Opinie

    • Maarten Schinkel

Vier vrouwen leiden nu de wereldeconomie

Maarten Schinkel

Het was dus Wall Street. Vorig week gaf de topman van de Wereldbank, Jim Yong Kim, onverwacht te kennen vrijwel per direct te stoppen. Dat is natuurlijk voer voor wilde speculaties (affaires, schandalen), maar de reden bleek vrij platvloers. Kim wordt topman bij GIP, een private equityfonds.

Het mag begrijpelijk zijn dat Kim in de nazomer van zijn loopbaan nog een grote slag wil slaan. Maar het besluit is hoogst ongemakkelijk. GIP doet, en plant, veel infrastructuurprojecten in ontwikkelingslanden. Dat is de vijver waarin de Wereldbank vist. En al heeft Kim zich verplicht een jaar lang geen zaken te doen met partijen waarmee de Wereldbank dat óók doet, erg gelukkig is het allemaal niet.

China gaat volop zijn gang in Afrika, vaak zonder de lastige vragen die westerse partners wél stellen. Organisaties als de Wereldbank kunnen zich beroepen op een moreel overwicht. Maar dat wordt lastig als de baas, met al zijn kennis en contacten, plots kiest voor de andere kant. En zo dreigt weer een stukje van de status van de twee zusters van de internationale economie, de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) te worden afgeknabbeld. En dat in een wereld waar het multilaterale overleg het toch al moeilijk heeft.

Kims vertrek heeft wel een opvallend gevolg. Het IMF wordt nu al jaren geleid door de Franse oud-minister van Financiën Christine Lagarde. De chef-econoom van de Wereldbank is, sinds de Amerikaan Paul Romer er een jaar geleden voortijdig mee stopte, de Grieks-Amerikaanse Penny Goldberg. De andere chef-econoom, van het IMF, Maurice Obstfeld, stopte er ook mee afgelopen najaar. Zijn opvolger is Gita Gopinath, een Harvard-hoogleraar van Indiase komaf. En voordat Jim Yong Kim wordt opgevolgd, is managing director Kristalina Georgieva, afkomstig uit Bulgarije, daar interim.

De directeur van het IMF, de president van de Wereldbank en de twee chef-economen vervullen de vier belangrijkste en meest zichtbare functies in het internationale, multilaterale economische overleg. Zo bestieren voor het eerst vier vrouwen de wereldeconomie.

Voor Lagarde was er nooit een vrouwelijke directeur van het IMF, en nimmer een vrouwelijke chef-econoom. Die was er wel bij de Wereldbank, in de persoon van de Amerikaanse Anne Krueger, maar dat is al weer lang geleden, van 1982 tot 1986. De Wereldbank zelf, waar vrouwenrechten hoog in het vaandel staan, had nooit een vrouwelijke president.

Dat maakt de opvolging van Jim Yong Kim interessant. Zoals bekend is er een informeel akkoord tussen de VS en Europa: de Amerikanen leveren de Wereldbankpresident en de Europeanen de IMF-directeur. Bij elke opvolging zwelt de roep aan dat aan deze traditie een eind wordt gemaakt. Opkomende landen wijzen erop dat beide organisaties anders aan representativiteit en invloed zullen inboeten. Maar telkens kiezen de VS en Europa toch weer voor zichzelf.

President Obama loste dat zeven jaar geleden handig op door voor Kim te kiezen, een geboren Zuid-Koreaan met de Amerikaanse nationaliteit. Maar zou president Trump, America First, dat ook doen? Wellicht zou hij ermee weg komen door toch weer een Amerikaan aan te stellen, maar dan wel een vrouw. Wie?

Toen Trump anderhalf jaar geleden vanuit het Witte Huis tekeer ging tegen Wereldbank en IMF was zijn dochter als een vis in het water bij een bijeenkomst van de Wereldbank over vrouwelijk ondernemerschap.

Ivanka Trump? Het zou toch niet..? Waarschijnlijk niet. De gedachte is zo buitenissig dat hij hier met grote aarzeling wordt opgeschreven. Maar in de huidige tijd hoeft niets meer als een verrassing te komen.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.