Man die viertal doodde bij Joods Museum was terrorist, geen ‘lone wolf’

Mehdi Nemmouche Bijna vijf jaar na een viervoudige moord begint de rechtszaak tegen een kleine crimineel die in de cel radicaliseerde van Syriëganger tot terrorist.

Tekening van Mehdi Nemmouche tijdens zijn rechtszaak op 26 juni 2014.
Tekening van Mehdi Nemmouche tijdens zijn rechtszaak op 26 juni 2014. BENOIT PEYRUCQ/AFP

Op zaterdag 24 mei 2014, even voor vier uur ’s middags stapt een man het Joods Museum in Brussel binnen. Het is de dag voor de Belgische federale verkiezingen. Met een revolver schiet hij twee Israëlische toeristen dood. Dan een baliemedewerker. En met een kalasjnikov die hij uit een van zijn tassen haalt, vermoordt hij nog een medewerkster.

Zes dagen later wordt de dan 29-jarige Mehdi Nemmouche in het Franse Marseille opgepakt als hij uit een Eurolines-bus stapt. Hij heeft de kalasjnikov en revolver nog bij zich.

Deze donderdag, ruim vier en een half jaar later, begint in Brussel de rechtszaak tegen Nemmouche. Waar hij in 2014 nog een lone wolf leek, wordt de Fransman nu gezien als de eerste terrorist van een hele groep die vanuit Syrië terug naar Europa werd gestuurd om aanslagen te plegen.

Nemmouche werd geboren op 17 april 1985 in Roubaix, vlak over de grens in Frankrijk, en geldt als het prototype van de kleine crimineel die in de gevangenis radicaliseerde en van Syriëganger terrorist werd.

Werken deed hij nooit

Hij was drie maanden oud toen hij in een pleeggezin terechtkwam, zijn moeder kon niet voor hem zorgen. Zijn diploma haalde hij op zijn 21ste wel, maar werken deed hij nooit. In plaats daarvan dook hij de criminaliteit in: op zijn dertiende pleegde Nemmouche al inbraken, en in de jaren erna stapelden de kleine straffen op, tot hij in 2007 vijf jaar vast kwam te zitten in verschillende gevangenissen. In de laatste, bij het Zuid-Franse Toulon, radicaliseert de ervoor al gelovige Nemmouche, zoals veel andere gedetineerden in gevangenissen in België en Frankrijk.

Terrorist Mohammed Merah, die in 2012 zeven mensen doodde in Toulouse en Montauban, radicaliseerde in een Franse gevangenis en was een grote inspiratiebron voor Nemmouche. Benjamin Herman, de moslimterrorist die vorig jaar in Luik drie mensen doodde, bekeerde en radicaliseerde in een Belgische gevangenis.

Hoe Nemmouche precies radicaliseerde, is niet duidelijk. Wel zeker: na het uitzitten van zijn straf vertrok hij vanuit Brussel naar Syrië om zich aan te sluiten bij wat later IS zou worden. Daar zou hij onder meer IS-gevangenen hebben bewaakt.

„Ik heb zin om een kalasjnikov te nemen en een klein Israëlietje te gaan neerknallen. Een klein Jodinnetje van vier jaar oud.” Dat zei hij volgens vier Franse journalisten die door Nemmouche bewaakt werden toen ze in 2014 opgesloten zaten in Aleppo, schreef De Standaard deze week. Ze zullen in Brussel getuigen.

„Dit is slechts het begin van een lange reeks aanvallen op Brussel. We zullen deze stad te vuur en te zwaard verwoesten”, zegt een stem – mogelijk die van Nemmouche – op de bij zijn arrestatie op zijn telefoon aangetroffen filmpjes.

Dat de aanslag echt deel uitmaakte van een groter plan, hadden de autoriteiten nog niet door. Er zou een lange reeks terreuraanslagen door Europese Syriëstrijders op Franse en Belgische bodem volgen: Verviers, de Thalys-trein, Parijs, Brussel-Zaventem. Een deel van de verdachten ervan kende Nemmouche. Zo was Najim Lachraaoui, zelfmoordterrorist bij de aanslagen in Brussel, tegelijk met hem IS-bewaker. Ook met Abdelhamid Abaaoud, spilfiguur van de aanslagen in Parijs, had hij contact.

Toch past de aanslag op het Joods Museum volgens zijn advocaten níét in de reeks aanslagen die volgde. Zij zullen betogen dat hij onschuldig is. Het juryproces, waarbij ook Fransman Nacer Bendrer voorkomt, die de wapens zou hebben geleverd, duurt waarschijnlijk tot eind februari. Ze kunnen beiden levenslang krijgen.