Opinie

Is ‘Roma’ echt veel beter in de bios?

Peter de Bruijn Wie de proef op de som neemt en Roma twee keer bekijkt, kan tot verrassende conclusies komen.

Peter de Bruijn

Roma, de veelgeprezen autobiografische film van de Mexicaanse regisseur Alfonso Cuarón, kan een zichzelf respecterende filmliefhebber in gewetensnood brengen. De film is momenteel te zien op Netflix, die de film voor zo’n 20 miljoen dollar heeft gefinancierd, en draait tegelijk in zo’n twintig bioscopen. Natuurlijk komt de film – gedraaid in majestueus zwart-wit – het best tot zijn recht in de bioscoopzaal. Maar is dat verschil echt zo fundamenteel, nu de beeldschermen ook thuis zoveel groter en beter zijn? De verleiding is levensgroot om de film toch maar thuis aan te klikken vanaf de bank.

Wie de proef op de som neemt en Roma twee keer bekijkt – eerst in een goed geoutilleerde bioscoop en vervolgens thuis op een eenvoudige laptop – kan tot verrassende conclusies komen. Het beeld blijft eigenlijk verrassend goed overeind voor de thuiskijker. Cuaróns zwenkende, kalme en lange shots en zijn lucide, kraakheldere belichting blijven imposant. Maar van het geluid van Roma blijft niet zoveel over. Cuarón maakte gebruik van het Dolby Atmos-systeem en kan daardoor in bioscoopzaal het geluid van alle kanten laten komen. Het indringende, soms extreme geluidsontwerp vormt een essentieel contrapunt bij de objectiverende visuele stijl van de film. Vrijwel niemand heeft een geluidsysteem in huis dat kan tippen aan een goede bioscoop. Je kunt Roma thuis dus wel heel behoorlijk zien, maar niet horen.

De verschillen gaan verder. Roma is een film met twee gezichten. Voor Cuarón is de film een zeer persoonlijke onderneming. De film verwijst niet alleen met de titel, maar ook met de nodige surrealistische momenten naar het werk van Federico Fellini: de uitvinder van de persoonlijke, autobiografische film. Cuarón reconstrueerde minutieus zijn ouderlijk huis in de vroege jaren zeventig. De film gaat over de lotgevallen van het dienstmeisje dat hem opvoedde – ze heet Cleo in de film – en de echtscheiding van zijn ouders. Tegelijkertijd kijkt hij bijna met de onderkoelde, analytische blik van een historicus naar zijn eigen verleden en het verleden van zijn land: de kloof tussen arm en rijk, de echtscheidingsgolf die in de jaren zeventig de wereld overspoelde, het contrast tussen stad en platteland, het bloedbad dat rechtse knokploegen bij een studentendemonstratie in Mexico-Stad aanrichtten in 1971. Cruciaal is dat hij voor het perspectief koos van Cleo, en niet alleen zijn eigen ervaringen als kind centraal laat staan. Roma zoekt steeds een balans tussen de geschiedenis en het intieme, alledaagse gezinsleven.

Waarom is dat van belang voor een kijker die moet kiezen tussen Netflix en bioscoop? Omdat de epische kant van Roma – de grote geschiedenis – beter tot zijn recht komt op een bioscoopscherm. De kijker krijgt dan meer mee van wat Cuarón allemaal in zijn lange, gecompliceerde shots wil laten zien. Maar de tederheid en intimiteit van de dagelijkse omgang tussen Cleo en het gezin voor wie ze werkt komt thuis beter over het voetlicht. De intimiteit van de eigen omgeving versterkt het intieme karakter van de film. Roma is in de bioscoop een andere film dan thuis.

Peter de Bruijn is filmrecensent