Alex Honnold tijdens zijn beklimming van El Capitan in Yosemite Park, Californië in Free Solo.

Foto Jimmy Chin/National Geographic

Klimmen zonder touw: ‘Je doet het perfect, of je sterft’

Klimmer Alex Honnold lijkt wel gek: hij beklom zonder touw of ander veiligheidsmiddel de bijna één kilometer-hoge El Capitan.

‘Die lijkt me te wijd. Deze is… te diep.” Alex Honnold (33) weet wat hij wel en niet wil. Berekenend. Precies. Zo noteert hij met welke vinger van welke hand hij aan welk richeltje kan hangen voordat hij een berg beklimt – en zo kiest hij ook een nieuwe koelkast uit. In Free Solo, de documentaire die National Geographic over Honnolds spectaculaire beklimming van El Capitan heeft gemaakt, zoekt hij in een witgoedhandel met zijn vriendin Sanni naar een koelkast voor hun nieuwe huis. De bergbeklimmer staat bekend om zijn grootse, epische beklimmingen van de hoogste en moeilijkste rotswanden. Maar tussen de enorme, Amerikaanse koelkasten van het formaat waarin we in Europa naar ons werk rijden, heeft Honnold alleen oog voor het meest bescheiden exemplaar. „Deze is perfect. Zeer adequaat.”

Dat is niet het meest spannende stukje van de bij momenten bloedstollende documentaire, die draait om de ‘free solo’ beklimming van El Capitan in Yosemite Park, Californië. Dat is een ijzingwekkend stuk graniet dat verticaal bijna een kilometer de hoogte in steekt, waar je je ogenschijnlijk nergens goed aan kunt vasthouden. En daar klimt Honnold binnen een paar uur als een hagedis tegenop. Zonder touw. Free soloing, soleren, is bergbeklimmen zonder enige manier van zekering of bescherming. Een fout maken kan niet. „Laten we hopen dat het een dag wordt met weinig zwaartekracht”, zegt filmer Jimmy Chin met een strak gezicht als Honnold zijn klim begint.

De trailer van ‘Free Solo’.

Wat soleren aantrekkelijk maakt is de vrijheid en snelheid. Veilig klimmen kost veel meer tijd. Honnold beklom wanden in enkele uren waar op de conventionele manier soms wel dagen overheen gaan. Bovendien is een behaalde solo-beklimming volgens Honnold het benaderen van perfectie. „Je doet het perfect, of je sterft”, zegt hij in de film.

Honnold heeft het (spoiler) overleefd. Een dag na de vertoning van Free Solo op filmfestival IDFA afgelopen november in Amsterdam vertelt hij – ruimzittende hoodie, piekhaar, een beetje vermoeid maar vrolijk – hoe leuk het is om het publiek op de film te zien reageren. „Bij de première in New York werd er heel erg gelachen om de stukjes met die koelkast, of als ze zien hoe ik met een spatel rechtstreeks uit de pan eet. Maar in Yosemite, bij een vertoning voor de klimmersgemeenschap, moest niemand daar om lachen. Daar eet iedereen met een spatel en koopt iedereen een praktische, kleine koelkast.” Maar er zijn ook universele dingen, zegt hij. Iedereen vindt het klimmen moeilijk om naar te kijken.

NRC gaf vier van de vijf ballen aan de documentaire Free Solo. Lees ook de recensie: In het brein van een extreme bergbeklimmer

Dat is het zeker. De filmmakers, het echtpaar Elizabeth Chai Vasarhelyi en Jimmy Chin, volgen Honnold tijdens zijn voorbereiding van twee jaar op de solo-beklimming van ‘El Cap’ en het engste is dat hij tijdens die oefenklimpartijen met touw met grote regelmaat valt. Diezelfde route moet hij tegen het einde van de film zonder touw doen. „Dat is wat soleren zo interessant maakt. Als je als klimmer wat wilt leren, dan val je normaal gesproken de hele tijd”, vertelt Honnold met zijn diepbruine ogen wijd opengesperd, de irissen bijna net zo donker als zijn pupillen. „Met soleren kan dat niet. Je moet je grenzen wel verleggen, maar dan ruimschoots binnen een gezonde marge. En dat is wat het voor mij zo mooi maakt: mezelf uitdagen, maar net niet te ver. Of dat het geheim is van mijn succes weet ik niet.” Hij lacht. „Het houdt je in elk geval langer in leven.”

