Wie heeft het beter, man of vrouw?

Sekse-ongelijkheid

In nieuw onderzoek werd gekeken naar welzijn en niet naar welvaart. In deze index doen vrouwen het beter, ze leven langer dan mannen.

In ruil voor kwijtschelding van schulden als gevolg van een mislukte oogst werken Cambodjaanse boerinnen tijdelijk in een steenfabriek even buiten hoofdstad Phnom Penh.
In ruil voor kwijtschelding van schulden als gevolg van een mislukte oogst werken Cambodjaanse boerinnen tijdelijk in een steenfabriek even buiten hoofdstad Phnom Penh. Foto Tang Chin Sothy/AFP

Hoe meet je sekse-ongelijkheid in de wereld? Als het gaat om gezonde levensjaren hebben mannen een achterstand op vrouwen – vooral in Rusland en Oost-Europa. Kijk je naar onderwijs, dan hebben vrouwen een achterstand op mannen, vooral in Afrika.

Gegevens over de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn er wereldwijd genoeg. Maar ze zijn nu op een heel andere manier gerangschikt dan gebruikelijk, in een nieuwe index die donderdag in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE werd gepubliceerd.

Deze heet Basic Index of Gender Inequality (Bigi) en moet regelmatig verschijnen. Volgens de samenstellers, Gijsbert Stoet, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Essex en David Geary, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Missouri, was de nieuwe index nodig omdat bestaande meetmethodes alleen de mate van vrouwenemancipatie meten: achterstand van vrouwen op mannen in macht, scholing en economische participatie. Terreinen waarop juist mannen in het nadeel zijn, bijvoorbeeld het aantal gezonde levensjaren, blijven buiten beeld.

Neem de bekendste bestaande index, de Global Gender Gap Index van het World Economic Forum: de maximum score voor vrouwen daarin is gelijkheid aan mannen. Waar vrouwen béter af zijn dan mannen, en mannen dus in het nadeel, wordt niet geregistreerd.

Stoet, aan de telefoon vanuit Engeland: „In de Global Gender Gap Index is er geen enkel land waar vrouwen niet achtergesteld zijn. In onze Bigi- index doen soms vrouwen en soms mannen het beter.”

Dat komt doordat Stoet en Geary zich in plaats van op persoonlijke welvaart en macht vooral op welzijn richten. De meeste mensen in de wereld leven in huishoudens waar het inkomen wordt gedeeld, zodat volgens Stoet individuele inkomens niet de beste indicator zijn voor welbevinden. Met behulp van cijfermateriaal van VN-organisaties en de bij de VN gebruikte World Gallup Poll kijken Geary en Stoet naar gezonde levensjaren, onderwijs (lagere en middelbare school) en geluksgevoel. De nieuwe rangschikking zou volgens de auteurs naast de bestaande emancipatie-indexen gelegd moeten worden, om een completer beeld te geven van sekse-specifieke problemen.

Evenals in andere indexen scoren in de Bigi-index de hoogontwikkelde landen het beste in gender-gelijkheid, en arme landen het slechtst.

Vrijwel overal hebben mannen een achterstand in gezonde levensjaren. Deels is dat verschil biologisch, maar de gezondheidskloof verschilt toch sterk per land of regio. Russische mannen hebben bijvoorbeeld 16 procent minder gezonde levensjaren dan vrouwen. Elders in Oost-Europa is de kloof ook groot. Wereldwijd zijn mannen daarnaast vaker slachtoffer van geweld, ongelukken, ongezond werk en ook plegen ze vaker zelfmoord.

Voor Geary en Stoet zijn die gezondheidsverschillen aanleiding om landen preventiebeleid speciaal voor mannen aan te bevelen. „Er is wel vaak een nationale gezondheidsstrategie voor vrouwen. Australië, Estland, Ierland en Brazilië hebben een op mannen gericht preventiebeleid geïntroduceerd’’, zegt Stoet.

    • Maarten Huygen