Mensen hopen altijd dat de ander zal ingrijpen

Misbruik in sport Een atletiektrainer zou in 35 jaar negen jonge meisjes hebben misbruikt. Hij legde een schuldbekentenis af. Waarom deed niemand aangifte en waarom werd hij pas in 2017 bij een club weggestuurd?

Een atletiekbaan van Atletiekvereniging C.A.V. Energie uit Barendrecht.
Een atletiekbaan van Atletiekvereniging C.A.V. Energie uit Barendrecht. Robin Utrecht/ANP

Het bekijken van dierenporno. Bij het kruis pakken. Grensoverschrijdende massages. Tegen zich aandrukken van atletes. Het meermalen geven van een tik op de billen. Frequente (onbeschermde) geslachtsgemeenschap voor de duur van meerdere jaren met meerdere zwangerschappen tot gevolg.

Het is een forse lijst met vergrijpen waarvan atletiektrainer Jerry M. (58) wordt verdacht, zo blijkt uit de uitspraak van Instituut Sportrechtspraak (ISR) waar hij afgelopen zomer een schuldbekentenis heeft afgelegd. Volgens De Telegraaf, dat zijn praktijken in de openbaarheid bracht, heeft de coach nog veel meer slachtoffers gemaakt. M., inmiddels voor het leven geroyeerd door de Atletiekunie, zou in 35 jaar negen jonge meisjes hebben misbruikt bij drie atletiekverenigingen in Rotterdam, Den Haag en Barendrecht.

Marjan Olfers, hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit, vindt het een uitzonderlijke zaak, maar is niet verbaasd. Inmiddels blijkt dat er verschillende keren een melding is gedaan, zowel bij politie als Atletiekunie. Pas na een laatste melding in 2017 is de man weggestuurd bij de club waar hij toen als trainer werkte.

Hoe kan dat? Na elke melding moet een onderzoek volgen, zegt Olfers, hoe zwak de melding ook is. Vaak gaan er achter een melding van een ogenschijnlijk licht vergrijp ernstige feiten schuil.

Heeft een bestuur van een sportclub dan niet de plicht om te melden? Ja, maar dit heeft sportkoepel NOC*NSF pas vorig jaar verordend. De meldplicht was een van de aanbevelingen in het rapport van de Onderzoekscommissie seksuele intimidatie en misbruik in de sport, dat in december 2017 uitkwam en onder leiding stond van oud-minister Klaas de Vries.

Laksheid en onwetendheid

Toen Jerry M. over de schreef ging, was die meldplicht er nog niet. Wanneer bestuurders in het verleden argwaan of concrete verdenkingen hadden, dan kon voor hen de kous af zijn als ze afscheid namen van het clublid in kwestie. Bij een andere club konden de ontuchtelijke trainers of leiders ongestoord hun praktijken voortzetten. Die clubs wisten van niets.

Kwestie van laksheid én onwetendheid, oordeelde de commissie. In een wereld waarin clubbestuurders vaak vrijwilligers zijn met een fulltimebaan, ontbreekt het simpelweg aan kennis en daadkracht om ontuchtelijke vrijwilligers af te stoppen. Want wanneer is de situatie ernstig genoeg om andere clubs te alarmeren over een vrijwilliger die je niet vertrouwt?

Tegenwoordig werken alle sportbonden met vertrouwenspersonen met wie een slachtoffer kan praten, zegt Olfers. „Die moet toestemming vragen aan het slachtoffer om serieuze zaken aan het bestuur te melden. Als de melding niet door het slachtoffer zelf gedaan wordt, kan dat het beste direct bij het bestuurslid dat seksuele intimidatie in zijn portefeuille heeft.”

Hoe is het mogelijk dat die handtastelijke trainer zo lang zijn gang kon gaan? Olfers noemt het ‘bystander-effect’. „Mensen hopen altijd dat de ander zal ingrijpen. Het is ook lastig om een toegewijde trainer van iets zó ernstigs te beschuldigen. Stel je voor dat het niet waar is. Het wordt ook vaak gebagatelliseerd. ‘Och, het valt best mee.’ Voor slachtoffers is het ook moeilijk. Soms zijn ze verliefd, of blij met de aandacht die ze krijgen. Of ze voelen zich schuldig, denken dat ze medeplichtig zijn aan de situatie. Daders zijn vaak meester in het manipuleren van slachtoffers.”

