Hij cultiveert de kalmte

Crowdfunding De Correspondent haalde 2,5 miljoen dollar op voor een internationale uitbreiding. Onder leiding van Harald Dunnink gaf ontwerpbureau Momkai de crowdfundingcampagne vorm. Voor Dunnink was het de maanreis waarvan hij al zo lang droomde.

Harald Dunnink (vooraan) is drijvende kracht achter De Correspondent, naast Rob Wijnberg (midden) en Ernst-Jan Pfauth.
Harald Dunnink (vooraan) is drijvende kracht achter De Correspondent, naast Rob Wijnberg (midden) en Ernst-Jan Pfauth.

‘Mijn hoofd werkt als dat van een kind, zegt ontwerper Harald Dunnink terwijl hij door Brooklyn stapt, op zoek naar de L-train richting het kantoor van The Correspondent in Manhattan. „Ik teken overal raketjes bij, van die Kuifje-modellen.” Want de poging om in New York een internationale uitbreiding van het journalistieke platform De Correspondent te lanceren, voelt als een maanmissie, en jongensdroom.

Dunnink (37) is oprichter en directeur van ontwerpstudio Momkai, gespecialiseerd in digitaal design. Het bureau is ook een drijvende kracht achter De Correspondent, waarvan hij en zijn compagnon Sebastian Kersten mede-oprichters en aandeelhouders zijn. In 2013 verzorgde Momkai de crowdfundingscampagne en lancering in Nederland. In deze laatste maanden van 2018 is hij in New York om de truc te herhalen, maar dan „in de Champions League”. Op de overbezette Engelstalige journalistieke markt.

Uiteindelijk zullen ze half december hun doel van 2,5 miljoen dollar behalen, maar wanneer Dunnink op deze koude novemberdag de ingang van de L-train vindt is de campagne pas net begonnen. Hij heeft nauwelijks geslapen en stuurt tussen het praten door de laatste berichten naar zijn team in Nederland, waar het nu vrijdagavond is. Dan stopt hij zijn telefoon weg. „Wist je dat er niet twee maar drie astronauten aan boord van de Apollo 11 waren?”

Website The Correspondent haalt 2,5 miljoen dollar op en kan beginnen

Neil Armstrong en Edwin ‘Buzz’ Aldrin. Maar die derde? Dunnink weet heel goed hoe die heet. En ook een beetje hoe die zich voelt. „Michael Collins. Die bleef in de capsule, niemand kent hem.” Bij De Correspondent zijn Rob Wijnberg en Ernst-Jan Pfauth de twee maanwandelaars. Dunnink blijft in de capsule. Met liefde hoor, het is een zelfverkozen plek. „Mijn werk is service-gericht. Ik bouw een podium om de hoofdrolspelers – onze verhalen en Rob – zo goed mogelijk uit te lichten.”

Rust

Nog tijdens de eerste ontmoeting met Wijnberg in 2013 besloot hij dat Momkai dit onzekere initiatief zou steunen. Hij werd aangestoken door het ondernemerslef, de mediakritiek en de ambities om via journalistiek mensen met elkaar in gesprek te brengen.

Dunnink bedacht de naam De Correspondent samen met Wijnberg. Het sierlijke logo is zijn handschrift, de kenmerkende getekende portretjes van medewerkers komen van zijn studio. Hij bewaakt de exacte kleuren, typografie en uitstraling van de site als een leeuw. Momkai werkte toen al voor grote merken als Nike, Red Bull en Bugaboo, maar is zich sindsdien steeds meer gaan identificeren met De Correspondent.

Sinds augustus 2018 zitten Momkai (ongeveer 30 fte; omzet 2018: 1,6 miljoen euro) en De Correspondent (ongeveer 50 fte) in hetzelfde Amsterdamse pand, als om te onderstrepen dat de twee bedrijven feitelijk één zijn. In de analogie van de maanmissie zit Dunninks compagnon Kersten nu in Houston, ofwel op de redactie in Amsterdam, waar hij de licht chaotische administratie van De Correspondent probeert te ordenen. Zo is het precieze aantal leden (nu ongeveer 60.000) door overgang naar een nieuw administratiesysteem niet exact duidelijk.

Dat is vanaf het begin de rol van Momkai bij De Correspondent, zegt Dunnink: rust creëren. Allereerst intern. Momkai bracht structuur in een bedrijf dat snel groeide en waarin aan de journalistieke kant ondernemerservaring ontbrak. Nog duidelijker is die zoektocht naar rust te vinden in het ontwerp. De homepage van De Correspondent oogt kalm, zeker in vergelijking met de gemiddelde nieuwssite van vijf jaar geleden.

Momkai werkt op projectbasis voor De Correspondent dat voor „een sterk gereduceerd tarief, waarvoor De Correspondent dit niet zelf in huis had kunnen halen of met externe oplossingen had kunnen bereiken”, alle disciplines van de studio kan inschakelen.

Dunnink en Kersten bedachten destijds zogenaamde sidenotes en infocards voor de journalistieke artikelen; extra informatie bij de links, die niet meteen afleidt van het hoofdverhaal. Toen hij in 2016 een persoonlijke audiotour door het Stedelijk Museum mocht maken, noemde hij zijn ontwerpfilosofie voor een digitale wereld ‘Cultivating Calm’.

Dat alles contrasteert sterk met zijn missie in New York. Daar moet Dunnink ervoor zorgen dat er zoveel mogelijk aandacht komt voor The Correspondent. Tijdens de campagne klinken er dus regelmatig paukenslagen op sociale media. Soms is dat borstklopperij – kijk eens hoe wij de journalistiek veranderen – en soms mediakritiek die helemaal niet kalm overkomt, maar alarmistisch. Zo wekt Wijnberg wrevel bij collega-journalisten wanneer hij tijdens de campagne beweert dat ‘het nieuws’ slecht voor de gezondheid is en autocratische leiders in het zadel helpt.

