Nederlandse commando’s op patrouille in Mali, in 2014. Zij waren daar „zodat Nederland op politiek niveau kon zeggen een bijdrage aan de veiligheidssituatie van Mali te leveren”, schrijft Reinout Sterk.

Foto Evert-Jan Daniels/ANP

‘Wat onze missie in Mali bereikt, is nihil’

Reinout Sterk Militair jurist Vol idealen ging Reinout Sterk met de VN-missie mee naar Mali. Na terugkeer schreef hij, gedesillusioneerd, een boek. De missie was „een poppenkast”.

In maart 2015 vertrok militair jurist Reinout Sterk (36) naar Mali, om deel te nemen aan de Nederlandse missie onder de vlag van de Verenigde Naties. Hij wilde „iets betekenen” voor de mensen daar, had zin in avontuur. En dacht groots over de bijdrage die Nederland kon leveren bij het bestrijden van extremistische groepen en het verzamelen van inlichtingen.

Sterk kwam gedesillusioneerd terug. Hij bereidde zich voor op het juridisch adviseren van commandanten, maar in de praktijk kreeg hij af en toe een juridische vraag over alimentatie of echtscheiding. Zes maanden verveelde hij zich en zag hij hoe mensen en middelen werden ingezet op een manier die niet paste bij de doelstellingen van de missie. Hij schetst een ontluisterend beeld: veel militairen kwamen de poort nauwelijks uit; de elite-eenheid van de marine voert vooral een onderlinge prestigestrijd met de commando’s van de landmacht. En strategieën blijken regelrecht uit een eerdere missie in Afghanistan te zijn gekopieerd, zonder dat ze een duidelijk nut hebben in Mali.

Hij schreef er een boek over dat zaterdag verscheen: De missie Mali, een poppenkast in de woestijn. Daarin uit Sterk stevige kritiek op Defensie, de missie in Mali en de politieke besluitvorming daarachter. Defensie zegt het boek als een roman te beschouwen. „Het is de mening van één persoon”, aldus een woordvoerder, „en wij kunnen niet beoordelen wat daarvan wel of niet waar is.”

De Nederlandse bijdrage in Mali draait om inlichtingen. U schrijft dat de krijgsmacht daar nauwelijks aan toekwam.

„Bedenk: verkenners zijn het beste toegerust op het verzamelen van informatie. Maar het enige verkennersteam dat er was, werd tijdens mijn verblijf door de special forces nauwelijks ingezet. Andere eenheden mochten vanwege een verhoogd dreigingsniveau alleen de poort uit met wagens die waren uitgerust met jammers, bedoeld om bepaalde bermbomaanslagen te bemoeilijken. En die jammers waren niet bestand tegen de hitte, veel terreinwagens stonden stil. Het dreigingsniveau werd te hoog ingeschat, maar belangrijker: bernbomaanslagen werden nauwelijks gepleegd. Die maatregel stamde nog uit de Afghanistan-missie, waar dat wel frequent gebeurde.”

De VN-missie in Mali is geen gevechtsmissie, het is een vredesmissie. Toch bestaat de militaire kern in Mali uit special forces, commando’s van de landmacht en speciale elitetroepen van de marine. Dat komt volgens Sterk doordat de missie bedoeld was als campagne voor het binnenhalen van een tijdelijke zetel in de VN-Veiligheidsraad – die Nederland het afgelopen jaar ook bezette. „En special forces leggen internationaal meer gewicht in de schaal dan verkenners”, zegt hij.

„Die mannen zijn getraind om te vechten, om de vijand uit te schakelen. Ze willen actie en als ze zich gaan vervelen kan dat tot problemen leiden.” En dat is precies wat er volgens hem gebeurde. Hij beschrijft hoe een commandant eigenstandig vermeende terroristen wil oppakken. Daarbij wil hij ook waarschuwingsschoten kunnen lossen. Ondanks dringend juridisch advies uit Den Haag om dat niet te doen, zet de commandant alles op alles. „Wat heeft dat met inlichtingen te maken?” vraagt Sterk zich af. „Dit was totaal zijn opdracht niet.”

„Ik begon de missie steeds meer als een poppenkast te zien”, schrijft Sterk in zijn boek. „Wij waren als militairen in Mali gelegerd zodat Nederland op politiek niveau kon zeggen een bijdrage aan de veiligheidssituatie van Mali te leveren. De resultaten waren verder niet van belang.”

Wat verbaasde u het meest?

„Voor de VN moeten wij dingen in kaart brengen, maar de gevechtshelikopters waarmee we dat deden, hadden helemaal geen apparatuur aan boord om overzichtsfoto’s te maken. In plaats daarvan moesten de piloten dat zelf doen, met een fotocamera vanachter het glas van hun cockpit. Ook de kleine hoeveelheid mensen die we hadden: de special forces trokken er hooguit met vijftig mensen op uit om een gebied zo groot als Frankrijk in kaart te brengen. Een gebied waarvan inwoners zelf de infrastructuur niet eens goed in beeld hebben. Iedereen kan bedenken dat dat onbegonnen werk is.”

Wat was voor u het grootste verschil tussen droom en daad?

„Twee dingen: vooraf was mijn idee van een uitzending dat het avontuurlijk zou zijn. Dat ik in de praktijk dag in, dag uit op de twee vierkante kilometer van kamp Castor zou zijn, was een gigadeceptie. Maar vooral de hoeveelheid mensen, middelen en geld die Nederland investeert in Mali. En als ik dan kijk naar wat er wordt bereikt, dan is dat nihil. Heeft mijn aanwezigheid iets uitgemaakt? Heb ik een positieve effect kunnen hebben op één individueel Malinees leven? Ik betwijfel het.”

De VN zeggen dat alleen al de aanwezigheid van troepen een verschil maakt.

„Het is mijn overtuiging dat aanwezigheid an sich voldoende zou kúnnen zijn, maar dat vergt een commitment van decennia. Deze VN-missie werd ieder jaar met een jaartje verlengd. Op basis daarvan kun je geen langetermijnplanning doen.”

Omwille van de privacy heeft u sommige gebeurtenissen, gesprekken en personages samengevoegd. Daardoor is het moeilijk is te weten wat nu werkelijk is gebeurd. Defensie zegt uw boek te zien als een roman. Wat vindt u daarvan?

„Het vermogen om fouten te erkennen is afwezig bij Defensie. Intern kon ik mijn verhaal niet kwijt en nu ik dat extern heb gedaan, word ik weggezet als fantast.

Lees ook: ‘Voortgang missie in Mali woog zwaarder dan veiligheid militairen’

De afdeling communicatie heeft tot doel een rooskleurig beeld van de organisatie te schetsen en daartoe lichten ze burgers verkeerd voor. Eerst werd ik onder druk gezet om mijn boek niet te publiceren, omdat ik de missie en personen in gevaar zou brengen. Nu word ik weggezet als leugenaar, zonder inhoudelijk weerwoord. Ik vind dat kinderlijk en hoop dat mensen erdoorheen prikken.”

Correctie (11 januari 2019): in een eerdere versie van dit artikel werden per abuis de ‘commando’s van de luchtmacht’ genoemd. Dat moet zijn ‘commando’s van de landmacht’ en is hierboven aangepast.

    • Floor Boon