Opinie

    • Ellen Deckwitz

Tom

Ellen Deckwitz

Vrijdagavond was ik ook maar wat aan het wandelen toen plotseling de boodschappentas van de oude man voor me het begaf. Talloze blikjes smac kletterden op de stoep, het leek wel alsof een tjokvolle fruitautomaat de jackpot uitkeerde. Nog voor ik mijn hulp kon aanbieden verscheen er een zestienjarige jongen die in enkele tellen de gehele tasinhoud had verzameld en opgewekt overhandigde aan de dankbare eigenaar.

Meteen moest ik denken aan Tom, een jongen die een deprimerend aantal jaar geleden bij mij in de klas zat. Die was olympisch kampioen barmhartigheid: hij had voor zijn achttiende al zoveel goede daden verricht dat hij de komende eeuwen in louter toporganismen zal incarneren. Tom was zo’n type dat altijd kinderwagens de trein in hielp tillen, geld inzamelde voor bedreigde insecten en standaard tussen groepen vechtende jongeren sprong om ze te kalmeren (oké, hij was 1,90 meter en bezat diverse taekwondodiploma’s, maar toch).

Toch had ook hij zijn ondeugende kant: in zijn vrije tijd deed hij aan graffiti. Waar de meeste spuiters standaard dezelfde schuilnaam op de wand kwakken, gebruikte Tom echter altijd een ander alias. Hij zei trots dat het moest gaan om de kunst, niet om de maker. Het was de enige ijdelheid waar ik hem ooit op heb kunnen betrappen.

En zo zat Tom maandagochtend bekaf naast me in de les, gesloopt omdat hij de weekenden bij zijn vader in Amsterdam doorbracht en daar met zijn spuitbussen weer eens talloze metrowanden had verluchtigd. En zelfs dan nam hij het nog op voor de docent wanneer die zijn grip op de klas dreigde te verliezen.

Ik heb hem na de middelbare school nooit meer gezien. Hij bezit zo’n veelvoorkomende achternaam dat je met googlen niets wijzer wordt. Waarschijnlijk zou ik hem niet eens meer herkennen als hij opeens voor me stond. Misschien redde hij dit weekend een dier of twee uit een brandende woning. Hielp hij tijdens het uitgaan een tiener om van een dronken toerist af te komen. Zat hij in een oorlogsgebied pleisters te plakken of antibiotica te spuiten ofzo.

Toen ik later die avond in de metro zat, lette ik extra op de tunnelwanden. Het was een aangenaam idee dat daar ook tags van Tom tussen stonden, weliswaar verborgen onder talloze jaarlagen aan recentere graffiti. De wetenschap dat de pijlers van een wereld, waar dagelijks zo veel gedoe en geweld en pech is, gesigneerd waren door iemand die wat om zijn medemens gaf, was voor mij genoeg om het weekend door te komen. Opeens zei iedere kleurrijke letter: er bestaan ook aardige mensen. Kijk eens hoe hun naam de fundamenten van onze wereld siert, verlicht.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.