‘Ik vind altijd de zon terug in Vivaldi’

Vivaldi-revival

Vivaldi-opera’s beleven een bloeitijd, met tal van nieuwe voorstellingen. Opera2Day reist langs de theaters met Dangerous Liaisons, vol Vivaldi-aria’s. Eind januari brengt De Nationale Opera het oratorium Juditha triumphans. En in Italië verschijnt een nieuwe uitgave in de Vivaldi-editie: de opera Il Giustino.

Dirigent Ottavio Dantone van Accademia Bizanta
Dirigent Ottavio Dantone van Accademia Bizanta

De vergetelheid bewandelt kronkelwegen. Meestal leiden die naar duisternis, maar soms slaat ze haar armen beschermend om iemand heen. Neem Antonio Vivaldi, een roodharige priester en vioolvirtuoos uit Venetië, een raadselachtig figuur uit de achttiende eeuw, op wiens overlijdensverklaring de arts noteerde dat hij stierf aan een innerlijke brand.

In de jaren twintig van de vorige eeuw ontdekt de musicoloog Alberto Gentili twee verzamelingen met zo’n 450 handschriften van deze componist - indertijd een obscure naam uit vervlogen tijden. De nooit gedrukte manuscripten bieden nieuwe inzichten in een muzikaal genie, dat tot dan toe louter bekend was als de schepper van vindingrijke vioolconcerten.

De Turijnse Biblioteca Nazionale verwerft de onschatbare vondst. Daar komen de werken voorlopig tot rust in een vleugel, die twee decennia voordien tot aan de grond afbrandde. Had de vergetelheid Vivaldi eerder prijsgegeven, dan was zo’n negentig procent van zijn oeuvre in vlammen opgegaan.

De verwaaide asresten zouden in dat geval alle gezongen meesterwerken hebben bevat die de komende maand in drie voorstellingen te beluisteren zijn. Ensemble Opera2Day reist vanaf zondag langs twintig theaters met Dangerous Liaisons, een muzikale hervertelling van de beroemde achttiende-eeuwse schandaalroman, met Vivaldi-aria’s als rode draad. De Italiaan Andrea Marcon dirigeert eind januari bij De Nationale Opera zeven keer het oratorium Juditha triumphans, en twee dagen na die reeks eveneens de opera L’Olimpiade in de ZaterdagMatinee.

Baslijnen

Vivaldi’s grillige muzikale handtekening boeit Marcon sinds zijn kindertijd. „Rond mijn achtste werd ik gegrepen door zijn baslijnen, die zich leken te herhalen, en toch op mysterieuze wijze ook weer niet. Zijn stukken belichaamden een speels gevoel van vrijheid.”

De opera’s vond de inmiddels oudere Marcon een ware openbaring. „Voor de stem schrijft Vivaldi - merkte een tijdgenoot op - ‘alsof de keel van de zanger de nek van de viool is’. Je hoort in veel aria’s dat de virtuoos van De Vier Jaargetijden zijn aard niet verloochent.”

De handschriften in Turijn onthullen veel over het kunstenaarschap en karakter van de componist: de noten zijn in grote haast op het papier gekwakt en schetsen het beeld van een musicus die achter zijn eigen fantasie aan holt. Marcon: „Aan het slot van Tito Manlio, een opera van drie uur, pent hij trots de woorden: ‘Voltooid in vijf dagen.’ Het kost een kopiist zeker anderhalve week om die partituur over te schrijven. Componeren bleek voor Vivaldi eerder een daad van spontaniteit dan een intellectueel proces. En wie zijn muziek vertolkt, moet in zichzelf graven naar een soortgelijke gemoedstoestand.”

Architect van de Vivaldi-renaissance is de Italiaanse musicoloog en archivaris Alberto Basso. Inmiddels is hij oud, blind en levensmoe, maar twintig jaar terug nam hij het initiatief tot de Vivaldi Edition: het categoriseren en opnemen van al die honderden handschriften uit de Biblioteca Nazionale di Torino. Bijna zestig albums verschenen de afgelopen jaren. Een reeks die de inspiratiebron vormde voor onder meer de drie voorstellingen die nu in Nederland te zien zijn.

Klooster

De nieuwste uitgave in de serie heet Il Giustino. De opera wordt half april door dirigent Ottavio Dantone en zijn Accademia Bizantina opgenomen in het oude pelgrimsoord Bagnacavallo, twintig kilometer oostelijk van Ravenna. De musici werken in de oude eetzaal van het Antico Convento San Francesco, een klooster waarvan de ene helft bestaat uit hotelkamers, het andere deel ligt er nog ontzield bij.