Gek

Honnold leerde als sociaal onhandige puber solo-klimmen. Een gesprek aangaan met klimmers die hij niet kende vond hij nog enger dan maar gewoon in z’n eentje te gaan klimmen. En je hebt een maatje nodig om elkaar te zekeren, dus zat er weinig anders op dan soleren. „Ik herinner me hoe ik vijftien jaar geleden eens op een kampeerplaats in een klimgebied stond. Het had net zó veel gesneeuwd (hij houdt z’n hand een eindje boven de tafel). Ik kende niemand en ik wilde liever niemand aanspreken die ik niet kende, dus ik ben alleen richting de klimroutes gegaan op de fiets. Veertig kilometer fietsen en daarna nog een heel eind hiken door de sneeuw. Toen ik eindelijk bij de berg was, was ik zo moe dat ik gewoon al m’n eten heb opgegeten en ben teruggegaan. Ik had me natuurlijk voor moeten stellen, dan konden we samen klimmen. Veiliger, makkelijker en beter. Maar de jongere ik dacht: ik moet gewoon sterker worden zodat ik sneller kan fietsen.”

Foto Jimmy Chin/National Geographic

Het is misschien niet zo vreemd dat hij vaak te horen krijgt dat hij gek is. „In Free Solo kun je zien hoeveel voorbereiding er aan zo’n klim vooraf gaat en de moeite en zorg die ik daarin steek. Veel mensen zien vaak alleen een korte video op YouTube, die denken dan dat ik gewoon naar een berg loop en er tegenaan klim. Noouuuu… ik klim al twintig jaar en heb deze route uitgebreid geoefend en elke beweging uit m’n hoofd geleerd. Het is echt een stuk bewuster dan het lijkt. Ik denk dat hoe meer mensen deze film zien, hoe minder mensen denken dat ik gek ben. Maar misschien ben ik te optimistisch.”

Als ik dacht dat ik zou kunnen doodvallen, dan had ik niet moeten gaan klimmen

Alex Honnold

Dat optimisme is belangrijk. Veel hoofdrolfiguren in het solo-klimmen zijn dood, de kans dat Honnold vroeg of laat te pletter valt is aanwezig. Zich daarop voorbereiden doet hij niet. Er was voor zijn solo op El Capitan geen brief aan zijn vriendin voor als het ergste zou gebeuren, want dat vond hij ‘overdreven dramatisch’. „Als ik dacht dat ik zou kunnen doodvallen, dan had ik niet moeten gaan klimmen.” Dat zou de verkeerde instelling zijn, vindt hij. „Misschien als ik naar het slagveld gestuurd zou worden of de ruimte in of zo: dán zijn er risico’s die je niet onder controle hebt en dan zou ik misschien wel zo’n brief schrijven.”

Een 360-graden fragment van ‘Free Solo’. Met de pijltjes links kun je het beeld veranderen.

Angst kent hij bijna niet – dat bleek ook uit een MRI-scan van zijn hersens terwijl hij enge plaatjes te zien kreeg – maar hij is wel bang voor de dood. „Net als ieder ander. Ik denk dat ik gewoon net iets beter besef wat ervoor nodig is om daadwerkelijk te sterven. Met soleren is het risico dat je doodgaat niet per se groter. Het risico is dat je valt en vrijwel zeker sterft, maar dat gedeelte kun je door voorbereiding zo’n beetje minimaliseren tot bijna nul. Ik maak daarom onderscheid tussen de consequentie en het risico. De consequentie is bijna altijd honderd procent. Maar het risico is naar mijn gevoel bijna nul.”

