Stedelijk wil in de toekomst met Ruf exposities maken

Stedelijk Museum In de toekomst gaat de bij het Stedelijk vertrokken directeur Beatrix Ruf mogelijk meewerken aan exposities. Dat hebben het museum en Ruf samen bekendgemaakt.

Beatrix Ruf (1960) in het Stedelijk Museum.
Beatrix Ruf (1960) in het Stedelijk Museum. Foto ANP/Inge van Mill

Beatrix Ruf gaat het Stedelijk Museum in de toekomst mogelijk helpen bij tentoonstellingen. Dat hebben het Stedelijk Museum en de voormalig artistiek directeur maandagmiddag in een gezamenlijk persbericht bekendgemaakt. Daarin staat dat ze „in goed overleg hebben afgesproken het verleden achter zich te laten”.

Ruf kan worden uitgenodigd om bijvoorbeeld „betrokken te zijn bij een bepaalde tentoonstelling of andere museale projecten, onder de verantwoordelijkheid van de nieuw te benoemen artistiek directeur”, staat in het persbericht.

Over deze gezamenlijk verklaring hebben Truze Lodder, de nieuwe voorzitter van de raad van toezicht en Ruf, de afgelopen weken onderhandeld. Lodder laat in het persbericht weten dat onafhankelijk onderzoek Ruf heeft vrijgepleit van beschuldigingen in de media. In oktober 2017 nam Ruf ontslag nadat NRC vragen had gesteld over haar nevenverdiensten en de besloten vennootschap van de directeur. Sindsdien wordt het Stedelijk door interim-directeur Jan Willem Sieburgh geleid.

Lees een reconstructie van de gebeurtenissen: De opkomst en ondergang van Beatrix Ruf

Het bestuur van het Stedelijk werd vorig jaar in opdracht van de gemeente Amsterdam onderzocht. Volgens Lodder heeft dat onderzoek aangetoond „dat Beatrix Ruf integer heeft gehandeld: haar management BV was geen kunstadviesbureau en al haar nevenfuncties waren door de toenmalige raad van toezicht goedgekeurd. Ze heeft zich altijd met hart en ziel ingezet voor het Stedelijk en een impuls gegeven aan het huidige artistieke beleid.”

Het museum, zegt Lodder ook, zal Ruf „in de toekomst met alle egards behandelen, zoals een oud-directeur van het Stedelijk toekomt”.

Ruf toont zich in het persbericht tevreden met de opstelling van het museum. „Mijn tijd als directeur was een van de mooiste hoofdstukken uit mijn leven, en met dit eerherstel kan het nu een gelukkige herinnering worden.” Desgevraagd toont ze zich bereid „zo nu en dan een bescheiden bijdrage te leveren” aan de toekomst van het museum.