Opinie

Oranje verkoopt uit, Nederland zit op de tweede rang

Kunstcollectie

De renovatie van Paleis Huis ten Bosch in Den Haag ten behoeven van de koninklijke familie, kost de schatkist ruim 60 miljoen euro. Een veiling bij Sotheby’s in New York en Londen, „property of a princess” en afkomstig uit de nalatenschap van wijlen prinses Juliana, zal die over haar anonimiteit wakende prinses naar schatting een luttele 3,5 miljoen euro opbrengen. Eenmaal, andermaal... weg.

Lees ook: Koninklijke familie laat deel kunstcollectie veilen

Verbouwing en veiling hebben niets met elkaar te maken. Ze mogen allebei, er is niks onwettigs aan. En toch voelt het wrang, die kostbare verbouwing van een koninklijk paleis aan de ene kant en aan de andere kant het voor gewin naar verwachting uit Nederland wegsluizen van kunstwerken.

Een „ras van polyglotte en opportunistische handelaren” noemt de Franse filosofische auteur Michel Houellebecq de Nederlanders in zijn nieuwe roman Sérotonine. Dat is geen compliment en de Oranjeprinses bevestigt helaas die typering. Kunst is ballast is het signaal dat zij geeft. Dat doe je weg als je ermee kunt verdienen.

Dat dertien tekeningen van oude meesters, Chinees porselein, serviesgoed en zilverwerk naar het buitenland verdwijnen, is voor Oranje geen punt. Ook niet dat er een belangrijke tekening van Rubens uit Nederland verdwijnt. En evenmin dat het ter veiling gebrachte tafelglaswerk van de legendarische art déco-kunstenaar René Lalique prachtig zou passen in het Haags Gemeentemuseum. Als bruikleen of, waarom niet, als schenking. Het was een huwelijkscadeau voor Juliana en Bernhard en heeft ook historisch belang.

Grootscheepse uitverkoop van kunst is voor het Oranjehuis niet iets nieuws. In 1850 werden tekeningen van Rafaël, Michelangelo en Leonardo da Vinci van de hand gedaan, plus 192 schilderijen van oude meesters, als Jan van Eyck, Holbein, Rubens, Velázquez en vijf Rembrandts. In 2013 verkochten Juliana’s kleinkinderen een kunsthistorisch én historisch belangrijk werk van de Javaanse schilder Raden Saleh.

Het kan ook anders dan de onverschillige ontzameldrift van het Nederlandse koningshuis, kijk maar naar het Britse koningshuis. Koningin Elizabeth deelt haar omvangrijke kunstbezit met haar volk, om te beginnen in de openbaar toegankelijke Queen’s Gallery in Buckingham Palace in Londen. Ook de rest van de wereld mag meegenieten. In 2016 kreeg het Mauritshuis in Den Haag toestemming om 22 Hollandse genrestukken uit haar Royal Collection tentoon te stellen.

Stelt de Nederlander prijs op kunstbezit van het Huis van Oranje? Blijkbaar wel. In 2015 waren de 5.720 beschikbare kaartjes die bij uitzondering toegang gaven tot de Oranjezaal in paleis Huis ten Bosch, met werk van twaalf 17de-eeuwse schilders, binnen zes minuten uitverkocht. De Vereniging Rembrandt, sinds de oprichting in 1883 in de weer voor het behoud van cultuurbezit met prinses Beatrix als beschermvrouwe, springt in de bres voor het behoud van onder andere de tekening van Rubens voor het Nederlandse publiek. Dat is mooi maar het zou niet nodig moeten zijn.

De anonieme Oranjeprinses had de tekening zelf aan een museum te koop kunnen aanbieden. Levert vermoedelijk minder op dan bij Sotheby’s, dat is waar. Maar noblesse oblige. Ook het lid van het Oranjehuis dat kunst als toevallig privébezit beschouwt, kan zich de onstoffelijke waarde ervan realiseren. Kunst is meer dan zijn marktwaarde. Wil een Van Oranje er vanaf, dan kan deze een goed tehuis zoeken in een Nederlands museum. Het moet niet, maar het is wel zo koninklijk.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.