Lars von Trier: ‘Moord is een wat extreme vorm van vrije meningsuiting’

Interview

De filmpers in Cannes was van te voren gewaarschuwd: Lars von Trier zit vanwege zijn depressies zwaar onder de medicatie. „Sorry. Mijn brein is nog niet wakker.”

Lars von Trier is terug in Cannes. Zijn seriemoordenaarfilm The House That Jack Built werd in mei vertoond buiten de competitie, en zonder persconferentie. In 2011 betoonde de Deense provocateur op de persconferentie na Melancholia immers begrip voor Hitler en werd hij subiet persona non grata verklaard. Volgens zijn producer moest men de première toen op het strand vieren, met een krat bier.

Na zes jaar dolen in de woestijn – Von Triers tweeluik Nymphomaniac I en II werden vertoond in Berlijn en Venetië – heeft Cannes de verloren zoon weer aarzelend aan de borst gesloten. Het is meteen weer als vanouds: een schandaal. Tijdens de galapremière van The House That Jack Built verlaten zeker honderd bezoekers voortijdig de zaal waar ze Jack (Matt Dillon) zien opgroeien van impulsmoordenaar tot een filosofisch ingesteld monster dat lijkjes van kinderen opzet en een huis van vlees bouwt. Ook volgens verwachting: de Angelsaksische filmpers maakt er gehakt van. „afstotelijk, giftig afval”, „narcistische, lelijke drek”, om eens wat steekwoorden te noemen.

The House That Jack Built is een morbide horrorkomedie over een misogyne, ijdele en lege psychopaat. Hij verwart verwoesting met creatie, jaagt met een MAGA-petje op een gezin in het bos, amputeert een vrouwenborst onder het bezigen van Jordan Peterson-frases over bedreigde masculiniteit. Gruwelijk, zeker.

Maar niet gratuit. Von Triers onderwerp is al heel lang hetzelfde: toxische masculiniteit, vrouwen die lijden en terugslaan. Zijn stijl wordt met de film meer essayistisch: ditmaal worden Jacks bloedige episodes becommentarieerd door een tweegesprek met de gids Vergilius (Bruno Ganz) terwijl Jack als Dante in de Goddelijke Komedie in zijn hel afdaalt. Dat kan gaan over druivenrot, gotiek, stuka’s, Hitler of William Blake.

Von Trier heeft al laten weten dat hij blij was met al die weglopers bij de galapremière: juist de warme ontvangst van Melancholia bracht hem in 2011 tot zijn bizarre persconferentie. Maar in de heuvels van Cannes treffen we geen man die blaakt van bravoure. Zijn Deense studio Zentropa huurde er een villa, een pafferige, lijkbleke Von Trier in hoogbejaarde tred schuifelt de kamer binnen.

Lars von Trier is zwaar aan de medicatie, waarschuwden zijn assistenten al. Hij had zware depressies, was verslaafd aan drank en drugs, lijdt aan dwangneuroses en fobieën. Door zijn vliegangst kon hij nooit de Verenigde Staten bezoeken, waar The House That Jack Built zich afspeelt. Zijn films worden daarom altijd in Europa opgenomen.

„Ik moet nog een beetje op gang komen”, mompelt Von Trier als op onze eerste drie vragen slechts gehijg en gestamel volgt. Hij staat abrupt op, schuifelt weg. „Sorry, sorry, back in a niffy.” Vijf minuten later keert hij terug, nog steeds niet echt monter: „Sorry, excuus, ik warm nog wel op. Mijn brein is buiten werking.”

Waarom een film over een psychopaat?

Dat vond ik al heel lang een verleidelijk idee. Ik ben een groot fan van Patricia Highsmith en haar psychopaat Tom Ripley. Wat psychopaten interessant maakt, is dat ze onvoorwaardelijk in hun plannen geloven, hoe idioot die ook zijn. Dat bizarre zelfvertrouwen spreekt me erg aan.”

Mogen we uit deze film opmaken dat een kunstenaar in zekere zin een moordenaar is?

