Niet meer als terrorist gezien, wel je Nederlanderschap kwijt

Radicalisering De minister van Justitie toont graag spierballen door jihadisten hun nationaliteit af te nemen. Maar de maatregel werkt vaak averechts, zeggen experts.

Minister Stef Blok verschijnt in de zomer van 2017 op het Journaal met een primeur. Hij ontneemt voor het eerst een jihadganger zijn Nederlanderschap. „Die bevoegdheid heb ik”, zegt de toenmalige justitieminister (VVD) ferm voor de camera’s van de NOS, „en als er een goeie onderbouwing voor is, schrik ik er zeker niet voor terug om die bevoegdheid te gebruiken.”

De minister van Justitie en Veiligheid kan sinds 2017 de Nederlandse nationaliteit afnemen van jihadgangers, zonder tussenkomst van de rechter. Dat kon daarvoor al bij een veroordeling voor terrorisme. Uitbreiding van de wet was volgens de regering nodig voor het beschermen van de nationale veiligheid. Door de nationaliteit af te pakken, zouden jihadgangers niet kunnen terugkeren uit Syrië of Irak en zou de terroristische dreiging afnemen, is de gedachte. „Wij willen voorkomen dat deze figuren terugkeren naar Nederland en met een bomgordel de grens overkomen”, zei VVD-Kamerlid Ockje Tellegen tijdens de behandeling van de wetswijziging. „Zij hebben afstand genomen van Nederland, dus nemen wij afstand van hen”, zei CDA’er Madeleine van Toorenburg. Bijna de hele Tweede Kamer stemde ermee in.

Inmiddels is de wet dertien keer ingezet, schreef de regering onlangs in een brief aan de Kamer: acht keer is het Nederlanderschap afgepakt van een jihadist, in nog eens vijf gevallen heeft de minister zijn voornemen daartoe kenbaar gemaakt. Wat niet in de brief stond, is dat de minister meerdere keren is gewaarschuwd door zijn veiligheidsadviseurs om de maatregel niet op te leggen, maar dit tóch deed, zo vertellen bronnen van NRC.

Weer op straat

De jihadist over wie Blok in 2017 op het Journaal meldt dat hij zijn nationaliteit kwijtraakt, is nog steeds Nederlander. Het gaat om de in Amsterdam geboren Maher H., 24 jaar. Hij komt in januari 2014 terug na een halfjarig verblijf in Syrië. De rechter neemt aan dat hij daar voor een terroristische strijdgroep actief was en veroordeelt hem tot drie jaar cel. In hoger beroep wordt dat omgezet in twee jaar, met een tweejarige proeftijd. In april 2016 staat Maher H. weer op straat.

Vrijgekomen jihadisten zoals Maher komen terecht in de ‘persoonsgerichte aanpak’ van de overheid. Een keten van justitie, politie, reclassering, gemeenten en zorgaanbieders werkt samen om ex-jihadisten terug in de maatschappij te begeleiden. Naast gesprekken met bijvoorbeeld een theoloog en een reclasseringswerker, ontvangen de ex-jihadisten hulp bij het regelen van praktische zaken zoals een woning, een dagbesteding en inkomsten.

Hoe pakt dat voor Maher uit? Hij stemde ermee in vragen van NRC over zijn re-integratie per e-mail te beantwoorden. Na de gevangenis moet hij erg wennen aan zijn leven in vrijheid, laat hij weten. Opsluiting op de terrorismeafdeling van gevangenis De Schie, waar volgens onderzoeken een zeer streng regime geldt, valt hem zwaar.

Na zo’n half jaar voelt Maher zich klaar voor werk of school, daartoe aangespoord door medewerkers van reclassering en gemeente. Er is één probleem: hij staat op de nationale terrorismelijst. Daarop worden bijvoorbeeld uitreizigers geplaatst om te voorkomen dat zij bij hun geld kunnen om terrorisme te financieren. Voor Mahers re-integratie betekent de vermelding dat hij niet over financiële tegoeden kan beschikken. „Hierdoor kon ik geen studiefinanciering krijgen en geen bankrekening openen. Ik kon dus niet studeren en ook niet werken. Zonder bankrekening neemt niemand je aan, want dan moet je uitleggen waarom je geen bankrekening hebt.”

Minder zwart-wit

Toch weten zijn begeleiders bij reclassering en gemeenten hem te „motiveren” door te gaan, stelt Maher. Hij gaat in behandeling bij een psycholoog en verlengt uit eigen beweging zijn reclasseringstraject. Hij zegt dat hij veel heeft aan het contact met de theoloog. Maher: „Door die gesprekken leerde ik dat er [in de islam] een verscheidenheid aan meningen is waar je je eigen standpunt uit kunt halen. Dat je niet alles letterlijk moet nemen, dat er altijd nuances zijn, dat dingen minder zwart-wit zijn dan ik voorheen zag.”

In mei 2017 verzoekt de gemeente waar Maher is gaan wonen het ministerie om hem van de sanctielijst te halen. Het verzoek wordt een tijd later gehonoreerd: een signaal dat de staat hem niet langer als terrorist beschouwt. Maher schrijft zich meteen in voor een nieuwe studie.

Maar juist als het traject van de grond lijkt te komen, kondigt toenmalig justitieminister Blok aan dat hij Maher zijn nationaliteit wil ontnemen. Hij zal naar Marokko moeten, het land dat de in Amsterdam geboren Maher alleen kent van vakanties. Halverwege 2018 zet immigratiedienst IND het voornemen om in een formeel besluit: Maher raakt het Nederlanderschap kwijt, omdat hij door zijn terrorismedelict ‘vitale belangen van de staat’ heeft aangetast.