Dat het raar is om campagne te voeren met de hashtag #unbreakingnews, maar wel zelf breaking news te willen worden, beaamt Dunnink. „Het is niet erg om reclame voor jezelf te maken. Dat hoort bij campagnevoeren. We promoten de inhoud.”

Tussen de schreeuw om aandacht moet het beeld die kalmte uitdragen. Zo maakt hij in aanloop naar de campagne een boekje waarin de 10 basisprincipes van The Correspondent staan uitgelegd. Wijnberg en Pfauth gebruiken het als visitekaartje in de Verenigde Staten. Het is diepblauw met rode letters en gestikt met een rode draad. Het heeft de vorm van een paspoort. „Ik wilde iets ontwerpen dat je altijd bij je hebt. Rob draagt een jasje en daar past dat formaat altijd in. Je overhandigt ook echt iets kostbaars, onze principes.”

De twee Nederlanders moesten op dat moment zoveel mogelijk ambassadeurs voor de internationale uitbreiding vinden, bekende Amerikanen die hun fans en volgers moeten overtuigen om lid te worden. Het paspoortje van Dunnink moest vertrouwen wekken. „Met het rood en blauw zit je stiekem in een heel Amerikaans palet, dan voelt het minder vreemd voor ze.” Of het daardoor kwam of niet, The Correspondent kreeg uiteindelijk steun van prominente Amerikanen zoals opiniepeiler Nate Silver, black lives matter-activist DeRay Mckesson en andere activisten, cineasten, comedians en internetondernemers.

Raketje

In New York werkt Dunnink samen met Blue State Digital, het bureau dat onder meer de campagnes van Obama in 2008 en 2012 deed. In een grote vergaderzaal op de twaalfde verdieping is op het ene grote scherm de presentatie van Dunnink en Wijnberg te zien, op de andere kijken nog twee medewerkers vanuit Washington mee. Na afloop toont managing director Andrew Paryzer zich onder de indruk van de presentatie. „Gewoonlijk geven wij dergelijke presentaties. Dit is het mooiste campagnemateriaal dat ik ooit zag.”

Dunnink is precies in die dingen. In de presentatie staan de exacte kleurcodes van het blauw en rood van de huisstijl van De Correspondent genoemd. Hij kan het niet laten op te merken dat de beamer van het vermaarde campagnebureau de kleuren eigenlijk net niet goed weergeeft.

Hij besteedt zulke zaken liever niet uit. Daarom is hij tijdens de campagne ook vaak zelf op pad om video’s en foto’s te maken voor de sociale media-accounts van The Correspondent. Zo ook tijdens wat het meest cruciale moment van de crowdfunding zou blijken.

Nadat Nederlandse leden de eerste dagen een opkontje hebben gegeven, ging de teller nog maar tergend traag vooruit. Het lukte Dunnink, Pfauth en Wijnberg maar niet om het grote Amerikaanse publiek te bereiken. Maar met nog acht dagen te gaan en net iets meer dan 1 miljoen dollar op de teller, mag hun belangrijkste ambassadeur, mediaprofessor Jay Rosen, in The Daily Show aan host Trevor Noah komen vertellen over The Correspondent.

Dunnink filmt Wijnberg en Pfauth die tussen de coulissen kijken naar de opnames van The Daily Show. Goed voor straks op Instagram. Opgewonden en doodzenuwachtig horen ze hoe Rosen reclame maakt voor hun journalistieke initiatief. En dan opeens ziet Dunnink dat Wijnberg en Pfauth zich omdraaien en recht in zijn camera kijken. Wat zei Rosen nou zojuist tegen miljoenen Amerikanen? „Als je geen advertenties hebt waarop geklikt moet worden, dan cultiveer je een soort kalmte op je nieuwssite die het onderscheidt van de rest van het web.” Cultivating calm. Krijgt de derde astronaut in de capsule daar toch opeens even een knikje.

Als de campagne half december wordt afgesloten met ruim 2,5 miljoen dollar van 45.888 leden, stuurt hij zijn netwerk ‘groeten uit de ruimte’, met een astronautje en een raketje erbij. Zijn nieuwsbrief ondertekent hij met ‘To infinity and beyond!’, naar astronaut Buzz Lightyear uit de animatiefilms van Toy Story.

Inmiddels zijn de oprichters van The Correspondent terug in Nederland om te bedenken hoe ze dat eigenlijk gaan doen, een internationaal journalistiek bedrijf opzetten. Dunnink ziet twee grote ontwerpuitdagingen: zowel de site als de organisatie moeten worden omgebouwd. „We moeten een nieuw internationaal theater bouwen waarop ik de hoofdrolspelers kan uitlichten. Er is niet echt een goed voorbeeld van een online journalistiek platform dat het eerder deed op deze manier.”

Met een van de ambassadeurs van The Correspondent spreekt hij soms wel over de uitdagingen: Jimmy Wales. De oprichter van Wikipedia stuurde hem in 2017 persoonlijk een e-mail. Hij wilde meer weten over de manier waarop De Correspondent gebruik maakt van de kennis van de leden. „Het was een van de bijzonderste mailtjes die ik ooit heb gekregen.” Ze hebben nog altijd contact. Het was één van die momenten dat hij geniet van het spelen in de Champions League van het ondernemen op internet.

Onderzoek voor dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door bijdragen van het Fonds 1877 en Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Leendert van der Valk volgt de internationale campagne van De Correspondent voor een boek dat dit jaar zal verschijnen bij Uitgeverij Pluim.