Olfers vertelt over een judotrainer die pupillen ernstig had misbruikt. „Er zijn nog steeds mensen die geloven dat hij slachtoffer is van een complot.” Olfers vindt dat er voldoende regels en protocollen binnen sportclubs zijn om misbruik te voorkomen. Al kunnen die per sportbond verschillen. „Het ligt ook aan de sport. De judobond heb ik geadviseerd om een volwassene een bepaalde greep niet bij een minderjarige te laten uitvoeren. Het kind ligt dan tegen het kruis van de volwassenen. Tja …”

Het is belangrijk dat alle volwassenen die op een vereniging rondlopen alert zijn, zegt Olfers. „Een trainer die de meisjeskleedkamer binnenloopt als ze zich aan het omkleden zijn, is niet meer van deze tijd. Een trainer mag niet het privéleven van de pupillen binnendringen.” Ze vertelt over een voetbaltrainer die een groep jongetjes tussen de acht en tien jaar bij hem ’s avonds naar een film liet kijken. Een aantal bleef ook slapen. „Niets strafbaars, maar toch voelt het niet goed. Beter om dat niet te doen. Dan moet er iemand het lef hebben om dat te zeggen.”

Een exterieur van Atletiekvereniging C.A.V.

Robin Utrecht

Praten met alle, vaak nog jonge, trainers over de grenzen van gedrag is ook belangrijk. „Als je de meisjes van A1 laat coachen door een testosteronbom van nog geen 25, moet je niet gek opkijken als hij er met een naar de film gaat. Dat is niet erg, maar meld een relatie wel bij het bestuur. Dan is het helder en open.”

Minutieuze ondervraging

In de zaak van Jerry M. is tweemaal melding gemaakt van het seksueel misbruik bij de politie, meldde De Telegraaf maandag. Een vrouw stapte in 2000 naar de politie en de vader van een ander slachtoffer meldde zich negen jaar later. Beiden deden geen aangifte toen ze hoorden wat de consequenties zijn. Die zijn groot – dat benadrukt de politie bewust in het voorgesprek dat voor aangiften plaatsvindt.

Slachtoffers worden minutieus ondervraagd. Hoe diep ging hij? Waar raakte hij je aan? Hoe hard deed hij dit? Deed het pijn? De vraag is of slachtoffers dit tot in detail kenbaar willen maken tegenover rechercheurs, en eventueel later in de rechtbank. En beseft een slachtoffer dat een proces jaren kan duren? Doet een slachtoffer vervolgens geen aangifte, dan kan de zedenpolitie formeel weinig doen.

Olfers: „Het is enerzijds logisch, er moet wél bewijs zijn. Maar ik weet niet of ik mijn kind daaraan bloot zou stellen. Soms wordt aangeraden dat slachtoffers eerst het gebeurde verwerken, en pas aangifte doen als ze zich sterker voelen.”

Overwogen kan worden, zegt ze, dat een ander aangifte doet. „De persoon die in 2009 bij de Atletiekunie een officiële melding deed van seksueel grensoverschrijdend gedrag had ook aangifte bij de politie kunnen doen.

Lees ook: ‘Seksueel misbruik atletiektrainer tweemaal gemeld bij politie’

Dat is minder belastend voor een slachtoffer, al zal hij of zij dan ook gehoord moeten worden.”

Had de Atletiekunie zélf vervolgens aangifte kunnen doen? Nee, stelde directeur Pieke de Zwart maandag. „Daar heb je medewerking voor nodig van de slachtoffers of de verdachte; slachtoffers hebben destijds geen aangifte willen doen om hen moverende redenen. Wij zouden ook liever hebben gezien dat het een strafrechtelijke kwestie was geworden en dat het niet bij een tuchtzaak was gebleven, want wat is gebeurd is natuurlijk verschrikkelijk.”

Ouders kunnen met hun kinderen praten over de grenzen, zodat ze weten dat er een grens is. Olfers: „Je lichaam is van jou. Daar hoeft niemand aan te komen. Kinderen moeten weten wat normaal is, en wat niet. En zich vertrouwd voelen om het te kunnen vertellen.” Sportclubs kunnen dat vertrouwen ook uitdragen. „Hang in elke sportkantine een grote poster met een nummer dat gebeld kan worden.”

Het zal niet altijd helpen, beseft ze. Daders van seksueel misbruik hebben een neus voor kwetsbare kinderen. „Dan komt er opeens een trainer die jou op een voetstuk plaatst. En heel langzaam gaat het steeds verder. Dat maakt het zo lastig.”

    • Sheila Kamerman
    • Fabian van der Poll