We keken mee naar de asperges. De ontroering was besmettelijk

Zap In Het geheim van de meester slagen de programmamakers erin de kijker een schilderij ín te trekken. De aflevering van dinsdag was een hoogtepunt van wonderbaarlijke schoonheid.

Schilder Charlotte Caspers schildert de asperges van Adriaen Coorte.
Schilder Charlotte Caspers schildert de asperges van Adriaen Coorte.

De wind (géén storm, benadrukte het NOS Journaal) joeg om het huis, maar ik merkte er weinig van. Ik zat gekluisterd aan Het geheim van de meester, het Avrotros-programma van Jasper Krabbé waarin oude schilderijen zo precies mogelijk worden nagemaakt. Dat zijn altijd al fascinerende projecten, uitgevoerd met aanstekelijke liefde voor de kunst. De aflevering dinsdag was een hoogtepunt van wonderbaarlijke schoonheid.

Dat kwam in de eerste plaats doordat het uit het Rijksmuseum afkomstige schilderij ‘Stilleven met asperges’ (1697) van Adriaen Coorte, in zijn sobere levensechtheid zo verschrikkelijk mooi is. Maar vooral omdat de makers erin slaagden je het maakproces en dus het kunstwerk ín te trekken.

Het materiaal vormde de bodem. Coorte schilderde op papier dat hij daarna op hout plakte, dus trok een van de medewerkers van het programma naar de oudpapierman. Want ja, daar is een mannetje voor. Hij heeft een extravagant hoedje op en bezit bakken vol met snippers en grotere stukken zeventiende-eeuws oud papier. Hij kon wel een velletje missen.

Ingewikkeld is dat de verf van Coortes schilderij in de loop der eeuwen transparanter is geworden, door het ontstaan van ‘loodzeep’ in de verf. Het doorzichtige effect geeft het stilleven een deel van zijn magie, het is „de ziel van het schilderij”. Maar hoe simuleer je die veroudering? Er werd een scheikundige ingeschakeld en na diverse experimenten kon loodzeep worden gemaakt. Voorzichtig werd die door de bestanddelen van de verf gemengd.

De fijne scènes met een aspergeteler en muzikant en Coortefan Henny Vrienten slaan we over, want het is tijd om het geheim van Het geheim van de meester te bespreken.

Dat geheim is schilder Charlotte Caspers. Met grote ernst en toewijding doet ze het eigenlijke schilderwerk, maar dat is niet het enige. Ze is ook een onweerstaanbare televisiepersoonlijkheid. Op de opdrachten in het programma reageert ze vaak eerst een beetje bezorgd – zij het niet zo bezorgd als wanneer een collega onverwacht botersaus over haar bordje asperges giet. Ze weet precies wat ze doet en naar mate het werk vordert, komt ze verbaal los: „Ik denk dat Coorte als hij nu had geleefd, precies hetzelfde had geschilderd. Terwijl Rembrandt in deze eeuw waarschijnlijk een Spielberg-achtige filmmaker was geworden.”

Tussendoor was Jasper Krabbé op de motor naar Zeeland gereden, maar ook daar bleek over Adriaen Coorte niets anders bekend dan dat hij uit een goede familie kwam. Misschien was hij gehandicapt, opperde een Zeeuws historicus. Dan zat hij dag in dag uit binnen aan zijn stillevens te werken. Het is een vergezochte theorie; veel kunsthistorici gaan ervan uit dat Coorte in Amsterdam in de leer is geweest bij de vogelschilder Melchior de Hondecoeter.

In het atelier kwam Caspers penseelstreekje na penseelstreekje nader tot Coorte. Tegen het einde was ze er zelf een beetje beduusd van en zei ze rustig, met gedempte stem: „Er heeft iemand in de zeventiende eeuw heel erg goed naar een bosje asperges zitten kijken.” We keken mee naar de asperges. De ontroering was besmettelijk.

Hier werd het wonder van Coorte voor televisiekijkers verklaard, precies op de manier die het medium op de beste momenten vermag: door uit te leggen én door te tonen wat zich niet precies in woorden laat vatten. Caspers: „Coorte wist heel goed wat een asperge is.” Precies zo sober en poëtisch gezegd als Coorte schilderde.