Vijftig Van Goghs dit najaar in Frankfurt

Expositie Het Städel Museum toont Vincent van Gogh met Duitse expressionistische navolgers eind 2019.

In bruikleen: Van Goghs Augustine Roulin (La Berçeuse) uit1889.
In bruikleen: Van Goghs Augustine Roulin (La Berçeuse) uit1889. Foto Stedelijk Museum Amsterdam

Het Städel Museum in de Duitse stad Frankfurt am Main bereidt zich voor op een grote tentoonstelling over Vincent van Gogh in het najaar van 2019. Voor de expo wordt de deels ondergrondse nieuwbouw van het museum heringericht.

Het wordt de grootste en kostbaarste tentoonstelling die het Städel Museum ooit op touw heeft gezet. De titel luidt Making Van Gogh: Geschichte einer deutschen Liebe. Volgens het museum heeft Duitsland een sleutelrol gespeeld in het succes van Van Gogh. De expositie draait om de betekenis die Duitse galeriehouders, verzamelaars, critici en musea hebben gehad voor de schilder. Ook is er veel aandacht voor zijn invloed op navolgers als Ernst Ludwig Kirchner, Erich Heckel, Karl Schmidt-Rottluff en Paula Modersohn-Becker.

Er zullen 140 schilderijen te zien zijn, waaronder 50 van Van Gogh. Er zijn belangrijke Nederlandse bruiklenen bij. Zo leent het Duitse museum van het Kröller-Müller in Otterlo een zelfportret uit 1887, geeft het Van Gogh Museum Vissersboten op het strand van Les Saintes-Maries-de-la-Mer (1888) in bruikleen en het Stedelijk in Amsterdam Augustine Roulin (La Berçeuse) (1889).

De Van Gogh-tentoonstelling in Frankfurt begint op 23 oktober en duurt tot 16 februari 2020. Het Städel Museum op de zuidoever van de Main – de zogeheten Museumsufer – kan bogen op een van de belangrijkste kunstverzamelingen van Duitsland, aldus het ANP.

Met name vader Heinrich en zoon Justin Thannhauser uit München hebben begin 20ste eeuw als Duitse kunsthandelaars veel betekend voor de internationale waardering van Van Gogh als kunstenaar: zij verkochten zijn werk al vroeg aan internationale musea, zoals het Guggenheim Museum in New York.

Zo meldt het Van Gogh Museum daarover: Galerie Thannhauser was een van de belangrijkste kunsthandels in Duitsland in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Vanaf 1905 bouwde Heinrich Thannhauser, later opgevolgd door zijn zoon Justin en zijn neef Siegfried Rosengart, een indrukwekkend netwerk op van kunsthandelaars en verzamelaars voor de verkoop van moderne kunst. De galerie verhandelde al vroeg werk van impressionisten, postimpressionisten, fauvisten en eigentijdse Duitse expressionisten, waaronder werk van Degas, Monet, Gauguin en Van Gogh.

In een modern ingerichte galerie presenteerden de Thannhausers de werken ruimtelijk in plaats van de wanden van de nok tot de grond te bedekken met kunst. Thannhauser gaf zijn potentiële koper met zijn vernieuwende presentatie de mogelijkheid om met volle aandacht naar één werk te kijken. En, aldus het Van Gogh Museum, in de context van andere moderne kunst.

Het Van Gogh Museum meldde dit naar aanleiding van de publicatie in 2017 van een boek over hun onderzoek naar de galerie en Van Gogh, getiteld: The Thannhauser Gallery, Marketing Van Gogh.