Opinie

    • Lotfi El Hamidi

In de voetsporen van een dwangarbeider

Harm Beijer (61) heeft het verhaal als jonge jongen ontelbare keren moeten aanhoren: hoe zijn vader Paul Beijer na de capitulatie van nazi-Duitsland in 1945 een tocht van 1.500 kilometer maakte vanuit een werkkamp in Polen naar zijn woonplaats Dordrecht.

„Het was het belangrijkste verhaal van zijn leven”, zegt Beijer, die ik spreek in het Amsterdamse stadhuis, waar hij als interim-manager werkt. „Maar pas veel later dacht ik: waar ging dat verhaal eigenlijk over? Mijn vader overleed toen ik 16 was, dus was ik op mijn moeder aangewezen. Zij gaf me een naam van iemand die er wellicht meer over wist te vertellen. Die man bleek een dagboekje bijgehouden te hebben, een lijst met data en plaatsnamen van de tocht.”

Eerst geeft Beijer kort enige achtergrondinformatie: op 12 en 13 januari 1945, midden in de Hongerwinter, vindt een grote razzia plaats in Dordrecht. 3.500 Dordtse mannen tussen de 15 en 40 jaar worden opgepakt voor de Arbeitseinsatz; diep in het afbrokkelende Duitse Rijk, zowat tegen het oostfront aan, worden ze gedwongen tewerkgesteld. Beijers vader, die bakker was, kwam in Lomnitz terecht, een plaats in Silezië – toen Duits, na de oorlog Pools.

Op het web is nagenoeg niets te vinden over deze episode. Ook het NIOD heeft geen bruikbare informatie; aan het einde van de oorlog was niets meer over van de Duitse Gründlichkeit. Voor een reconstructie zat er voor Beijer niets anders op dan zelf naar Lomnitz af te reizen. „Maar in plaats van dat ik iets kwam halen, bleek ik iets te brengen”, vertelt hij. „De bewoners daar weten werkelijk niets van wat zich daar afspeelde, want die kwamen pas na 1945 in dat gebied te wonen.” De volgende dag schudde hij de hand van de burgemeester en stond hij twee Poolse tv-stations en een radiozender te woord over zijn zoektocht.

Die zoektocht kreeg nog een onverwachte wending voor Beijer. Hij bleek in het mysterieuze gebied terecht te zijn gekomen van het Riese-project, een megalomaan bouwproject van betonnen bunkers en gangenstelsels, uitgegraven door dwangarbeiders, dat aan het einde van de oorlog als hoofdkwartier moest dienen voor de nazi-top.

Overdonderd door wat hij daar aantrof, maakte Beijer uiteindelijk de terugreis van zijn vader – niet te voet maar met de auto. De grillige route leek in eerste instantie onlogisch. „Toen zag ik hoe dat kwam: ze volgden het spoor! Dan leg je weliswaar grotere afstanden af, maar dan weet je tenminste waar je heen gaat.”

Harm Beijer schrijft nu een boekje over het verhaal van zijn vader en zijn eigen ervaringen. Dat was hij aanvankelijk helemaal niet van plan. „Er zijn heel veel Nederlandse mannen als dwangarbeiders ingezet en daar is eigenlijk nauwelijks aandacht aan besteed. Dit stukje geschiedenis moet naar boven.”

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.