Recensie

Recensie Beeldende kunst

Bedrijven kopen niet alleen brave kunstwerken

Beeldende kunst Banken, verzekeraars en overheidsinstellingen hebben vaak grote kunstcollecties. Een tentoonstelling in Singer Laren laat zien dat het niet alleen brave, decoratieve kunstwerken zijn.

Op de voorgrond: Job Koelewijn, The Nursery Piece, 2009. 500x400 cm. Rabo Kunstcollectie.
Op de voorgrond: Job Koelewijn, The Nursery Piece, 2009. 500x400 cm. Rabo Kunstcollectie. Foto Jan Buteijn
    • Arjen Ribbens

Bij de hoofdingang van het Leids Universitair Medisch Centrum zit op een bankje een Homunculus Loxodontus, een soort van zeeolifant. Met de handen gevouwen op zijn zitzak-achtige onderlijf wacht meneer lijdzaam op zijn beurt – de dokter komt zo.

Lees ook: Hoe een Nederlands kunstwerk een Russische internethit werd

Dit uit 2016 daterende beeld van Margriet van Breevoort is in korte tijd uitgegroeid tot een geliefd kunstwerk bij de bezoekers van het Leidse ziekenhuis. Maar de komende maanden zit ‘meneer Zitzak’ in het entreegebied van Singer Laren. Hij is het uithangbord voor de tentoonstelling Out of Office, Kunstschatten uit bedrijven.

Museumdirecteur Jan Rudolph de Lorm en Philippien Noordam, voorzitter van de Vereniging Bedrijfscollecties Nederland (VBCN), hebben een uitgebreide keuze gemaakt uit de 110.000 kunstwerken die de 43 leden van de vereniging in bezit hebben.

Grote banken, verzekeraars, overheidsinstellingen en provincies, ze verzamelden op grote schaal kunst. Met dank vooral aan de zogeheten 1 procent-regeling. Sinds 1951 verplicht die bedrijven om bij nieuwbouw, verbouw of koop van rijksgebouwen een honderdste van het budget aan kunst te besteden.

Verrassende combinaties

Out of Office is opgedeeld in acht thema’s. Kunstwerken uit verschillende periodes en stromingen gaan zo met elkaar in gesprek, met soms verrassende combinaties. In de eerste zaal, ‘Bevrijd’, hangen de schilderijen van de Cobra-leden uit de jaren vijftig rond een groot, uit 2007 daterend beeld van gekleurd polyurethaanschuim van Folkert de Jong.

Marlene Dumas, Dead Man, 1988. 50x60 cm. Rabo Kunstcollectie. Foto Peter Cox

In de volgende zaal met abstracte kunst – ‘Weg van de wereld en weer terug’ – worden de onvermijdelijke wandreliëfs van wit papiermaché van Jan Schoonhoven gecombineerd met The Nursery Piece (2009-2010) van Job Koelewijn. In een twintig vierkante meter grote installatie heeft Koelewijn van met pigment gekleurd zand cirkels gemaakt die als boeddhistische mandala’s liggen op de losse bladzijden van Spinoza’s Ethica. Waarom Rabobank deze spirituele zandsculptuur in de collectie opnam, daar kan slechts naar worden gegist.

De expositie ontkracht het misverstand dat bedrijven alleen brave, decoratieve kunst aankopen. Neem de spannendste zaal van de tentoonstelling, ‘Schuldig’. Daar hangen kunstwerken die onmogelijk te bestempelen zijn als ‘iets kleurrijks voor aan de muur’. Ronald Ophuis schilderde Bloemen van Srebrenica (2008), Marlene Dumas een indrukwekkende Dode man (1988).

Arnoud Holleman, Gert Jan Kocken, Broken Thinker, 2007 (185x140 cm).

‘De denker’

Fascinerend zijn ook de twee grote foto’s in deze zaal. Arnoud Holleman en Gert Jan Kocken portretteerden samen het door bronsdieven gemaltraiteerde beeld De Denker van Rodin, dat in 2007 uit de beeldentuin van Singer werd gestolen. En van Kocken is er ook een foto van een kalme zee met een vrolijke blauwe lucht. Een geruststellende afbeelding. Tot je de titel leest: Zeebrugge (Belgium), 6 March 1987. The Herald of Free Enterprise capsizes just outside the harbour of Zeebrugge killing 192 people. De eigenaar, het ministerie van Buitenlandse Zaken, gebruikt de foto voor ambassades in het buitenland. In de tentoonstellingscatalogus zegt de verantwoordelijke adviseur: „Je zou de foto ook als een metafoor voor het diplomatieke werk bij BZ kunnen zien, waarbij doelen bereikt worden door het maken van zorgvuldige stappen.”

Waar de overheid iets minder zorgvuldig in is, is het conserveren van kunst in haar bezit. Op de tentoonstelling hangen drie polyester reliëfs van Ad Dekkers uit de Collectie Percentageregeling Rijksoverheid. Vijftig jaar na de aanschaf verkeren deze werken in een schandelijk slechte staat.