‘De kunst is om een nieuwe groene revolutie zo te laten plaatsvinden, dat de productie duurzaam wordt.’

Foto Merlijn Doomernik

‘Landbouw barst in dit land uit zijn voegen’

Interview | Wiebe Draijer De Rabobank moet een drijvende kracht worden achter de noodzakelijke verduurzaming van de landbouw. „De komende jaren moet zich dat vertalen in consequenties voor de boer.”

Niemand hoeft Wiebe Draijer de problemen van de moderne landbouw voor ogen te houden. Een kwart van de broeikasgassen komt uit de voedsel- en agrarische sector, een derde van het voedsel wordt verspild, de zeeën kunnen de vervuiling niet aan en de biodiversiteit loopt zwaar terug. De bestuursvoorzitter van de Rabobank lepelt de feiten moeiteloos op.

Maar Draijer verzet zich als een vergelijking met de fossiele sector wordt gemaakt, waaruit veel banken zich terugtrekken. „De fossiele sector is eindig. Maar voor de landbouw geldt dat juist niet. Richting 2050 moeten zo’n negen miljard mensen gevoed worden. De kunst is om een nieuwe groene revolutie zo te laten plaatsvinden, dat die productie duurzaam wordt. En dat kan, met nieuwe en bestaande technologiën en binnen de bestaande landbouwcapaciteit.”

Draijers Rabobank speelt wereldwijd een belangrijke rol als financier in de voedselketen. De coöperatieve bank heeft wereldwijd 100 miljard euro in de agrarische sector uitstaan en de helft van de grootste driehonderd bedrijven in de voedingsindustrie is klant. „Waar je ook heen gaat in de wereld, de Rabobank is een keukentafelpartij van de boer”, zegt de 53-jarige bestuurder.

Die prominente rol brengt ook een zware verantwoordelijkheid met zich mee nu de landbouw aan alle kanten tegen grenzen aanloopt. Als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad was Draijer in 2013 de drijvende kracht achter het Energieakkoord dat Nederland eindelijk iets duurzamer moest maken. Nu moet de Rabobank een drijvende kracht worden achter de noodzakelijke transitie van de landbouwsector.

„We maakten deel uit van het succes van de eerste groene revolutie in Nederland, na de Tweede Wereldoorlog. Het streven om nooit meer honger te kennen werd door de overheid vertaald in een missie voor de Nederlandse landbouw. Een indrukwekkend verhaal van een grote transitie, waarin boeren de motor werden van de economische ontwikkeling in ons land en we nu de tweede landbouwexporteur van de wereld zijn.”

Na dit succes is volgens Draijer een tweede groene revolutie nodig, want de landbouw „barst in dit land uit zijn voegen”. „Nu hebben we ook een belangrijke rol te spelen om díé transitie mogelijk te maken. Ook als die pijnlijk is. We rijden zelf niet op de tractor, maar zijn wel de partner van de boer.”

De afgelopen periode bracht de Rabobank alle begrenzingen voor de landbouw in kaart, zegt Draijer, bijvoorbeeld op gebied van zoet water of fosfaat. In Nederland en wereldwijd. „De komende jaren moet zich dat vertalen in consequenties voor de boer. Met concrete oplossingen.”

Hoe moet de rol van de Rabobank eruit zien? Boeren hebben het zwaar terwijl ze volop moeten verduurzamen. Dat doe je niet makkelijk als je net een miljoen hebt geleend voor een nieuwe varkensschuur.

„Ik weet niet of dat door die lening komt. Boeren hebben het zwaar, want hun marges staan voortdurend onder druk. Consumenten vragen steeds meer om andere, duurzame producten, toezichthouders stellen andere eisen en ze krijgen niet de prijs die ze toekomt. Voordat hij kan verduurzamen moet zo’n boer zicht krijgen op een gezonde toekomst en een marktconforme prijs na die transitie. Daarbij gaat hij eerst door een moeilijke periode. Wij kunnen hem daarin steunen met bijvoorbeeld rentekortingen of groenfinancieringen, een lening die bedoeld is voor verduurzaming. Wij moeten voorkomen dat de boer uit de bocht vliegt.”

Waar je ook heengaat in de wereld, de Rabobank is een keukentafelpartij van de boer

De Rabobank wordt nu vooral gezien als financier van de schaalvergroting die tot veel problemen heeft geleid. Neem de melkveesector, waarin onder druk van Brussel snel een eind moet komen aan het fosfaatoverschot. Die recente expansie na het verdwijnen van de melkquota is door de Rabobank gefinancierd.

