Opinie

Bacon

De laatste keer dat ik Kevin Bacon opzocht zat hij achter een man met hapjes aan. Ik had zoiets van ho ho, Kevin. Zeg even gedag. Dat deed hij. Na een kort gesprek wierp hij zich al aan mijn voeten voor een massage. Wat een acteur. Prachtig. Toen rolde er een bal langs en weg was hij. Spelen. Kevin is een varken en dat meen ik. Van vlees en bloed. Hij heeft er niet voor gekozen om een kinderboerderijvarken te zijn. Dat is voor hem besloten. Door mensen. Misschien is Kevin een kinderhater, maar wat heeft hij in vergelijking toch geluk.

Deze week was in Nieuwsuur een reportage te zien over het hoge sterftecijfer onder de biggen van vleesvarkens. De sector zou er sinds 2009 op toezien dat het cijfer daalt maar het is alleen maar gestegen. (Je verwacht het niet!) Per jaar overlijden er 5.389.606 voor, tijdens of in de eerste maand na de geboorte. Het aantal is immens, maar ‘slechts’ 13,3 procent van het aantal biggen dat per jaar geboren en geslacht wordt in ons land.

Varkens maken graag nesten. Zeker drachtige. In de natuur, of wat daar nog van over is, werpt een zeug zo’n vijf biggen per jaar. In onze vleesfabrieken werpen de dames er dertig. In een tl-verlichte kraamkamer van beton worden ze in een hok gelegd met uitzicht op een kale muur. Een ijzeren constructie houdt hun lichaam in bedwang. Bewegen kan niet meer. Het enige wat de zeug kan doen is werpen en liggen. In de natuur – misschien kent u het uit films, dat is zo’n ongerepte toestand waar nagenoeg geen mensen zijn en ieder wezen mag doen waar het zelf zin in heeft – zou ze met haar voorpoten en snuit een ondiepe kuil gegraven hebben en die bedekt hebben met zacht materiaal. Het instinct om nesten te bouwen is zo sterk, dat een bio-industriezeug die komt uit (uiteraard) generaties van andere bio-industriezeugen die vastgeklonken op beton wierpen, meteen begint te bouwen zodra ze de ruimte en materialen ter beschikking heeft.

De natuur – misschien kent u het uit films, dat is zo’n ongerepte toestand waar nagenoeg geen mensen zijn

In de eerlijke reportage kletterden biggen uit de buik van hun moeder op een rooster, werden dooie biggen verzameld in een emmer en werd wie potentie tot leven had opgepiept. De als te zwak beoordeelde biggen gingen krijsend een euthanasiebak met stikstof in. Er werd ze een lang kort leven zonder keuzes en vol stress, verveling, depressie en ziekte bespaard. En de pijnlijke dood in het slachthuis natuurlijk, of verdrukt, verbrand of gestikt in een stal. Maar ze hadden nooit geboren moeten worden.

Carola Schouten is optimistisch en laat een oplossing liever aan de sector zelf over. Want daar zijn ze zo bewezen goed in. Nooit sjoemelt de vleessector, dierenwelzijn staat voorop en van schandalen hoor je niet! De boer in de reportage – die een hart voor varkens leek te hebben, in elk geval als product – had gelijk: mensen roepen wel dat ze dierenwelzijn belangrijk vinden maar grijpen toch de kiloknallers. De sector moet ook eten, zeg maar, en de consument is wreed. Wie honger heeft houdt zich niet aan regels. Zeker niet als de regels zelf bedacht zijn. Paal, perk en toezicht dus, mevrouw Schouten. Alstublieft. Voor alle Bacons die niet zo’n mazzel als Kevin hebben.