NRC checkt: ‘Werkschema van 80 procent van de mensen botst met hun interne klok’

Dat schreef The New York Times op 24 december.

Ongeveer 80 procent van de werkende mensen in de database bleek op werkdagen uit hun slaap te worden gehaald door een wekker.
Ongeveer 80 procent van de werkende mensen in de database bleek op werkdagen uit hun slaap te worden gehaald door een wekker. Foto tommaso79

De aanleiding

The New York Times signaleerde de trend dat steeds meer bedrijven hun personeel aanmoedigen om hun werkuren aan te passen aan hun chronotype: of ze een ochtend- of avondmens zijn, of iets daartussenin (New Office Hours Aim for Well Rested, More Productive Workers, 24/12). In het artikel stelt een wetenschapper dat „80 procent van de mensen een werkschema heeft dat botst met hun interne klok”. Dat laatste gaan we checken.

Waar is het op gebaseerd?

De wetenschapper in kwestie, Céline Vetter, een fysioloog werkzaam aan de Universiteit van Colorado, heeft meerdere onderzoeken gedaan naar de invloed van slaap op het functioneren van het menselijk lichaam. Ze promoveerde bij de Duitse chronobioloog Till Roenneberg aan de Ludwig-Maximilians-Universiteit in München, met wie ze onder andere een artikel publiceerde in Current Biology (mei 2012) waarin dat cijfer van 80 procent voorkomt.

En, klopt het?

Vetter en haar collega-onderzoekers hanteren in het artikel in Current Biology twee manieren om vast te stellen of iemands werkschema ‘botst’ met zijn of haar interne klok – waarvan de instelling genetisch bepaald is. Ten eerste kijken ze of iemand moet worden gewekt door een wekker in plaats van zelf te ontwaken. Daarnaast vergelijken ze het slaappatroon van mensen op de dagen dat ze werken met dat van de dagen waarop ze vrij zijn en kunnen opstaan wanneer ze willen.

Om data te verzamelen ontwikkelde Roenneberg een enquête, de Munich ChronoType Questionnaire (MCTQ). Daarin wordt respondenten onder meer gevraagd hoe laat ze naar bed gingen, hoe laat ze daadwerkelijk in slaap vielen, hoe laat ze wakker werden en of dat met behulp van een wekker was. Hij verzamelde 65.000 volledig ingevulde vragenlijsten; de deelnemers kwamen voornamelijk uit Europa.

Slaapexperts beschouwen gewekt moeten worden door een wekker als een teken dat iemand eigenlijk nog meer slaap nodig had. Ongeveer 80 procent van de werkende mensen in de database van de MCTQ bleek op werkdagen uit hun slaap te worden gehaald door een wekker: het cijfer dat Roennebergs promovenda Vetter noemt in het artikel van The New York Times.

Dat vier op de vijf werkenden een dergelijke ‘botsing’ ervaren tussen hun werkschema en hun interne klok zegt overigens nog niets over de ernst van die botsing. Waren deze mensen anders een kwartier later opgestaan? Of misschien wel twee uur later?

Om dat te ontdekken is op basis van de gegevens uit de MCTQ een vergelijking gemaakt tussen het middelpunt van de slaapduur van respondenten op nachten voorafgaand aan een werkdag (bijvoorbeeld: bij een slaap van tien uur ’s avonds tot zes uur ’s ochtends ligt het middelpunt op twee uur ’s nachts) met het middelpunt op nachten die werden gevolgd door een vrije dag.

Roenneberg noemt het verschil tussen die twee punten de ‘sociale jetlag’: het verschil tussen iemands interne slaap-waakritme en de vereisten van de ‘sociale klok’, zoals de aanvang van de werkdag. Wat bleek: bij 69 procent van de deelnemers aan de MCTQ was de sociale jetlag een uur of langer. Bij een op de drie ging het zelfs om twee uur of meer.

Conclusie

Ja, 80 procent van de mensen heeft een werkschema dat botst met hun interne klok, als dat wordt gedefinieerd als het percentage van de werkenden dat ’s ochtends een wekker nodig heeft om wakker te worden. Slaapexperts gebruiken dat als indicatie dat iemand meer slaap nodig had gehad. De ‘sociale jetlag’ bedraagt bij tweederde van de respondenten bovendien een uur of meer. We beoordelen de stelling als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt

Correctie (7 januari 2019): Eerder werd in dit artikel gesproken over de ‘Ludweg-Maximilians-Universiteit’. Dat moest de ‘Ludwig-Maximilians-Universiteit’ zijn en is hierboven aangepast.

    • Ykje Vriesinga