers wier frustraties altijd weer de grondstof zijn geweest voor een revolte tegen de bestaande orde. En het enige bestrijdingsmiddel, weten markt en overheid, is betaalbare welstand voor iedereen. De breedbeeldtelevisie van 500 euro, spotgoedkope vluchten, een Opel met leren bekleding voor een vriendenprijs bieden meer bescherming tegen oorlog dan de Europese Unie.

In de jaren negentig begon de industrie de hiërarchie te ontwrichten met een pacificatiestrategie voor de middenklasse. Kleinere, betaalbare auto’s werden stiller, sneller, luxueuzer. De VW Golf werd de Mercedes voor de kleine man en rond 2010 kon je met elke bescheiden middenklasser van 20.000 euro zonder hoofdpijn naar Zuid-Frankrijk. De jaloezie op de bovenbouw verflauwde en de eerste Mercedes-rijders stapten van een S-klasse naar kleinere modellen over, die eigenlijk net zo goed reden. Het waren de eerste tekenen dat de materialistische instincten tot bedaren kwamen en de post-klassenmaatschappij realiteit zou kunnen worden.

Feilloos hebbeding

Nu is de Kia E-Niro met zijn 204 pk sterke elektromotor voor 42.000 euro zo stil en gerieflijk als een S-klasse. De auto maakt diepe indruk. Hij rijdt 450 kilometer op een acculading – in een strenge winter misschien 350 , maar dan nog. Hij heeft stuur- en stoelverwarming, een multimediapakket om te zoenen, voor een paar duizend meer elektrische stoelen met leren bekleding. Design, techniek, concept: drie keer nul fout. Een feilloos hebbeding waar je vijftien jaar geleden 80.000 voor had kunnen vragen. Met hem begint het einde van de autogeschiedenis.

Natuurlijk niet, zou de tegenwerping luiden; hij is pas het begin. EV’s zullen steeds sneller opladen en ook de kleinere modellen zullen steeds verder komen op één lading. De argumenten ondersteunen slechts mijn hypothese dat de nivellering doorzet. Dit jaar komt Volkswagen met een soort elektrische Golf voor minder dan 30.000 euro, en ik zie die neerwaartse prijsspiraal niet stoppen.

Dan nog zal het mogelijk blijven 100.000 euro te spenderen aan een stekkerauto. Het punt is dat de meerwaarde van een elektrische Porsche of Mercedes mettertijd verdampt. Ze zullen sneller accelereren en harder door de bochten stormen, maar hun statusbonus erodeert door de gelijkgeschakelde techniek die Kia’s en Hyundai’s net zo comfortabel maakt.

Over tien jaar is niets onzinniger dan kapitalen uitgeven aan auto’s. De topmerken snappen nog onvoldoende hoe penibel hun positie is. Ze staan straks in het veld als nutteloos geworden adel. Hun wacht een toekomst als het heden waarin iPhones al door een Huawei worden verslagen. Ook dan zal de finale vrede niet getekend zijn. Mensen zullen elkaar de tent blijven uitvechten voor een promotie of een rietgedekte villa in het Gooi. Ze zullen elkaar blijven benadelen en nieuwe verdedigingslinies tegen de havenots oprichten. Maar de auto zal vermoedelijk buiten die statusguerrilla blijven. Hij zal de weg gaan van de smartphone, een anoniem gebruiksvoorwerp waaraan alleen de kenner ziet of het een Apple of een Samsung is. Hij is zichzelf aan het uitwissen. Als ik het voor het zeggen had, zou ik die elektrische VW maar Fukuyama noemen.

    • Bas van Putten