Recensie

Recensie Muziek

Kirill Petrenko bewijst zich als een van de grootste dirigenten

Klassiek Dit jaar treedt topdirigent Kirill Petrenko aan als chef van de Berliner Philharmoniker, volgens velen het beste orkest ter wereld. Petrenko begint zijn sleuteljaar educatief en dirigeert de ‘petekinderen’ van de Berliner: het Bundesjugendorchester.

Kirill Petrenko in 2015 bij de Bayerische Staatsoper.
Kirill Petrenko in 2015 bij de Bayerische Staatsoper.

Het is internationaal hét klassieke evenement van 2019: dit najaar treedt Kirill Petrenko aan als chef-dirigent van de Berliner Philharmoniker, volgens velen het beste orkest ter wereld. Petrenko’s benoeming was in 2015 een verrassing, want een gewaagde keuze: hij dirigeerde de Berliner nog niet vaak en zijn focus lag op opera. Maar Petrenko is een van die zeer zeldzame dirigenten voor wie musici én publiek direct fel ontbranden – en voor wie je gretig een omreis maakt.

Petrenko (Omsk, 1972) begint zijn sleuteljaar met een weekje educatie. Het Bundesjugendorchester, door de Berliner Philharmoniker als ‘peetorkest’ gesteund, is een kweekvijver voor Duitse professionele musici. In de vijftig jaar die het orkest bestaat, speelden 2.500 kinderen mee, van wie 83 procent (!) professional werd. Groot verschil met ons Nationaal Jeugdorkest: de Duitse kinderen zijn heel jong, in de middelbare schoolleeftijd nog. Maar ze presteren inderdaad al als jonge professionals: ernstig, gedreven, toegewijd en in instrumentbeheersing op zeer hoog niveau.

Het programma waarmee het orkest nu op tournee is, is bont en afwisselend: een buitenkans om Petrenko met zijn gloeiende fysieke dirigeerstijl vanaf de eerste rij te observeren in uiteenlopende stukken met navenant wisselende eisen. In het Eerste Paukenconcert van William Kraft (1923), zelf paukenist en ook vanuit het solo-aandeel geconcipieerd, overdonderde de virtuositeit van Wieland Welzel (solopaukenist in de Berliner Philharmoniker) in duizelingwekkende glissandi en salvi.

Een topattractie waren de symfonische dansen uit Bernsteins West Side Story: het orkest speelde daarin nu eens slank en intiem, dan weer als een tierende en schmierende reuzen-bigband, maar Petrenko hield alle overgangen scherp in de hand. Fascinerend was het om te zien hoe alle spieren in zijn 1.60 meter lange, atletische fysiek een eigen rolletje speelden in de nabootsing van het klankideaal; pompend, swingend, of – ook in zijn zeer expressieve gezichtsmimiek – juist verwachtingsvol bevroren. En dat alles volstrekt gespeend van enige ijdelheid.

Ook van Stravinsky’s Le Sacre du printemps, voor een jeugdorkest een gigantische tour de force, maakte Petrenko met precisie en overgave als wapens een overtuigende dollemansrit langs oorgeselende offers en hypnotiserende guirlandes. En dat met een podium vol pubers. Petrenko is een van de allergrootste dirigenten van onze tijd.