„Wij zijn partner van de sector, maar hebben veehouders ook steeds voorgehouden wat de perspectieven zijn. Hoe gaat de melkprijs zich ontwikkelen? Wat is draaglijk, ook als de markt een paar jaar tegenzit? Het overschot aan fosfaat komt niet door ons. Wij gaan met de klant in gesprek, bijvoorbeeld als we denken dat uitbreiding van een bedrijf niet draaglijk is, maar de klant blijft zelf verantwoordelijk. De ondernemer is de ondernemer.

„We voelen ons natuurlijk wel verantwoordelijk. Wij stellen bij verschillende sectoren geld beschikbaar om uit de problemen te komen. We hebben een overbruggingskrediet voor melkveehouders en investeren in fondsen voor varkenshouderij en glastuinbouw, allebei voor 60 miljoen. Daarmee kunnen ondernemers makkelijker verduurzamen of hun bedrijf beëindigen. Zo kun je netjes een overgang naar een nieuwe eigenaar begeleiden.

„We hebben het eerder in de glastuinbouw gedaan, toen die door de hoge gasprijs tegen de grenzen aanliep. Met een sectorfonds van 300 miljoen euro konden we een buffer vormen. Nu loopt die sector voorop in de verduurzaming.

„Neem nou maar die verliezen op de boeren die het niet aankunnen, wordt vaak tegen ons gezegd. Maar wij zijn een coöperatieve bank die gefinancierd is met spaargeld. We moeten natuurlijk wel een structurele oplossing voor de langere termijn bieden.”

Wordt het met zulke financiële instrumenten voor iedere boer mogelijk duurzaam te gaan produceren?

„Uiteindelijk is er geen plaats meer voor bedrijven die niet duurzaam produceren. En niet alle boeren gaan die transitie meemaken. Een generatiewisseling is een goed moment voor een koerswijziging. In de komende tien jaar dient zich zo’n wisseling bij 40 procent van de bedrijven aan. Dat is ook voor ons het moment om het gesprek te gaan voeren en te kijken hoe het anders kan.”

Gaat dat niet veel te lang duren? In 2030 moet volgens het komende klimaatakkoord de uitstoot van broeikasgassen met de helft zijn afgenomen, dat is over elf jaar.

„De landbouw maakt nu de stappen die richting 2030 nodig zijn en afgesproken worden in het klimaatakkoord. Sommigen zeggen dat deze sector wordt ontzien, maar daar ben ik het niet mee eens. De voorgestelde stappen zullen een enorme inspanning van boeren en tuinders vragen.

„Natuurlijk, aspecten als verkleining van de veestapel en het landgebruik komen nog aan de orde, maar we moeten de druk niet te groot maken. Door te hard te gaan drukken, duw je de sector onder water en worden juist niet de investeringen gedaan die nodig zijn voor de verduurzaming. Zij willen graag de duurzame richting op, maar het moet wel een haalbare, humane transitie zijn.”

Dat u voor zo’n aanpak pleit, is veelzeggend voor de sector.

„Dat heeft te maken met de plaats die de boer op dit moment heeft in de voedselketen. Ik vind dat er in de balans met de supermarkt, de tussenhandel en de consument meer waardering en een betere prijs voor de boer moet komen. Het zou goed zijn als er meer verbinding komt tussen de consument en de lokale boer. En mensen moeten inzien dat hun eetgedrag ook klimatologische consequenties heeft. Dan ontstaat er meer slagkracht om te handelen.”

De Rabobank is een grote financier van palmolie. Onlangs stapte Aegon Nederland daar helemaal uit, onder meer vanwege ontbossing en mensenrechtenschendingen.

„Wij investeren uitsluitend in duurzame palmolie en beïnvloeden de sector als geheel. Als palmolie maar een klein deel van je investeringsportefeuille is, dan kost het veel moeite om invloed uit te oeferen. Dan kun je die keuze maken. Maar bij ons is terugtrekken niet het antwoord, dan maak je vrij baan voor niet-duurzame praktijken. Je kúnt palmolie duurzaam verbouwen, daarvan zijn wij overtuigd, maar je moet wel leverage hebben. Wij hebben dat. Invloed is beter dan wegkijken.”

Lees ook over de ontwikkelingen in de tuinbouw: Groente als concurrent van chocolade