In die Sala Oriani bezingt de Argentijnse sopraan Veronica Cangemi de liefde, verpakt in natuurmetaforen. Ze doet dit onder de onbewogen blik van een zestal pausen en beschermheilige Sint Franciscus. Hun geschilderde beeltenissen zijn door de eeuwen heen donker en dof geworden - Vivaldi’s even oude melodieën daarentegen hebben nog niets van hun heldere kleuren verloren. „Ik vind altijd de zon terug in Vivaldi”, zegt Cangemi na afloop. „Zowel het leven brengende licht als het verschroeiende verdriet.”

Onder de arcaden van de binnentuin rookt dirigent Dantone een sigaret. Zijn grootste liefde blijft Bach, zegt de Milanees, want die stond in de achttiende eeuw op eenzame hoogte. „Ook nu nog trouwens. Op zijn beurt koesterde de Duitse barokcomponist weer een mateloze bewondering voor Vivaldi. Bach bestudeerde diens partituren, bewerkte ze tot eigen stukken, en verrijkte met deze vingeroefeningen zijn muzikale inzichten.”

Waar Bachs genie schuilt in vele metafysische betekenislagen, ligt Vivaldi’s kracht op het menselijke vlak, gelooft Dantone. „Hij vindt met een grenzeloze verbeelding de kortste weg naar ons gemoed, wat Ennio Morricone doet in zijn filmmuziek.”

Susan Orlando, artistiek leider van de Vivaldi Edition

In de benauwde alkoof op een tussenverdieping van het klooster beluistert de Amerikaanse Susan Orlando de opnamesessie van Il Giustino. Sinds het begin overziet zij als artistiek leider de Vivaldi Edition, de droom van de musicoloog Alberto Basso om de wereld toegang te geven tot alle werken van de componist.

„Hoewel van onschatbare waarde bleven deze handschriften in zijn ogen vooral dode letters”, zegt Orlando. „Concerten konden de noten laten ontwaken, maar slechts voor een vluchtig moment. Muziek is lucht tenslotte. Eenmaal opgenomen zou Vivaldi pas eeuwig kunnen voortleven.”

Ze wijst om zich heen. „In een klooster als dit ontvouwde zich het verhaal van deze manuscripten. Na zijn dood lieten Vivaldi’s schuldeisers zijn Venetiaanse woning verzegelen. Daar troffen ze van alles aan, maar geen instrumenten of partituren. Wel een grote lege Chinese kast.”

Vivaldi’s broer had de handschriften ‘veiliggesteld’. Door verkoop kwamen ze in bezit van een kinderloze graaf. Een verre nazaat verdeelde vele jaren later de stukken tussen zijn twee zoons. Bij gebrek aan een erfgenaam liet een van deze broers zijn Vivaldi-manuscripten na aan de lokale abdij.

„Die monniken hadden geen benul”, vertelt Orlando. „Op een regenachtige dag kwamen ze met modderige kruiwagens, gooiden wat pakketten erin, liepen naar het klooster en kieperden ze op het gras om daarna een nieuwe lading te kunnen halen.”

Drie decennia lag Vivaldi’s muziek vergeten op zolder, totdat het verwaarloosde klooster geld nodig had voor restauratie. De abt herinnerde zich de handschriften en bezocht in het nabijgelegen Turijn de Biblioteca Nazionale.

Orlando: „Die stuurde de Joodse musicoloog Alberto Gentili naar de abdij. Eén blik in de papieren volstond om te weten welke muzikale schat daar lag. De vondst moest geheim blijven, besefte hij, anders zouden aasgieren zich erop storten en zou de verzameling versplinteren.”

Maar de Eerste Wereldoorlog was net voorbij, het fascisme kwam op en geld bleek schaars. Na veel zoeken vond Gentili in zijn kennissenkring een joodse bankier die de handschriften kocht voor de bibliotheek. Eenmaal daar bleken veel partituren onvolledig, waardoor de musicoloog begon te vermoeden dat elders meer Vivaldi’s lagen.

„Hij spoorde ze op in Genua”, zegt Orlando. „Na drie jaar onderhandelen kon Gentili de handschriften herenigen. Dankzij hem ontdekten we ook een andere Vivaldi dan die van De Vier Jaargetijden.”

Dirigent Dantone wipt even achterover op zijn stoel voor de opnametafel. „Weet je hoe ik zijn muziek leerde kennen”, grijnst hij. Orlando schudt het hoofd. „Door op mijn dertiende in een Milanese platenzaak een cassettebandje te pikken van zijn L’estro armonico door I Musici.

    • Joost Galema