Amsterdam moet ingrijpen bij voormalig ‘voorbeeldbordeel’

Prostitutie De gemeente Amsterdam had nooit moeten beginnen aan My Red Light, staat in een evaluatie. Hoe nu verder met het experiment?

My Red Light wordt gerund door ex-sekswerkers en moest de werkomstandigheden van sekswerkers verbeteren.
My Red Light wordt gerund door ex-sekswerkers en moest de werkomstandigheden van sekswerkers verbeteren. Foto Ernst Coppejans

Een wereldwijd uniek project. Zo werd het Amsterdamse bordeel My Red Light anderhalf jaar geleden bij de opening ontvangen. Internationale media zoals The New York Times en The Guardian schreven over het experiment, waarbij sekswerkers zelf hun werkplek van begin af aan mochten uittekenen, opbouwen en beheren.

Dat experiment staat op de tocht na een kritisch onderzoek van voormalig Nationaal Rapporteur Mensenhandel Corinne Dettmeijer-Vermeulen. „De gemeente had hier nooit aan moeten beginnen”, schrijft ze in het evaluatierapport ‘Wie A zegt moet ook B zeggen’, dat woensdag beschikbaar kwam voor de gemeenteraad.

Op de Amsterdamse Wallen heeft My Red Light veertien ramen in drie panden, voor vrouwen, mannen en transgenders. Het bordeel wordt gerund door ex-sekswerkers en dat heeft nauwelijks meerwaarde volgens Dettmeijer-Vermeulen.

Ze is kritisch op het idee dat ex-sekswerkers een prostitutiebedrijf beter zouden kunnen runnen door hun ervaring in de praktijk: dat is „in feite nergens op gebaseerd”. Een nog groter probleem vindt Dettmeijer-Vermeulen de veiligheid van het bordeel. Meldingen van mogelijke signalen van mensenhandel werden niet of te laat gedaan. Daardoor hangt de organisatie een dwangsom van de gemeente van 25.000 euro boven het hoofd.

Dat bedrag kan de organisatie niet missen. Het bedrijf is financieel niet gezond, constateert Dettmeijer-Vermeulen. De inkomsten vallen tegen, mede doordat de organisatie er bij de start vanuit ging de ramen in de middag te mogen verhuren aan sekswerkers die hun klanten via internet werven. En dat is verboden, wat de organisatie had kunnen weten „indien de prostitutieregels waren bestudeerd”. Ook neemt al jaren de klandizie af voor de raamprostituees in Amsterdam. Het Wallengebied wordt steeds meer een theater voor toeristen, dan een werkplek voor de sekswerkers – een branche die gebaat is bij anonimiteit.

Van der Laan als motor

Dettmeijer-Vermeulen heeft de zaak onderzocht op verzoek van de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema (GroenLinks). Zij was zelf betrokken bij het project in haar eerdere functie als bestuurslid van Start Foundation. Dat is een maatschappelijke organisatie die werk wil creëren voor mensen die zelfstandig geen baan kunnen vinden.

Deze organisatie kocht de panden van de gemeente Amsterdam en verhuurt ze aan Stichting My Red Light. Op deze pandentransactie maakte de gemeente 1,7 miljoen euro verlies. Start Foundation verstrekte ook een lening van 100.000 euro aan het bordeel voor de opstartkosten. Tevens kreeg het een lening van de Rabobank en een eenmalige subsidie van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

De initiator van het project was wijlen burgemeester Eberhard van der Laan (PvdA). Dettmeijer-Vermeulen noemt hem „de motor” achter het project die „een doorslaggevende rol” speelde en „iets wilde doorbreken”. Maar al bij de start ging het mis. Het haalbaarheidsonderzoek van de gemeente werd geschreven onder „enorme tijdsdruk” en er leefde „een grote wens tot een positieve uitkomst”. Daardoor zijn de risico’s van het project achteraf gezien onderschat.

My Red Light werd veelbelovend ontvangen. Het project moest als voorbeeld dienen voor de zelfstandigheid van sekswerkers en leiden tot een verbetering van de werkomstandigheden. Dat laatste is volgens Dettmeijer-Vermeulen wel gelukt: sekswerkers zijn blij met de voorzieningen en de persoonlijke benadering.

Ook de opstelling van de gemeente droeg bij aan de problemen van My Red Light. Na de opening van het bordeel nam de gemeente afstand. „Te abrupt”, schrijft Dettmeijer-Vermeulen. My Red Light had meer bijstand en steun verwacht van de gemeente, die op haar beurt geen uitzonderingen wilde maken voor het ‘voorbeeldbordeel’. Ook het overlijden van Van der Laan was een aderlating voor het bestuur, zeggen direct betrokkenen. De lijntjes met het stadhuis waren ineens minder kort.

‘Laten we stoppen met raamprostitutie als toeristische attractie’

Prostituees met een vlekje

Als reactie zocht My Red Light steeds vaker de media op. Bestuursleden waarschuwden voor sluiting als de gemeente niet zou ingrijpen. Dat leidde tot een slechte relatie met de betrokken partijen. Ook kwam My Red Light met nieuwe voorstellen: sekswerkers moesten online kunnen werven en ze wilden prostituees „met een vlekje” kunnen aannemen. Bedoeld werden sekswerkers met een aantekening bij de politie. Het zijn voorstellen die tegen de regels van de gemeente ingaan. Deze week kwam My Red Light met een nieuw plan: verhuizen van de Wallen naar een andere plek, in een gebouw zonder ramen. Dan is online werving wel toegestaan.

Toch is er nog hoop voor het bordeel. Dettmeijer-Vermeulen adviseert de gemeente in te grijpen en de dwangsom in te trekken. Halsema laat in een schriftelijke reactie weten dat advies op te willen volgen – al moeten de andere betrokkenen zoals de Rabobank en Start Foundation nog akkoord gaan. Lyle Muns, lid van de raad van toezicht van My Red Light, laat in een reactie weten te hopen op een oplossing en af te wachten met welk voorstel de gemeente komt.

Aan het oorspronkelijke experiment – een bordeel gerund voor en door (ex-)sekswerkers – lijkt een einde te komen. De gemeente zal moeten ingrijpen, waardoor het idee van een functionerend zelfstandig bordeel op De Wallen is mislukt.

Ook kan het onderzoek van Dettmeijer-Vermeulen grote gevolgen hebben voor het hele Wallengebied. Als de gemeente instemt met online werving, waartoe Dettmeijer-Vermeulen een onderzoek adviseert, dan zal dat voor alle exploitanten moeten gelden. Grijpt de gemeente in, dan zal My Red Light verdergaan als ‘gemeentebordeel’. Een term waarmee My Red Light en het gemeentebestuur nooit geassocieerd wilden worden.