Schrijfster Bea Vianen toonde een verdeeld Suriname van binnenuit

Necrologie

De confronterende romans van Bea Vianen (1935-2018) stonden aan de bakermat van de Nederlandse literaire aandacht voor Suriname. Ze overleed op zondag.

Bea Vianen was de eerste Surinaamse vrouw van wie een Nederlandse uitgeverij een roman uitgaf.
Bea Vianen was de eerste Surinaamse vrouw van wie een Nederlandse uitgeverij een roman uitgaf. Foto Els Kirst

Bea Vianen, die zondag op 83-jarige leeftijd in Paramaribo overleed, was de eerste Surinaamse vrouw van wie een Nederlandse uitgeverij een roman uitgaf. Bij het vooraanstaande Querido verscheen in 1969 Sarnami, hai, haar sterk autobiografische romandebuut, dat een startschot gaf voor de Nederlandse literaire aandacht voor Suriname in de jaren zeventig. Enkele weken voor het overlijden van Vianen stierf een andere literaire grootheid van Suriname, de dichter Michaël Slory.

Lees de necrologie van Michaël Slory: Er kwam geen einde aan de woordenvloed

Vianen hoort tot de groep van auteurs die sinds de jaren zeventig de Nederlandse literatuur verrijkten met confronterende verhalen over de voormalige Nederlandse kolonie – verhalen van binnenuit. Het langs etnische lijnen verdeelde Suriname kreeg ervan langs in haar werk. Vianen hekelde een cultuur van angst waardoor het land er niet in slaagde zich aan de gewoonten van de koloniale tijd te ontworstelen. „Klein achterlijk land. Laffe mensen. Onwetende mensen. Bange mensen”, schreef ze in de roman Strafhok (1971). Evenzeer kon ze zich in haar werk opwinden over de emigranten die ze in Nederland zag: haar roman Het paradijs van Oranje (1973) ging over hun slecht uitgepakte ontworteling, materialisme en opportunisme.

Zowel haar leven als haar werk laten zich vatten in de thema’s beknotting en vlucht. Vianen werd in 1935 in Paramaribo geboren, groeide op tussen Hindoestaanse Surinamers en belandde al jong in een internaat toen haar moeder overleed. Haar bevrijding begon toen ze als 22-jarige naar Nederland emigreerde, waar ze lerares was en van de pen probeerde te leven. Ze woonde nadien afwisselend in Nederland en Suriname, en reisde langdurig door andere Zuid-Amerikaanse landen.

Persoonlijke ontworteling

Vianen was in de jaren zeventig zeer productief – ze schreef vijf romans en twee dichtbundels – waarna haar schrijverij sterk verminderde. Het schrijvende leven kostte Vianen haar sociale omgeving en haar geestelijke gezondheid, zoals ook gebeurde met thematisch verwante Surinaams-Nederlandse auteurs Edgar Cairo en Astrid Roemer. Persoonlijke ontworteling leidde tot paranoia en verwarring, wat ook waarneembaar was in Vianens werk: haar vroege proza was zeer toegankelijk en helder van taal. Haar gefragmenteerde, psychedelisch aandoende prozatekst Yo te espero, señora Ramkumari (1979) was een voorbode van haar onbegrijpelijke latere poëzie. Die onbegrijpelijkheid nam niet weg, zoals hoogleraar Nederlands-Caraïbische Letteren Michiel van Kempen ooit schreef, dat er in die poëzie ook „iets wezenlijks over de emigrantenpsyche werd uitgedrukt”.

    • Thomas de Veen