‘The House That Jack Built’ is zinloos saai en soms smakeloos

Drama/horror Met ‘The House That Jack Built’ is Lars von Trier terug. In de film schept hoofdpersoon Jack op over de vele vrouwen die hij heeft vermoord. Von Trier heeft ogenschijnlijk veel te vertellen, maar zegt weinig.

Als een talentvolle en belangwekkende regisseur als Lars von Trier (Breaking the Waves, The Idiots, Dogville) een slechte film maakt, is die altijd nog duizend keer interessanter en prikkelender dan welke middelmatige film dan ook. Maar wat te doen met seriemoordenaarsdrama The House That Jack Built, de terugkeer van de Deense filmvernieuwer in de veilige moederschoot van het filmestablishment? De houdbaarheidsdatum van de provocateur lijkt verstreken. Het is even verleidelijk om zijn film in het licht van de #MeToo-discussie te beschouwen als hem misogyn te noemen. De waarheid ligt in een onthutsend kaalgeslagen midden. Von Trier heeft ogenschijnlijk veel te vertellen, maar zegt weinig.

Lees ook het interview met Lars von Trier: ‘Moord is een wat extreme vorm van vrije meningsuiting’

The House That Jack Built is opgezet als een danteske hellevaart. In een raamvertelling van vijf hoofdstukken palavert seriemoordenaar Jack (een doodenge Matt Dillon) tegen Verge, een op Dantes Vergilius gemodelleerd personage, over de vrouwen (en een paar mannen) die hij op steeds gruwelijker wijze heeft vermoord. De eerste episode, met Uma Thurman als slachtoffer, is een gebruiksaanwijzing voor wat volgt. Het doet denken aan de jarennegentig-ironie van Wes Cravens Scream: de mens is onvergeeflijk hardleers als hij willens en wetens bij een seriemoordenaar in de auto stapt. Het geeft Von Trier een vrijbrief: wie de film tot het einde uitzit moet niet bij hem verhaal komen halen.

Ondertussen is dit niet zomaar een biecht, net zomin als dit zomaar een horrorfilm is. Expres suspenseloos, en daarom saai op het zinloze af. The House That Jack Built is eerder een essay over geweld, een traktaat vol oneliners, wat de film tijdens geweldsexplosies bijna smakeloos maakt. Vergelijkbaar met hoe destijds Von Triers Nymphomaniac niet de beloofde pornofilm was maar een betoog over seksualiteit en verlangen.

Jack en Verge keuvelen over onze popculturele obsessie met het kwaad en de verslavende dynamiek tussen pijn en genot. Je ontkomt er niet aan om in de film ook een artistiek statement over film en kunst zelf te zien. Veel aandacht gaat naar het bediscussiëren van het verschil tussen de ingenieur en de architect, zoals film naar zijn aard (als kunstvorm en techniek) ook altijd een wisselwerking tussen idee en realisatie is. Dat is uiteindelijk een shortcut naar Von Triers eigen Godwin: al snel haalt Jack, alias Mr. Sophistication, de nazi-architectuur en de Holocaust als de ultieme esthetisering van het kwaad erbij. Dat is natuurlijk weer een verwijzing naar Von Triers eigen conflict met Cannes dat hem zeven jaar geleden tot persona non grata verklaarde nadat hij onhandige opmerkingen over Hitler had gemaakt. Is het een slimme of een kinderachtige manier om alsnog zijn gelijk te halen? Hij laat zijn Vergilius niet voor niets spelen door Bruno Ganz die als Hitler in Der Untergang stof leverde voor ontelbare internetmemes. Met z’n springerige collagestijl met archiefmateriaal en animaties is The House That Jack Built precies dat: een giftige meme. Een doodlopende weg.