Minister neemt tegen advies in jihadisten nationaliteit af

Radicalisering Bewindspersonen kunnen jihadisten hun nationaliteit ontnemen. Experts raden de maatregel af, de minister volgt dat advies niet op.

Ondanks zwaarwegende adviezen van anti-terrorismeadviseurs om de nationaliteit van Nederlandse jihadisten niet in te trekken, hebben opeenvolgende bewindspersonen van Justitie en Veiligheid dat toch gedaan. Het leidt steeds vaker tot spanningen tussen het ministerie en organisaties die belast zijn met terrorismebestrijding.

De mogelijkheid om terroristen het Nederlanderschap te ontnemen, is de afgelopen jaren uitgebreid. Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) en staatssecretaris Mark Harbers (Justitie, VVD) hebben inmiddels van vijftien jihadisten de nationaliteit ingetrokken of een voornemen daartoe kenbaar gemaakt. Vijf van hen verblijven in Nederland.

Politie, justitie en gemeenten hebben in meerdere zaken tevergeefs gewaarschuwd de maatregel niet op te leggen, om het deradicaliseringsproces niet te verstoren, zo melden bronnen van NRC. Intrekken van nationaliteit werkt volgens veiligheidsprofessionals radicalisering in de hand en leidt tot minder zicht op de veroordeelde terrorist, terwijl het jaren duurt voordat iemand kan worden uitgezet en de kans aanwezig is dat personen daarna in de illegaliteit verdwijnen.

De burgemeesters van de vier grote steden hebben Grapperhaus en Harbers enkele maanden geleden in een brief verzocht de maatregel versneld te evalueren vanwege de averechtse effecten. Dit bevestigt een woordvoerder van het ministerie. Op de vraag of de minister tegen adviezen in nationaliteiten heeft ingetrokken, zegt de woordvoerder: „Over de afweging die in individuele zaken wordt gemaakt worden geen uitspraken gedaan.”

Ondertussen heeft de speciaal rapporteur van de Verenigde Naties inzake racisme, E. Tendayi Achiume, in december in een brief aan asieldienst IND laten weten dat de maatregel „discriminerend” uitpakt ten opzichte van minderheidsgroepen. De rapporteur roept Nederland op te stoppen met deze praktijk, die naar haar idee strijdig is met internationale mensenrechtenverdragen.

Lees ook: Niet meer als terrorist gezien, wel je Nederlanderschap kwijt

Die verdragen waarborgen dat burgers in een gelijke situatie gelijk worden behandeld. Daarvan zou bij het intrekken van nationaliteiten van terroristen geen sprake zijn: dat geldt alléén voor Nederlanders met een dubbele nationaliteit. Dit creëert, schrijft de VN-rapporteur, „discriminerende niveaus van burgerschap”.

De brief van de rapporteur is opgesteld voor de rechtszaak tegen de Marokkaanse Nederlander Maher H., geboren in Amsterdam, die zijn nationaliteit dreigt kwijt te raken vanwege een veroordeling voor terrorisme. Woensdag dient bij de bestuursrechter een rechtszaak of hij het beroep in Nederland mag afwachten.

De zaak van Maher H. pagina 10-11
    • Andreas Kouwenhoven