Scène uit Porgy and Bess van George Gershwin in het London Coliseum, oktober vorig jaar. Gershwin wilde alleen zwarte zangers in zijn opera en liet deze wens in zijn testament zetten.

Foto Tristram Kenton

‘Ik vroeg altijd: zou je me ook een andere rol bieden?’

Interview Sopraan Adina Aaron vertolkt vanaf deze maand de titelheldin van Gershwins Porgy and Bess bij De Nationale Opera. Jarenlang weigerde ze de rol: te verraderlijk.

De hoofdrol in George Gershwins opera Porgy and Bess blijkt menigmaal de nagel aan de doodskist van veelbelovende zwarte sopranen, weet de Afro-Amerikaanse Adina Aaron. Ze zingt die Bess, vanaf volgende week bij De Nationale Opera in Amsterdam. Maar Bess is verraderlijk, vindt Aaron. Ze zag hoe veel leeftijdsgenoten ten onder gingen aan het personage dat zij – nu halfweg de veertig – pas voor de tweede keer vertolkt. „Kijk naar de partituur en je ziet geen grote partij, maar wanneer Bess zingt, moet ze het opnemen tegen een aanzwellend orkest met koperblazers.”

Bovendien liggen de noten in de lage middenstem, niet een kant die een sopraan vroeg ontwikkelt. „Jonge zangeressen branden zichzelf op”, zegt Aaron. „Want ze zien deze dimensies niet of onderschatten ze.”

En de zware eisen blijken niet de enige valkuil. In zijn testament liet componist Gershwin (1898-1937) optekenen dat de rollen uitsluitend waren voorbehouden aan zwarte zangers. Porgy and Bess ging immers over Afro-Amerikanen aan de zelfkant in de zuidelijke havenstad Charleston. Daar wilde Gershwin geen zwart gepoetste blanken in, zoals halverwege de jaren dertig meestal gebeurde op het toneel. De rassenscheiding was alledaagse werkelijkheid. Twee decennia na de première van Porgy and Bess in 1935 mocht bijvoorbeeld de zwarte diva Leontyne Price in veel zuidelijke theaters wel zingen, maar niet naar binnen door de hoofdingang.

Schaduwkant

Adina Aaron. Michael Lewin Management

Die dwingende voorwaarde van Gershwin diende dus een nobel streven, erkent Aaron, maar kent tegenwoordig ook een schaduwkant. „De theaters wisten me altijd te vinden als ze een Bess zochten”, zegt ze. „Dan vroeg ik steevast of ze me ook een rol in een andere opera konden bieden. Want wie geschikt is voor Bess, zingt met gemak Micaëla in Carmen of Liu in Turandot. Doorgaans begonnen ze te draaien: ‘Doe eerst Bess, daarna zien we verder.’ Dat heb ik steeds geweigerd. Want voor je het weet zit je gevangen in een hok met het opschrift Bess.”

Tot ergernis van haar agenten legde Aaron lang alle Bess-aanbiedingen naast zich neer. Pas vier jaar geleden debuteerde zij in die rol bij de Lyric Opera in Chicago, toen ze inmiddels in zeventien andere opera’s had gezongen. Daarmee was de angst voor zwarte typecasting wel bezworen, vond ze.

Aaron groeide op aan de stranden van Fort Lauderdale, Florida, in een gezin uit de lage middenklasse, waar klassieke muziek – laat staan opera – geen gemeengoed was. „Maar mijn ouders gaven hun kinderen de kans alles uit te proberen. En toen ze, rond mijn zevende, een piano kochten, vond ik dat instrument onweerstaanbaar. Ik kon mezelf er niet meer van losrukken.”

Lees ook: Jonge Nederlandse operazangers knokken voor een rol

Na de middelbare school kreeg Aaron de keuze uit twee beurzen: ze kon zang studeren of haar basketbaltalent met een academische opleiding verzilveren. Ze koos muziek, want Amerika kende toen nog geen profcompetitie voor vrouwen. Dat ze werkelijk operazangeres zou worden, daarover twijfelde Aaron nooit.

„Wat je doet, dat ben je. Met die filosofie brachten mijn ouders ons groot. Ga ervoor. En zo niet, don’t even bother. Bij niets in het leven stelde ik mezelf de vraag of ik er wel het talent voor bezat. Al weet ik inmiddels dat er tussen wens en werkelijkheid een weg ligt die niet iedereen kan afleggen.”

Haar verleden als atleet werpt ook zijn vruchten af in de opera. Aaron schaaft aan haar zang, zegt ze, zoals de basketballer Lebron James aan zijn spel. „Een stem in mijn achterhoofd vraagt zich altijd af: is dit het beste wat je hebt? Veel mensen zeggen dan: ‘Ach, je bent sopraan, als je in de hoogte maar uitblinkt.’ Goede topnoten en de rest oké, dat is nooit genoeg voor mij. Ik wil verbeteren, de techniek beheersen. De gedachte laat me nooit met rust. Een geesteshouding uit de sport. Door die vasthoudendheid kan ik nu Bess zingen.”

Porgy and Bess. De Nationale Opera, 16/1 t/m met 31/1. Inl: operaballet.nl

Correctie 9 januari 2019: In een eerdere versie van dit artikel was het slot weggevallen. Dat is nu hersteld.

    • Joost Galema