Schizofreen

Is Maher dan nog gevaarlijk? Die vraag kunnen alleen justitie, reclassering, gemeente en inlichtingendienst AIVD beantwoorden. Zijn advocaat Flip Schüller wil daarom dat de IND bij betrokken diensten rapportages opvraagt over zijn cliënt. De IND weigert: het besluit over de intrekking is al genomen. „Alsof ze niet willen horen dat mijn cliënt goed bezig was met zijn re-integratie”, zegt Schüller. Hij tekent beroep aan. Woensdag dient bij de bestuursrechter een rechtszaak over de vraag of Maher de procedure in Nederland mag afwachten.

Schüller noemt het „schizofreen” dat dezelfde overheid die een enorme hulpverleningsketen inzet om Maher te re-integreren, hem tegelijkertijd wil uitzetten. „Mijn cliënt krijgt te horen dat hij moet investeren in zijn toekomst hier, maar wat heeft dat voor zin als hem een uitzetting boven het hoofd hangt?”

Deze tegenstrijdigheid signaleert ook de Inspectie Veiligheid en Justitie in een evaluatierapport van de Nederlandse terrorismeaanpak uit 2017. Gewaarschuwd wordt dat het afnemen van het Nederlanderschap en het bevriezen van financiële tegoeden het ingezette deradicaliseringstraject kan tegenwerken. „Het is namelijk denkbaar dat deze maatregelen, in combinatie met elkaar, het subject isoleren”, stelt de evaluatie.

Het gevolg is dat een jihadist door een dreigende uitzetting juist een groter risico gaat vormen: zijn gevoelens van onrecht worden versterkt, hij heeft weinig meer te verliezen en verdwijnt mogelijk in de illegaliteit. En doordat er lang geprocedeerd kan worden tegen een voorgenomen uitzetting, is het voor antiterreureenheden bijna onmogelijk om de jihadist al die jaren in de gaten te houden tot de hoogste rechter eindelijk heeft besloten of de uitzetting door kan gaan. Zo procedeert Schüller al sinds 2003 tegen de uitzetting van een andere cliënt, die destijds door de AIVD werd aangemerkt als staatsgevaarlijk. Op grond van mensenrechtenverdragen kan Nederland deze vermeende jihadist al zestien jaar niet uitzetten.

Om te voorkomen dat het intrekken van de nationaliteit een re-integratietraject doorkruist, heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid bedacht dat voordat zij de nationaliteit intrekt, eerst advies wordt ingewonnen bij partijen die zicht hebben op de betreffende jihadist. Dit zijn veelal gemeenten, politie en justitie. Maar in de praktijk trekt het ministerie zich weinig van hun adviezen aan: in veel gevallen waarschuwden zij de nationaliteit niet in te trekken, maar besloot het ministerie het tegenovergestelde. Het ministerie wil dat niet bevestigen: „Over de afweging die in individuele zaken wordt gemaakt worden geen uitspraken gedaan.”

Inmiddels heeft de volledige antiterrorismeketen, van gemeenten tot politie en justitie, zich intern tegen de maatregel gekeerd, zeggen bronnen van NRC. De burgemeesters van de vier grote steden hebben de huidige justitieminister Ferdinand Grapperhaus (CDA) deze zomer een brief gestuurd met het verzoek de maatregel versneld te evalueren vanwege de averechtse effecten ervan, bevestigt een woordvoerder van het ministerie.

Spierballen

Waarom blijft het ministerie de maatregel dan gebruiken? „Voor de bühne”, zegt Christophe Paulussen, die voor het T.M.C. Asser Instituut en het International Centre for Counter-Terrorism in Den Haag onderzoek doet naar antiterrorismemaatregelen, waaronder het intrekken van het Nederlanderschap. „De minister doet dit vooral om met spierballen te laten zien dat dergelijk gedrag niet wordt getolereerd, maar met effectiviteit of het oplossen van problemen heeft het weinig te maken.”

Het is volgens Paulussen een illusie dat een jihadist geen bedreiging meer vormt zodra hij geen Nederlandse nationaliteit meer heeft. „Het huidige transnationaal terrorisme trekt zich natuurlijk niks aan van landsgrenzen.” Het blijkt voor Syriëgangers eenvoudig om de Europese grens over te steken, hetzij via smokkelroutes of met gefingeerde paspoorten.

De maatregel is niet alleen ineffectief, zegt Paulussen, hij kan de problemen ook groter maken. Zo geldt de maatregel alleen voor mensen met een dubbele nationaliteit. Het kabinet wil namelijk geen mensen statenloos maken. Hierdoor ontstaat een andere behandeling van bevolkingsgroepen: waar bij Marokkaanse- of Turkse Nederlanders het Nederlanderschap kan worden ontnomen, gebeurt dit niet bij Nederlanders zonder dubbele nationaliteit. Dit kan leiden tot gevoelens van discriminatie onder minderheidsgroepen, zegt Paulussen. „En uit onderzoek blijkt dat dit een van de factoren is die een rol kan spelen bij radicalisering.”

In de zaak van Maher heeft de racisme-rapporteur van de Verenigde Naties inderdaad vastgesteld dat de maatregel „discriminerend” is. De rechter zal deze bevinding moeten meewegen. In het deradicaliseringstraject van Maher is ondertussen al maanden niets gebeurd. „Ik ben nog steeds verhinderd om een opleiding te starten”, laat hij weten. Dat zal nog wel even zo blijven. Na de komende rechtszaak kan hij of de IND in hoger beroep. Maher blijft, in elk geval nog even, Nederlander.