„Nee, wel dat kunst andere mensen pijn doet. Het is een hele egoïstische discipline. Als protagonist staat Jack wel dicht bij mij.”

Jack meent dat moord onder de vrijheid van meningsuiting valt.

„De vrijheid van moorden is een nogal extreme vorm van vrije meningsuiting. Maar ik hecht zelf erg aan mijn vrijheid van expressie …. Enfin, laat ik gewoon maar terugkomen op 2011, toen ik uit Cannes werd verbannen. Dat vonnis ervoer ik als erg pijnlijk, vergelijkbaar met zeven jaar celstraf.”

„Voor mij, als Deen, was het heel raar dat men zo over die persconferentie viel. Ik werd ook een beetje in de steek gelaten door de moderator, die ervoor zorgde dat het eindigde met de beruchte woorden, die ik niet ga herhalen, want je weet maar nooit [Ik heb begrip voor Hitler, -red]. Had iemand mij gevraagd: meneer Von Trier, wat bedoelt u daarmee, dan had ik het kunnen uitleggen. Misschien doet deze film dat een beetje.”

In ‘The House That Jack Built’ voert u Hitler, Mussolini en Albert Speer op. Dat heeft iets van een enorm ‘fuck you’-gebaar.

„Ik geloof dat het een mensenrecht is om over de Tweede Wereldoorlog te praten. Ik ken tv-kanalen die 24 uur per dag met Hitler bezig zijn.”

Lees ook de recensie: ‘The House That Jack Built’ is zinloos saai en soms smakeloos

De pianist Glenn Gould duikt ook op. Wat betekent hij voor u?

„Ik zag een clip van hem op YouTube, die vond ik enorm charmant. Hoe Gould zichzelf Bach leert spelen. Er zijn ook schilders die me inspireren: Jeroen Bosch, Gustav Klimt, hier vooral Eugène Delacroix. Weet u: ik heb allerlei beelden en ideeën die ik in mijn film wil puzzelen. Past zo’n stukje, dan mag het blijven.”

Dit is een gruwelfilm. Wat wilt u met al dat geweld bereiken?

„Mijn techniek is dat ik zaken tot in het extreme voer. En maak je een seriemoordenaarsfilm, dan moet het geweld juist heel expliciet zijn. Verzacht je het, dan maak je het aantrekkelijk. Het is niet mijn bedoeling dat u ervan geniet. Ik heb liever dat u moet wegkijken of zelfs uit de bioscoop loopt.”

„Het grappige is wel dat veel mensen vallen over die scène waarin een eendenkuiken een pootje wordt afgeknipt. Dat is de simpelste trucage denkbaar. Je vouwt de echte pootjes onder zijn buikje, steekt er twee plastic pootjes onderuit, en knip! We waren heel lief voor dat kuikentje, dat wil ik graag benadrukken.”

U bedankt op de titelrol acteurs en actrices met wie u eerder werkte, u citeert uit uw eigen films. Dat voelt bijna als een afscheid.

„Wat betreft het citeren van eigen films: het klinkt ridicuul, maar ik wilde een punt illustreren met citaten uit andere films. Dat bleek zo duur te zijn dat ik dacht: dan citeer ik mezelf gewoon. Dat is gratis. Meer zit er niet achter.”

„En ik ben zeker niet van plan met filmen te stoppen, wel om het mijzelf wat gemakkelijker te maken. Ik werk nu aan 36 korte filmpjes in zwart-wit. De basis is een Franse filmprofessor die intriges en drama’s analyseerde en concludeerde dat er 36 dramatische situaties bestaan. Ik dacht: net iets voor mij. Dan hoef ik niet maandenlang op de set te staan met die stomme camera. En ik kan hele goede acteurs aantrekken, zo’n filmpje kost ze maar twee dagen. Zie het maar als etudes, vingeroefeningen die componisten maakten om studenten bepaalde technieken te leren.”

Onze tijd is voorbij. „Sorry dat ik nog niet helemaal wakker was”, mompelt Lars von Trier ten afscheid. „Echt. Sorry, sorry, sorry.”

    • Coen van Zwol