Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Gestolde tijd

None

In de boekhandel in Arnhem had ik een vergadering met Theo Janssen, zijn dochter, boekverkoopster Marleen en uitgeefster Marieke Derksen. Ik was vanwege de trein een half uur te laat. Theo, toen ik binnenkwam: „Boete!” Na afloop troffen we elkaar bij toeval in pizzeria Pinoccio op de Korenmarkt. We schoven de tafels tegen elkaar en concludeerden dat we net zo goed samen uit eten hadden kunnen gaan.

Theo zei dat hij de boekpresentatie eigenlijk het liefst in Bar L’Amérique had gedaan, een mysterieus café in de Bloemstraat dat al tientallen jaren gesloten is, maar waar alles nog is zoals de laatste uitbater het bij overlijden achterliet. Zelfs zijn jas hangt nog aan de kapstok naast de bar. Zijn dochter, die alles erfde en erboven woont, probeert zo goede herinneringen te bewaren. Ze slaat consequent aanbiedingen van projectontwikkelaars af en laat maar heel af en toe vreemden toe in haar museum. Alles is er bedekt onder een laag stof, af en toe zet ze om haar vader te eren een vaasje met verse rozen op tafel.

Naar Velp met de trolleybus.

Ik passeerde de Bloemstraat en kon de neiging nauwelijks onderdrukken om uit te stappen en tussen de vitrage door naar binnen te kijken.

In het ouderlijk huis trof ik mijn moeder op de grond, in gevecht met de plastic kerstboom die drie keer dubbelgeklapt in een bewaarhoes moest. Ik dacht dat het aan haar lag, maar een half uur nadat ik me ermee ging bemoeien, lagen we nog steeds te sjorren en te trekken aan het kreng, dat telkens als we dachten dat we het in bedwang hadden, lelijk terugzwiepte.

Daarna moest ik alle potten en planten die op de plek van de kerstboom hadden gestaan uit de schuur halen. ’s Morgens waren er opeens twee hulpverleners in haar woonkamer.

Een stagiaire en een begeleidster die alles wat de stagiaire zei langzaam herhaalde, alsof mijn moeder het anders niet begreep.

Ze stelden zich aan me voor.

De stagiaire: „Ik kom hier voortaan iedere week koffiedrinken.”

De begeleidster: „Ik herhaal dat vanwege uw moeder: ze komt hier voortaan iedere week koffiedrinken.”

„Is goed hoor”, zei mijn moeder, „als alles maar blijft zoals het nu is. Dat wil ik.”

Ik liet haar achter met die twee vrouwen.

Heel even wilde ik dat alles daar ook altijd zo zou blijven, met die plastic kerstboom in drie stukken in een bewaarhoes op de strijkplank, naast die kartonnen doos met knotten wol.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen