De Bijbel rukt op in Kathmandu

Christendom in Nepal Het aantal christenen in Nepal groeit snel. Een nieuwe antibekeringswet brengt christelijke organisaties in de verdrukking.

Christenen bij de voorbereidingen op het kerstfeest in Lalitpur, nabij hoofdstad Kathmandu. Foto Narayan Maharjan/Getty Images
Christenen bij de voorbereidingen op het kerstfeest in Lalitpur, nabij hoofdstad Kathmandu. Foto Narayan Maharjan/Getty Images

Achter een hoge, donkere poort in het centrum van Kathmandu staat een op het oog onopvallend pand. Aangeharkt gazon, geel geverfde muren. Niets verraadt de geheime campagne die er volgens de lokale politie binnen wordt gevoerd. Op een middag in september stapte de politie ineens door de poort.

„Ze zochten bewijs dat we het christendom promoten”, zegt de man die tot voor kort leiding gaf aan de Amerikaanse ngo die hier kantoor houdt. Hun boekenkasten werden doorgeplozen, er werden foto’s gemaakt. Ook werd zijn Nepalese staf ‘uitgenodigd’ op het politiebureau. „Ze wilden weten of we hen ook dwongen naar de kerk te gaan.”

Eigenlijk wilde de voormalig landendirecteur (zijn naam is bij de krant bekend) liever niet praten met NRC. „Het zijn gevoelige tijden in Nepal”, zei hij vooraf aan de telefoon. Hij bedoelt: voor een organisatie als de zijne, die wereldwijd een reputatie opbouwde met het opzetten van onderwijs én het verspreiden van het woord van God.

Ingeklemd tussen China en India gold Nepal lange tijd als enige hindoekoninkrijk ter wereld. Maar na een burgeroorlog die tien jaar duurde en de daaropvolgende val van de monarchie werd Nepal in 2008 een seculiere republiek.

Op buurland China na zou nergens aantal christenen zo rap toenemen

Met een kanttekening in de nieuw geformuleerde Grondwet: de „eeuwenoude religie en cultuur” van het land moesten worden beschermd. Iemand bekeren is verboden. Wie dat wel doet, riskeert een gevangenisstraf van vijf jaar, een boete van 50.000 Nepalese roepies (zo’n 370 euro) en, voor buitenlanders, deportatie.

Onlangs nog werd een 35-jarige Australische uitgezet en voor vijf jaar uit Nepal verbannen, nadat zij nabij de Indiase grens langs deuren was gegaan om het evangelie te verspreiden. Eerder gebeurde hetzelfde met twee vrouwen uit Japan.

In een aangepaste versie van de wet, sinds augustus van kracht, is daar nog iets aan toegevoegd. Ook het „kwetsen van het religieuze sentiment” van een persoon of groep is nu strafbaar. Hoewel geen religie bij naam wordt genoemd, vrezen vooral de christenen in het land dat de – in hun ogen discriminerende – wet tegen hen zal worden gebruikt.

Het christendom, tot 1951 verboden in Nepal, is er namelijk aan een behoorlijke opmars bezig. Van de ruim 29 miljoen inwoners zijn tegenwoordig naar schatting meer dan een miljoen christen, amper tien jaar geleden was dat nog niet de helft. Op buurland China na zou nergens ter wereld het aantal christenen zo rap toenemen als hier.

Overal duiken kerken op

Dat zie je terug in het landschap. Van de meest afgelegen uithoeken diep in de bergen tot in hartje Kathmandu, overal duiken kerken op, soms op enkele tientallen meters van elkaar. De ene keer is het niet meer dan de kelder in iemands huis, dan weer een pand met alles erop en eraan, gebouwd met financiële steun van buitenlandse christenen.

Maar in het door hindoes gedomineerde Nepal zitten velen helemaal niet te wachten op deze ‘indringers met hun bijbels’. Een vuur dat wordt opgestookt door nationalistische politici en fundamentalistische clubs die waarschuwen voor ‘een westers complot’ om van Nepal een christelijk land te maken.

Jongeren bij de voorbereidingen op het kerstfeest in Lalitpur. Foto Narayan Maharjan/NurPhoto/Getty Images

Vier kerken in brand

Het blijft niet alleen bij woorden. Volgens een inventarisatie van de Federation of National Christian Nepal (FNCNP), een koepelorganisatie, werden afgelopen mei vier kerken in verschillende delen van het land in brand gestoken. In een vijfde, in het verre westen, ontplofte een bom.

Ook christelijke hulporganisaties, sommige al decennia actief in Nepal, zeggen dat het werken hen de laatste jaren steeds moeilijker wordt gemaakt. Meer nog onder de in december aangetreden communistische regering. Visa’s voor medewerkers uit het buitenland zouden niet meer worden verleend, de controles op hun activiteiten zijn aangescherpt.

„Na de aardbeving in 2015 is het erger geworden”, zegt Subash Neupane, de 28-jarige coördinator rampenvoorbereiding voor Nepal Christian Relief Services (NCRS). In hun kantoor in Ekantakuna, een wijk in de hoofdstad bekend om zijn vele kerken, zijn de muren behangen met foto’s van hun vrijwilligers aan het werk.

In de nasleep van de beving, waarbij ruim 9.000 mensen omkwamen en die meer dan 800.000 huizen verwoestte, was NCRS een van vele christelijke hulporganisaties die noodhulp boden. Met name in de meest afgelegen gebieden, waar de door de regering opgezette hulpacties door een gebrek aan geld en mankracht niet kwamen.

De hulp werd hun niet door iedereen in dank afgenomen. Vooral niet toen in Nepalese media berichten verschenen over hoe sommige van deze clubs, onder meer uit Zuid-Korea, niet alleen dekens en voedsel, maar ook bijbels uitdeelden. Woedende politici verweten ngo’s daarop de natuurramp te misbruiken om zieltjes te winnen.

Voor Neupane, die bij iedere verlenging van de vergunning van NCRS opnieuw moet uitleggen dat ze „het evangelie niet gaan verkondigen”, is het „helaas” bekende kritiek. „Er is altijd dat vermoeden dat we met ons werk stiekem mensen willen bekeren.”

Dat is ook weer niet zo heel gek: het merendeel van Nepals bekeerden behoort tot de arme doelgroepen waarop ngo’s zich richten met hun scholen en empowerment-programma’s. Zo is (of was) volgens koepelorganisatie FNCNP in Nepal ruim 60 procent van de christenen dalit, de laagst geplaatsten in het hindoeïstische kastenstelsel.

Discriminatie op basis van kaste is in Nepal nog lang niet verdwenen, zeker op het platteland. „Er zijn regels die dat moeten tegengaan”, zegt hulpverlener Neupane. „Alleen niemand houdt zich eraan. Daarom komen mensen naar de kerk. De kerk discrimineert niet.” In zijn kerk, vertelt hij, verschijnen iedere week weer nieuwe gezichten.

Maar, benadrukt Neupane: dat staat los van het werk dat zijn organisatie doet. „Wij helpen mensen, dat is wat Jezus ons heeft opgedragen. Maar wij praten niet over het christendom. Alleen onze naam geeft weg dat we christen zijn.”

Dat geldt ook voor de Amerikaanse ngo bij wie de politie onlangs langskwam, betoogt hun voormalig landendirecteur. „In verschillende landen hebben we een verschillend profiel. Daar waar het kan, werken we met de Bijbel. Maar niet hier.”

Hij was ook in Nepal in de jaren tachtig, toen de vervolgingen van christenen ook al een vlucht namen. Daarna werd het een stuk beter, zegt de veertiger. Vooral toen Nepal een democratie werd. „Er was veel meer vrijheid, in die tijd zijn kerken enorm gegroeid. De terugslag die we nu zien, is een reactie daarop.”

Zo zijn de arrestaties terug. Een veel gehoord voorbeeld is dat van twee schooldirecteuren en vijf medewerkers van de ngo Teach Nepal. Na de aardbeving werden zij opgepakt voor het uitdelen van stripboeken aan kinderen, waarin het verhaal van Jezus werd verteld. De aanklacht tegen hen kwam later te vervallen.

Dan zijn er nog de brandstichtingen. De protesten van bewoners als ergens een nieuwe kerk komt. De politici die propageren dat Nepal weer een hindoestaat moet worden.

Gebed tijden een kerkdienst in een klein dorpje in Dolakha, een regio die zwaar getroffen werd door de aardbeving van 2015. Foto Tara Todras-Whitehill/EJC/Polaris

Invloed van China en India

„We hebben niet goed kunnen uitleggen wat secularisme betekent”, verklaart Nishchal Pandey, directeur van het Centre for South Asian Studies in Kathmandu. „Mensen hebben het opgevat alsof Nepal nu atheïstisch is, iets waarvoor de hindoemeerderheid internationale ngo’s verantwoordelijk houdt.”

Anderen wijzen naar de invloed van buurlanden China en India, die de nieuwe regering voor zich proberen te winnen met miljarden aan steun (een dam hier, een spoorbaan daar) en westerse ngo’s het liefst zien vertrekken. Beide hebben bovendien hun eigen problematische verhouding met de christenen in hun land.

Vooral de groeiende aanwezigheid van de Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS), een invloedrijke hindoe-nationalistische organisatie uit India, baart de christelijke gemeenschap in Nepal zorgen. De RSS ziet in India het woord ‘seculier’ liefst zo snel mogelijk uit de Grondwet geschrapt. In Nepal promoot zij niet anders.

Niets wijst erop dat de regering zover wil gaan. Maar de brede formuleringen in de antibekeringswet, zeker de aangepaste versie, maken velen nerveus. Een folder uitdelen waarop het woord ‘christen’ staat, mag dat nog wel? Ja, zegt een woordvoerder van de regering. Pas op, waarschuwen advocaten, dat kan tegen je worden gebruikt.

Subash Neupane van Nepal Christian Relief Services maakt zich er niet te druk om. „De overheid kent ons werk”, zegt hij. Lokale bestuurders vragen hén om hulp. Onlangs nog, toen in het westen van het land een grote aardverschuiving had plaatsgevonden. De burgemeester van een van de getroffen dorpen kwam later wel nog met een suggestie. Die naam van de organisatie, kon daar het woord ‘Christian’ niet uit worden verwijderd?