‘De vijver in Twente is niet groot’

Braindrain Twentse afgestudeerden verlaten de regio massaal, tekorten zijn er groot. „Je komt steeds dezelfde mensen tegen op feestjes.”

Uit een recent onderzoek onder 777 alumni van de Universiteit Twente (UT) en hogescholen Saxion en Windesheim blijkt dat 66 procent van de afgestudeerden niet meer werkzaam is in de regio.
Uit een recent onderzoek onder 777 alumni van de Universiteit Twente (UT) en hogescholen Saxion en Windesheim blijkt dat 66 procent van de afgestudeerden niet meer werkzaam is in de regio. Foto Rob Voss / HH

Zijn leven lang woonde Bram Mulder (28) in Overijssel. Eerst bij zijn ouders, in de kop van Twente, later op kamers in Enschede, tijdens zijn studie communicatiewetenschap aan de Universiteit Twente. Hij was zelfs voornemens er een master te doen.

Totdat hij eerder klaar was met zijn bachelor dan verwacht. Er waren ineens maanden te doden, dus regelde Mulder een stage bij een bureau in communicatietraining in het westen. Daar zat hij in een tram richting Amsterdam Centraal en keek uit het raam. Hij zag de zon, de drukte op straat en dacht: híer is het leven. Niet veel later schreef hij zich in de hoofdstad in voor de master ‘corporate communication’, zelfs al stond die opleiding in Twente hoger aangeschreven. Nu woont en werkt Mulder al vier jaar in Amsterdam, en heeft hij er een eigen communicatiebureau.

Onbekende bedrijven

Twentse studenten verlaten de regio massaal na hun afstuderen. Uit een recent onderzoek onder 777 alumni van de Universiteit Twente (UT) en hogescholen Saxion en Windesheim blijkt dat 66 procent van de afgestudeerden niet meer werkzaam is in de regio. Onder hoogopgeleide bètastudenten is dit aantal nog hoger: 77 procent.

Dat is ook te zien aan het aantal vacatures, blijkt uit cijfers van detacheringsbureau Yacht. In juli vorig jaar stonden 1.400 vacatures voor hbo- en wo-gerelateerde banen open. Ook in mbo-sectoren als de zorg en techniek zijn er tekorten: zo’n 1.200 openstaande vacatures. Volgens het CBS is het aantal vacatures in Twente de afgelopen acht jaar zelfs verdubbeld.

„We zijn ons ervan bewust dat we niet alle studenten hier kunnen houden”, vertelt Marjolein van Loon, ‘ontwikkelmanager’ bij de gemeente Enschede. Zij bedenkt allerlei initiatieven om de zogenoemde ‘braindrain’ in de regio tegen te gaan. Want: „Als we niets doen, wordt het probleem alleen maar groter.” Afgelopen jaar hielden de UT en hogescholen Saxion en AKI ArtEZ bijvoorbeeld een enquête onder zo’n 450 studenten. Daaruit bleek dat 35 procent geen enkel bedrijf in de regio kent. „Dat moet beter”, zegt Van Loon.

„In mijn achterhoofd zat altijd het idee dat in de Randstad of in Eindhoven de banen waren”, vertelt Anne Luchtenberg (27) uit Assen. Ze studeerde biomedical engineering aan de UT. „Terwijl er binnen mijn medisch-technische vakgebied ook interessante bedrijven in Twente zijn, zoals DEMCON en Xsense.”

Na haar afstuderen kwam ze bij Philips terecht, waar ze een „fijne tijd” had. Inmiddels werkt Luchtenberg in het innovatielab van het Radboudumc in Nijmegen, op een kleinere afdeling. Terug naar Enschede ziet ze niet zomaar gebeuren, „het is niet onoverkomelijk, maar mijn netwerk zit nu ergens anders.”

Universiteit, hogescholen en gemeente proberen studenten nu aan het bedrijfsleven in Twente te binden, vertelt Coen Beernink, programmamanager van de stichting Talent IT Twente – opgericht om talent in de regio te houden. Wat ze bij de stichting doen is een proef, vertelt hij, te beginnen in de IT-sector. Het idee: „Twintig studenten gaan elk voor 0,3 fte aan het werk, verspreid over meerdere bedrijven. De studenten doen ervaring op en krijgen een marktconform salaris, mét toeslag om hun collegegeld terug te verdienen.”

Volgens Jeroen van Lagemaat, die naast voorzitter van Talent IT Twente ook directeur van een IT-bedrijf is, moeten bedrijven zelf óók meer doen. „Er is genoeg talent en er zijn genoeg werkplekken, ook de universiteit en bijvoorbeeld de ziekenhuizen hebben grote IT-afdelingen.”

Grotere stad nodig

Stefan Witkamp (26) herkent zowel het verhaal van de vertrekkende student áls die van het bedrijf op zoek naar talent. Tijdens zijn bachelor creatieve technologie bedacht hij met een studiegenoot een product om apparatuur, van verlichting tot vaatwasser, met elkaar te verbinden. Door het succes van zijn bedrijf bleef Witkamp in Enschede. Maar had hij een baan moeten zoeken, dan was hij waarschijnlijk naar de Randstad vertrokken. „Daar zitten toch de grote tech- en consultancy-bedrijven.”

Vooralsnog bevalt Enschede hem goed, zegt Witkamp, zelf afkomstig uit Veenendaal. De huurprijzen zijn er bijvoorbeeld laag. Wel merkt hij dat veel studievrienden vertrekken, zeker als ze zelf niet uit Twente komen. „Begrijp me niet verkeerd”, zegt hij, „maar voor mensen van onze leeftijd heb je eigenlijk een grote stad nodig. Enschede is een beetje een eiland. Er zijn minder festivals, minder meet-ups voor hoogopgeleiden. Je komt steeds dezelfde mensen tegen op feestjes. Het zijn misschien kleine dingen, maar die tellen ook.”

Voor zijn bedrijf was het in eerste instantie een voordeel dat hij in Enschede bleef. „Via-via konden we aan werknemers en stagiairs komen. Ik zat zelf in het bestuur van de studievereniging, we wisten iedereen goed te vinden.”

Maar nu Witkamp ouder wordt, droogt dat netwerk wel op. Het wordt lastiger om mensen aan te nemen, zeker met wat meer ervaring. „De vijver is hier gewoon niet erg groot. Specialisten verhuizen niet gemakkelijk deze kant op: we merken dat verschillende kandidaten afhaken, omdat ze de woon-werkafstand toch te groot vinden. Ook als ze verder graag bij ons hadden gewerkt.”

Ook Bram Mulder, die naar Amsterdam trok, merkt dat. „Met mijn bedrijf in social advertising werken we veel online, dus in principe kan ik dat overal doen – of het nu in Amsterdam, op Bali of gewoon in Enschede is. Maar als je het echt wil maken, moet je toch naar het epicentrum toe.”

Al ziet Mulder een leven lang in Amsterdam ook niet zitten. „Uiteindelijk – en dat weet ik zeker – wil ik weer terug naar het oosten. Volgens mij zijn dat mijn Twentse roots.”