„Een advocaat wordt al snel verward met de bad guy die hij bijstaat.”

Foto Merlijn Doomernik

‘Uiteindelijk is het aan de cliënt. Dat is het spel’

Interview | Advocaat Brechje van der Velden Ze is geen moraalridder, zegt de bestuursvoorzitter van Allen & Overy. „Een advocaat moet rolvast zijn. Ik mag een cliënt vertellen hoe zijn belang het beste gediend is.”

Heeft ze weleens gedacht: als advocaat heb ik deze cliënt goed geholpen, maar als méns sta ik er eigenlijk niet achter? Brechje van der Velden (46) denkt even na. „Het eerlijke antwoord is nee.”

Van der Velden is advocaat en bestuursvoorzitter van Allen & Overy in Nederland. Het zijn hoofdzakelijk grote bedrijven die zich laten bijstaan door het prominente en prijzige advocatenkantoor. Van der Velden en haar collega’s zijn er om de belangen van hun cliënten te dienen, is haar overtuiging, en die van niemand anders. „In de Advocatenwet staat letterlijk dat je als advocaat partijdig moet zijn, dat je er bent voor je cliënt. Partijdigheid is een kernwaarde van de advocatuur.”

Wat de cliënt wil – bijvoorbeeld: belasting ontwijken – kan botsen met de belangen van de samenleving. Hoe gaan advocaten van topkantoren als Allen & Overy daarmee om? Hoe zien ze hun eigen rol? En heeft de maatschappij er ook iets aan dat zij bestaan? Een duo-interview met een rechtsfilosoof, zoals NRC aanvankelijk had voorgesteld, zag Van der Velden niet zitten. Ook andere leiders van grote advocatenkantoren wilden dat niet. Na enige aarzeling wilde Van der Velden wél alleen met ons in gesprek. „Ik dacht: het is te triest als helemaal niemand z’n mond opendoet.”

Waarom zijn advocaten zo terughoudend om zich uit te spreken?

„Het is niet des advocaats om zelf op de voorgrond te treden. Ik denk ook dat ze bang zijn wat de maatschappij van ze vindt. Een advocaat wordt al snel verward met de bad guy die hij bijstaat.”

Wat is het maatschappelijke belang van het werk dat grote advocatenkantoren als Allen & Overy doen?

„Ik vind het ook mijn taak om mijn cliënt een spiegel voor te houden. Dat is mijn maatschappelijke rol. Op het moment dat het bedrijf op het randje staat, moet ik zeggen: je zit nu heel erg op het randje. Leuk dat dat in jouw belang is, maar ik weet precies wat de rechter daar straks van vindt, en de pers op de tribune.”

Dat is toch ook in het belang van uw cliënt, namelijk dat die geen reputatieschade lijdt?

„Ik hoop een cliënt natuurlijk niet alleen te overtuigen met het risico op reputatieschade, maar ook met de vraag: wat vind je er zélf van?”

Hebt u dan gesprekken over wat moreel aanvaardbaar is?

„Zeker. Ik procedeer voor banken en verzekeraars veel over financiële producten. Ik heb bijvoorbeeld discussies met ze over de informatievoorziening aan de klant. Ik ben geen doorgeefluik, maar ook geen moraalridder, dat is niet mijn taak. Uiteindelijk is het aan de cliënt. Dat is het spel.”

Wat heeft de samenleving aan deze opstelling?

„Dat een groot bedrijf vertrouwelijk naar een onafhankelijke partij kan stappen en z’n zooi op tafel kan leggen. Ook dingen waarvan je denkt: nou, hier zit je echt hélemaal verkeerd. Ik moet dan zeggen: daar zit je fout. En daar zit je op het randje – daar moet je over nadenken, of je daar wilt zitten. Als een advocaat geen vertrouwelijkheid kan garanderen, voert een bedrijf dat gesprek niet. Ik denk dat zo’n gesprek leidt tot zelfcorrigerend gedrag. Dát is het maatschappelijke belang. Daarom is ons verschoningsrecht ook zo belangrijk.”

Wat in orde is volgens de letter van de wet, strookt niet altijd met de geest. Maar dat hindert niet, vinden bedrijven soms. Hun eigen belangen wegen dan zwaarder. Dus als zij willen weten hoe ze zo min mogelijk belasting kunnen betalen, of zo min mogelijk worden gehinderd door een toezichthouder, schakelen ze hulp in. Advocaten zoeken dat vervolgens graag tot op de bodem voor ze uit.

Toch? „Klopt”, zegt Van der Velden. „Is dat erg? Dat vind ik niet. Ik mag een cliënt gewoon vertellen hoe zijn belang het beste gediend is, wat hij dan moet doen.” Ze herhaalt wat ze tijdens het gesprek al vaker heeft gezegd: „Dat is het spel.” Een advocaat moet ‘rolvast’ zijn vindt Van der Velden, dat is zelfs „cruciaal voor het functioneren van de rechtsstaat.” Als de wet te veel ruimte biedt, zo luiden de spelregels, is het aan de overheid om daar iets aan te doen.

Wijzen jullie weleens cliënten af om ethische redenen?

„Dat komt voor. Als er mensenrechten in het geding zijn of andere ethische grenzen worden overschreden kan dat reden zijn om een cliënt af te wijzen. Maar dat is niet zwart-wit. Je kunt ook denken: het is misschien wel heel goed om daar als advocaat het gesprek aan te gaan.”

En er moet omzet gedraaid worden. Is dat een lastige afweging?

„Nee. Het is namelijk óók een commerciële afweging. Het is niet goed voor onze business als wij voor een partij staan terwijl dat ethisch onuitlegbaar is.”

Tarieven op de Zuidas lopen op tot 700 euro per uur. Hoe rechtvaardigt u deze tarieven?

„De verklaring voor de tarieven zit in specialisme. Dat wij in staat zijn om in korte tijd over hele complexe situaties te adviseren – de val van SNS, ik noem maar wat. En we werken 24 uur per dag als het moet.”

Alleen grote bedrijven kunnen deze uurtarieven betalen. Anderen – burgers, een ondernemingsraad – kunnen dat niet. Leidt dat tot rechtsongelijkheid?

„Nee, want ik geloof niet dat hogere tarieven ook altijd betere kwaliteit betekent. Als een groot bedrijf het in de rechtszaal opneemt tegen een ondernemingsraad, staan daar twee goede advocaten. En vergeet niet dat er ook nog een rechter zit. Ik denk nooit: ik heb deze zaak alleen maar gewonnen omdat de andere kant vergeten is hun argumenten aan te voeren.”

Dan zegt u eigenlijk: dan kun je net zo goed een goedkopere advocaat inhuren.

„Nee, want die kent niet de dilemma’s van ons soort cliënten.”

Uw kantoor heeft de bijnaam Ellende & Overwerk. Zit het hier elk weekend vol?

„Nou… niet elk weekend. Maar in december wel. Cliënten hebben het psychologische idee dat een transactie vóór 1 januari afgerond moet zijn.”

Hoe probeert u te voorkomen dat mensen onder de druk bezwijken?

„We proberen mensen al vroeg te leren: het houdt hier nooit op. Nee kunnen zeggen is een van de cruciale eigenschappen om hier succesvol te zijn. Soms gaan we ook het gesprek aan met cliënten. Er zijn er die standaard op vrijdagmiddag laten weten dat ze maandag om negen uur dat memo willen hebben. Dan kunnen wij vragen: wordt het dan ook gelézen? Maar goed, het blijft lastig. Want het is natuurlijk ook wat we verkopen. Moet het morgen af? Dan is het morgen af.”