Nul of niet, zijn toen nog nieuwe vriendin Sanni McCandless vond het maar niks. Zij probeerde haar angsten een beetje voor zich te houden, maar dat lukt slechts deels. Ze klimt ook graag en hoog maar is verder een tegenpool van Honnold. Hun relatie kleurt de film. Hij is introvert en onaangepast, zij een vrolijke spring-in-’t-veld die makkelijk praat over haar gevoelens. Dat zij het niet erg vindt dat hij als een holbewoner met een spatel uit de pan eet wordt logisch, zodra je doorhebt dat er grotere obstakels met hem te overwinnen zijn: knuffelen moest hij leren, dat deden ze bij de Honnolds thuis niet. Zeggen dat je van iemand houdt had hij ook nog nooit gedaan. En dan is er nog dat solo-klimmen.

The New York Times kreeg een kijk achter de schermen van de documentaire.

Halverwege de film zit het meest pijnlijke deel, als Honnold probeert achter te houden dat hij de volgende dag een poging wil gaan wagen om El Capitan op te soleren, wat hij aan Chin toevertrouwt, maar niet aan McCandless.

„Ga je met Peter klimmen morgen?” vraagt zij die avond.

„Nee, Peter is er een paar dagen niet”, antwoordt Honnold zonder op te kijken.

„Met wie ga je dan klimmen?”

„Tja… we zien wel.”

„Oh, oke.”

McCandless gaat rechtop zitten: „Wacht eens even! Denk je er soms over om morgen te gaan soloën? Is dat waarom je niet wilt zeggen met wie je klimt?”

Hij, een beetje als een puber die tegen z’n moeder zegt dat dat proefwerk morgen echt niet zo belangrijk is: „Nou ja, het is niet zo dat ik het je niet vertel. Maar, ja.”

Alex Honnold met zijn Sanni McCandless in Free Solo. Foto Jimmy Chin/National Geographic

Ze gaat zijn haar knippen en het gesprek wordt nog ongemakkelijker. Is hun ontluikende relatie dan geen reden om toch maar niet zijn leven te wagen, wil ze weten. Nee, antwoordt hij resoluut. Ze is belangrijk voor hem, en hij wil niet dood, maar het klimmen is belangrijker en hij heeft bovendien alle vertrouwen. Hij legt haar zijn passie nog maar eens uit, zij vecht tegen de tranen.

Dat ongemak in zijn persoonlijke leven, daar gaat de film voor een belangrijk deel over – onverwacht. „Ik dacht, dit wordt gewoon een klimfilm”, zegt Honnold schaapachtig. „Maar het is allemaal echt en ik dacht, als het de film beter maakt, dan moet het er in.”

De film dwingt hem wel tot enige reflectie op hoe hij daar mee omgaat, geeft hij na enig aanhouden toe. „Ja, oke, er zitten natuurlijk stukjes in de film die ik moeilijk vind om te zien. Ik zou bijvoorbeeld echt wat aardiger tegen Sanni moeten zijn, dat zie ik wel. Maar het is niet alsof ik dat nog niet wist. Ik weet best dat ik onaardig en een beetje onverschillig kan zijn. Daar moet ik aan werken. Dat wist ik al. En reken maar dat Sanni mij dat ook al meerdere malen heeft verteld.”

Foto Jimmy Chin/National Geographic

Het gaat trouwens goed met de relatie, verzekert hij. „Supergoed zelfs. Ons huis in Las Vegas waar we intrekken in de film is inmiddels al veel gezelliger.” En dan blijkt ook Honnold inschattingsfoutjes te kunnen maken. „Die goedkope koelkast ging na een jaar al stuk. Toch inadequaat.”

Free Solo draait vanaf donderdag in de bioscopen, en is op 20 maart te zien bij National Geographic op televisie.
    • Peter van der Ploeg