Zonder hulp de Zuidpool over – en toch een nederlaag

Alledaagse wetenschap Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week: alweer is er een Brit verslagen bij een tocht over de Zuidpool.

„First Briton to cross Antarctic unaidedmaakte de BBC op 29 december bekend. Leger-kapitein Lou Rudd (49) was als eerste Brit zonder enige hulp Antarctica overgetrokken. Solo. Op 3 november aan de ene kant begonnen, 56 dagen later aan de andere kant in goede gezondheid gearriveerd. Hoera voor het Verenigd Koninkrijk.

Journalistieke follow-up heeft het niet opgeleverd, afgezien van een wrang Wikipedia-lemma. De kwestie is dat twee dagen eerder, op 26 december, bij hetzelfde ‘pick-up point’ de eerste Amerikaan arriveerde die zonder hulp de Zuidpool was overgestoken: Colin O’Brady, een professional athlete van 33 die óók op 3 november was vertrokken. Van hetzelfde vertrekpunt. De pooltocht was een race geweest en Rudd had verloren. Het beste wat hij had kunnen doen was schilderachtig doodgaan.

Lou Rudd

Louis Rudd had zijn onderneming in alle openheid voorbereid. Zijn tocht van de Ronne-ijsplaat over de pool naar de Ross-ijsplaat moest vooral een eerbetoon zijn aan zijn vriend en mede-militair Henry Worsley die drie jaar geleden (toen 55 jaar oud) bij hetzelfde waagstuk zijn leven verloor. Twee weken voor Rudd voet op het zuidpoolcontinent zou zetten, kreeg hij te horen dat de Amerikaanse beroepsatleet O’Brady in stilte dezelfde tocht had voorbereid. Precies dezelfde tocht. Dit was, weet elke Engelsman, wat captain Robert Scott in 1911 werd aangedaan door de Noor Roald Amundsen. Het is een Brits trauma.

Rudd en O’Brady troffen elkaar in het Chileense Punta Arenas. Dat was eerst helemaal niet leuk, maar viel later reuze mee (aldus National Geographic en The New York Times). Samen vlogen ze in een lege Iljoesjin naar Antarctica, een tweede vliegtuig zette ze, anderhalve kilometer uit elkaar, af op de rand van de Ronne-ijsplaat. Let wel: niet de zeerand maar de landrand van de ijsplaat. De poolsporters hebben afgesproken dat de dikke ijsplaten (het shelf ice) niet meetellen in de oversteek, ook al zijn ze honderden kilometers breed. Het is geen land.

Wat unaided mag heten is goed gedefinieerd: je mag geen gebruik maken van honden, pony’s, vliegers of voedseldroppings. De bewoners van het Amundsen-Scott-onderzoeksstation (dat precies midden op de Zuidpool staat) mogen nog geen pepermuntje aanreiken. Satelliettelefoons, GPS-trackers, noodbakens en zonnepanelen voor het opladen van batterijen zijn wel toegestaan.

Of het thuisfront tijdens de tocht nog telefonisch tips en aanwijzingen mag geven is dan weer minder duidelijk. De vrouw van O’Brady deed het. Het genoemde Wikipedia-lemma neemt het O’Brady ook kwalijk dat hij even gebruik heeft gemaakt van een pad dat tractors in de sneeuw hadden aangelegd. Tenslotte wordt hem verweten dat-ie voor zijn tocht speciaal calorierijk voedsel liet samenstellen (‘Colin-bars’ van kokosvet, noten, zaden en cacao) terwijl Rudd zijn eten gewoon in de winkel kocht. O’Brady („met zijn vocabulaire van een self help guru”) ligt helemaal niet goed op internet.

Soit. Er is hier geen ruimte voor een totaalanalyse; die is niet eens mogelijk omdat de heren maar weinig technische details hebben vrijgegeven. Wijlen Henry Worsley deed dat ook al niet. Worsley volgde eind 2015 globaal dezelfde route maar begon (op 14 november) een flink stuk verder van de pool. Hij rekende op een tocht van 80 dagen, bij aanvang woog zijn slee 150 kilogram. Destijds heeft deze rubriek proberen te schatten hoeveel voedsel daarop moet hebben gelegen. Slee, uitrusting en kleding samen wogen zeker wel 30 kg. De hoeveelheid brandstof werd geschat op 10 liter. Inmiddels weten we van O’Brady dat die voor zijn tocht (hij rekende op maximaal 70 dagen) 25 kg brandstof meenam. Dat moest genoeg zijn om elke dag 5 kg sneeuw te smelten en aan de kook te brengen (de behoefte aan vocht is enorm op de pool). Worsley hield in 2015 rekening met bereiding van 5 à 6 kg kokend water per dag. Zo rijst nu het vermoeden dat hij minstens 20 kg brandstof bij zich stak.

(Een benzinebrander met een rendement van 50 procent zou maar 170 gram benzine nodig hebben om 5 kg sneeuw van min 30 graden te smelten en aan de kook te brengen. Dit maakt begrijpelijk waarom O’Brady eerst maar 13,5 kg brandstof wilde meenemen.)

Kortom: het lijkt erop dat Worsley voor 80 dagen minder dan 100 kg voedsel bij zich heeft gehad, nog geen 1,25 kg per dag. Als het zuiver rundvet was geweest had hij daar per dag wel 11.000 kcal aan kunnen onttrekken. Maar het bestond uit gevriesdroogde maaltijden, energierepen en noten, in combinatie misschien goed voor 550 kcal per ons. Daarvan ontving hij dus 6.900 kcal per dag.

Hoeveel heeft een poolsporter met een loodzware slee er per dag nodig? Dat is de kernvraag. 8.000 kcal, schatte O’Brady die zich zeer gedegen liet voorlichten. Hij verorberde gemiddeld 1,6 kilo voedsel per dag, maar was aan het eind toch flink afgevallen.

Lou Rudd denkt dat een solopoolsporter maar 6.000 kcal per dag verstookt. Zijn 70 dagen-voorraad was afgestemd op een dagverbruik van 1,1 kg voedsel. Als de waarneming niet bedriegt is hij in zijn eerbetoon eenvoudigweg dicht bij de uitgangspunten van Henry Worsley gebleven. Bij langdurig slecht weer had hem dat ook de das om kunnen doen.